In de rubriek: ‘de vraag van de maand’ behandelen we maandelijks een vraag die van belang is voor de hele beroepsgroep. Dit kunnen vragen zijn die gaan over wet- en regelgeving, maar ook over de herregistratie, het opleidingsregister of over de RSV. Hieronder vind je alle vragen van de maand van het afgelopen jaar op een rij.

Vragen 2021

Om deze vraag te kunnen beantwoorden kijken we eerst naar de algemene wettelijke context, om vervolgens in te zomen op deze specifieke casus.

Vanuit wettelijk oogpunt geldt het volgende:

  • Een vios die nog in opleiding is, is een verpleegkundige op basis van artikel 3 van de Wet BIG en haar registratie in het BIG-register. Pas na registratie in het Verpleegkundig Specialisten Register (wat alleen mogelijk is na diplomering) is een verpleegkundige op basis van artikel 14 van de Wet BIG bevoegd om de titel verpleegkundig specialist te voeren, is zij zelfstandig bevoegd tot het indiceren, uitvoeren van en/of opdrachtgeven tot voorbehouden handelingen.
  • Het zelfstandig behandelaarschap is ook een onderdeel is van de beroepsuitoefening van de verpleegkundig specialist, zoals vastgelegd in het beroepsprofiel. Dit betekent dat een VS zelfstandig anamneses mag afnemen, diagnoses mag stellen, onderzoek mag (laten) uitvoeren, behandelingen starten en/of doorverwijzen.
  • Tijdens de opleiding tot verpleegkundig specialist is de vios een 'verpleegkundige in opleiding tot specialist'. Dat wil zeggen: een verpleegkundige op basis van artikel 3. De competenties die zij in haar opleiding aanleert, verwerft zij onder supervisie van een erkende praktijkopleider en gespecialiseerde leermeesters. Samen met hen maakt de vios afspraken over de mate waarin zij haar werk zelfstandig kan uitvoeren. Dat geldt zowel voor de voorbehouden handelingen als voor de algemene beroepsuitoefening.
  • In deze opleiding dragen beide partijen (praktijkopleider/leermeesters en de vios) een eigen verantwoordelijkheid. De vios is als verpleegkundige zelf verantwoordelijk voor het feit dat zij bekwaam moet zijn voor hetgeen zij doet. Supervisoren dragen geen verantwoordelijkheid voor het handelen van de vios, maar wel voor de zorgvuldige wijze waarop zij afspraken maken over de mate van toezicht en tussenkomst die is vereist. Dat betekent dat een supervisor moet kunnen uitleggen op welke gronden hij het verantwoord vond dat een vios een bepaalde mate van zelfstandigheid werd gegeven bij het uitvoeren van beroep waarvoor zij in opleiding is. Concreet betekent dit: wanneer een vios een fout maakt, zal aan de vios de vraag worden gesteld op welke gronden zij meende dat zij bekwaam was, terwijl aan de supervisor zal worden gevraagd op welke gronden hij meende dat het verantwoord was om aan te nemen dat de vios bekwaam was.

Wat betekent dit voor de vraag of een vios zelfstandig consulten mag doen?

De Wet BIG reguleert wat de beroepsuitoefening betreft alleen de kwesties rond de voorbehouden handelingen. Het voeren van consulten wordt niet bij deze wet gereguleerd, maar door afspraken tussen zorgpartijen en door professionele standaarden. De vraag of een vios zelfstandig consulten mag doen, is vanuit de Wet BIG dan ook niet te beantwoorden. Hier ligt in ieder geval geen belemmering.

De huisarts of VS heeft wettelijk gesproken geen 'autoriteit' die kan worden overgedragen, er kan dan ook niet worden gesproken van autorisatie. Feitelijk gaat het hier om een beslissing binnen een supervisietraject waarin de praktijkopleider/leermeester en de vios het beiden verantwoord achten dat de vios bepaalde handelingen zelfstandig uitvoert. Beide partijen nemen hierin een eigen verantwoordelijkheid.

Het is aan te raden om de afspraken die in dit kader worden gemaakt, schriftelijk vast te leggen. 

In verband met de coronacrisis zijn de eisen voor herregistratie tijdelijk verlaagd. Momenteel zijn de eisen voor herregistratie:

160 uur deskundigheidsbevordering in totaal, waarvan

    • minstens 85 uur geaccrediteerde bij- en nascholing;
    • minstens 25 uur intercollegiale toetsing (ICT);
    • de overige 50 uur mogen worden gevuld met overige deskundigheidsbevorderende activiteiten (ODA), en/of met meer scholing en/of ICT.

    • De voortgangsbolletjes in je portfolio zijn nog gebaseerd op de reguliere eisen voor herregistratie, daarom kan het zijn dat als de bolletjes op ‘rood’ staan, je wel al voldoet aan de eisen.   

Controleer daarom voordat je het portfolio indient op de volgende punten:

  • Heb ik een werkervaringsverklaring geüpload? Het bolletje komt op groen te staan zodra er een bestand is geüpload. Kijk als je meerdere werkgevers hebt (gehad) goed na of er voor iedere werkgever een werkervaringsverklaring is opgevoerd en of je dit in het juiste format hebt gedaan.
  • Heb ik minstens 85 uur bij- en nascholing in mijn portfolio staan?
  • Heb ik minstens 25 uur ICT opgevoerd?
  • Heb ik in totaal minstens 160 uur aan deskundigheidsbevordering opgevoerd?

 
Herregistratie en/of steekproef aanvragen
Dien je herregistratie-aanvraag in vóórdat je registratieperiode verloopt. Als je aanvraag is ingediend, dan zullen de activiteiten in je portfolio inhoudelijk worden beoordeeld door de Registratiecommissie. Zodra de beoordeling is afgerond, ontvang je hierover binnen een vastgestelde termijn bericht.

Ook kan je, voordat je herregistratie aanvraagt, via ‘Mijn V&VN’ een steekproef aanvragen. Dan controleert de Registratiecommissie steekproefsgewijs enkele activiteiten uit je portfolio.

Meer informatie over bijvoorbeeld het aanvragen van een steekproef vind je hier. Ook vind je op de website alle informatie rondom de eisen voor herregistratie.

Alhoewel de RSV zich kan voorstellen dat deze wens er is, vooral als een activiteit een grote toegevoegde waarde heeft gehad, is het antwoord op deze vraag nee. We leggen graag uit waarom.

De reden dat regels niet (nooit) met terugwerkende kracht kunnen gelden, heeft te maken met 'eerlijkheid'. Wanneer we bij jou zouden toestaan dat je een oude activiteit alsnog onder de nieuwe regelgeving mag opvoeren, benadelen we iemand die inmiddels geherregistreerd is en die dat niet kon (en misschien ook zou hebben gewild). Degene die inmiddels is geherregistreerd, zal misschien zeggen: als ik dat geweten had, dan had ik ook nog wel wat op willen voeren.

Om die reden zijn er 'fatsoensregels' opgesteld (ook wel 'algemene beginselen van behoorlijk bestuur' genoemd). In deze 'fatsoensregels' is vastgelegd dat je niet achteraf de spelregels mag wijzigen, juist om te voorkomen dat personen waarover al een besluit is genomen achteraf geconfronteerd worden met nieuwe regels waar zij geen rekening mee hebben kunnen houden.

Hoe zit het met je titel?
De titel 'verpleegkundig specialist geestelijke gezondheidszorg' is een beschermde titel die is voorbehouden aan diegenen die ook daadwerkelijk zo staan geregistreerd. Dat betekent dat je niet bevoegd bent om die titel te voeren. Je kunt je natuurlijk wél verpleegkundig specialist AGZ noemen. Een tussenweg zou zijn om jezelf eenvoudig 'verpleegkundig specialist' te noemen. Maar dat zou beschouwd kunnen worden als een vorm van misleiding, omdat je hiermee de indruk wekt dat je VS GGZ bent, aangezien je werkzaam bent in een GGZ-instelling.

We raden daarom aan om je volledige titel te gebruiken: verpleegkundig specialist algemene gezondheidszorg.

Hoe zit het met je bevoegdheden?
De bevoegdheden die de wetgever aan je toekent, zijn direct verbonden aan je registratie en je beroep: verpleegkundig specialist algemene gezondheidszorg.

Voorbehouden handelingen

Dit betekent dat de zelfstandige bevoegdheid die je hebt ten aanzien van voorbehouden handelingen, alleen geldig is binnen het specialisme waarin je staat geregistreerd. Het voorschrijven van geneesmiddelen is één van deze voorbehouden handelingen.
Je bent dus niet bevoegd om geneesmiddelen voor te schrijven aan patiënten met een psychiatrische stoornis.
Aangezien het voorschrijven van geneesmiddelen de enige voorbehouden handeling is, die niet overdraagbaar is, mag je dit ook niet doen in opdracht of onder supervisie.
Beroepsuitoefening

Verder ben je alleen bevoegd om je beroep van verpleegkundig specialist uit te oefenen binnen je specialisme (AGZ).
Buiten dit specialisme ben je voor de wet geen specialist, maar 'gewoon' artikel 3-verpleegkundige.
Dit betekent dat jij niet de functie van verpleegkundig specialist binnen een GGZ-instelling kunt uitoefenen, TENZIJ je een speciale taak hebt bij de behandeling van somatische klachten van GGZ-patiënten.

Hoe zit het met je bekwaamheid?
Om de beroepskwalificaties te verwerven van een ander specialisme, moet je een individueel scholingsprogramma volgen bij een door het RSV erkende opleidingsinstelling. De informatie hierover vind je hier.

Nadat je je MANP-opleiding hebt afgerond en jij je getuigschrift hebt ontvangen, kun je een verzoek tot wettelijke registratie indienen voor het Verpleegkundig Specialisten Register.

Je registratie in het Verpleegkundig Specialisten Register geeft jou de bevoegdheid om de wettelijk erkende titel te voeren en de voorbehouden handelingen te verrichten die de wetgever aan het specialisme heeft verbonden.

Getuigschrift of uittreksel van het DUO-diplomaregister
Bij het aanvragen van registratie is het belangrijk dat je het getuigschrift of een uittreksel uit het diplomaregister van DUO toevoegt. Als je het getuigschrift nog niet hebt ontvangen is het vaak wel al mogelijk bij DUO een uittreksel op te vragen. Dit uittreksel kun je uploaden in je registratie-aanvraag.

Eindverklaring
Wanneer op het getuigschrift of uittreksel geen specialisme wordt vermeld waarin je bent opgeleid, is het nodig dat je een eindverklaring toevoegt aan je aanvraag tot registratie. Op deze eindverklaring kruis je aan in welk specialisme je je wilt laten registreren en je laat de hoofdopleider van de hogeschool deze verklaring ondertekenen. Download de eindverklaring.

Verwerking aanvraag
Zodra je aanvraag is ingediend ontvang je binnen twee weken een bevestiging en factuur en zal je aanvraag worden beoordeeld. Zo wordt er gecontroleerd of:

  • je gedurende je gehele opleiding in het opleidingsregister hebt gestaan;
  • je getuigschrift of uittreksel uit het diplomaregister geldig is;
  • en of een eventueel aangeleverde eindverklaring volledig en correct is ingevuld.

Als dit allemaal akkoord is, kan je registratie in het Verpleegkundig Specialisten Register worden afgerond. Hiervan ontvang je een bevestiging per mail. Daarnaast ontvang je per post een officieel certificaat van je registratie en de brochure ‘Werken als verpleegkundig specialist’. De Registratiecommissie Specialisme Verpleegkunde (RSV) geeft je registratie door aan het BIG-register, dat hiervan een publieke aantekening maakt bij je registratiegegevens in het BIG-register.

  • Registers
  • Verpleegkundig Specialisten Register

Veelgestelde vragen van verpleegkundig specialisten

Jaarlijks beantwoordt de RSV veel vragen over bevoegd- en bekwaamheden, of over rechten en plichten van de verpleegkundig specialist. Meestal hebben die vragen een directe relatie met de bestaande wet- en regelgeving, of met de voorbehouden handelingen. Dit is dan ook de reden waarom de RSV een FAQ (frequently asked questions: veelgestelde vragen) heeft ontwikkeld waarin de meestgestelde vragen en antwoorden terug te vinden zijn.