Nieuw specialisme AGZ: hoe gaat het verder?

Eind 2017 werd de nieuwe indeling van de verpleegkundig specialismen gepresenteerd. Het plan is om de vier somatische specialismen samen te voegen tot één specialisme algemene gezondheidszorg (AGZ). Hierdoor blijven er twee specialismen over: algemene gezondheidszorg (AGZ) en geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Momenteel wordt toegewerkt naar invoering van het specialisme AGZ. Hieronder lees je de stand van zaken op 24 oktober 2019. Let op: de meeste zaken zijn nog niet definitief vastgesteld. Er kunnen nog elementen veranderen als gevolg van de regiobijeenkomsten die worden gehouden onder geregistreerde verpleegkundig specialisten.

Waarom was er ook alweer een nieuw specialisme AGZ nodig?

Onder verpleegkundig specialisten bestaat veel onvrede over de huidige indeling in preventieve, acute, intensieve en chronische zorg.

  • Men vindt het onderscheid tussen de huidige specialismen niet duidelijk.
  • Men vindt het onzinnig dat er voor de wisseling van specialisme een complex en formeel traject noodzakelijk is.
  • Men vindt de huidige titels niet herkenbaar en niet begrijpelijk voor het grote publiek.
  • Men ervaart een ongelijkheid ten opzichte van het specialisme GGZ, dat wél ongedeeld is (dus niet verder opgedeeld in preventief, acuut et cetera).

De invoering van één specialisme AGZ gaat deze knelpunten wegnemen.
Het specialisme GGZ werd breed gewaardeerd en verandert niet.

Wat zijn de belangrijkste kwesties bij de overgangsregeling?

  • Omdat het nieuwe specialisme AGZ wettelijk verankerd moet worden, is instemming van de wetgever noodzakelijk om het nieuwe specialisme in te kunnen voeren.
  • Het nieuwe specialisme AGZ krijgt dezelfde bevoegdheden voor voorbehouden handelingen als de specialismen in de acute en de intensieve zorg nu hebben.
  • Voor de specialismen chronische en preventieve zorg betekent dit een uitbreiding van de bevoegdheden voor wat betreft de voorbehouden handelingen. Vanuit wetgevend perspectief is daarom een overgangsregeling, bestaande uit een verplichte scholing voorbehouden handelingen, vereist voor deze specialismen.
  • Voor de specialismen acute en intensieve zorg geldt deze overgangsregeling niet, omdat zij geen andere bevoegdheden krijgen voor wat betreft de voorbehouden handelingen.

Is het niet vreemd dat specialisten in de chronische en preventieve zorg misschien handelingen moeten aanleren die ze nooit zullen gaan gebruiken?

  • Vanuit beroepsinhoudelijk perspectief klinkt dit inderdaad niet logisch.
  • Maar vanuit het formele perspectief van de wetgever is het niet mogelijk om beroepsbeoefenaren nieuwe bevoegdheden toe te kennen, zonder dat zij voorafgaand zijn geschoold.

Wat zou er gebeuren wanneer het CSV niet instemt met de eisen van de wetgever?

  • Dit bekent dat de invoering van het nieuwe specialisme zal worden uitgesteld. Het is dan zelfs onzeker of de invoering nog wel zal plaatsvinden binnen afzienbare tijd.

Op welke gronden zou het CSV willen instemmen met de overgangsregeling?

  • Het CSV vindt het belangrijk dat er recht wordt gedaan aan de wensen van de beroepsgroep van de verpleegkundig specialisten. Die beroepsgroep heeft zich nadrukkelijk uitgesproken voor één ongedeeld somatisch specialisme AGZ.
  • Daarom zou het CSV willen instemmen met de overgangsregeling, als aan een aantal voorwaarden is voldaan:
    • De omvang van de scholing moet beperkt zijn (maximaal 1 dag scholing voor chronische zorg en maximaal 3 dagen scholing voor preventieve zorg);
    • De inhoud van de scholing moet inhoudelijk een meerwaarde hebben voor verpleegkundig specialisten. Dit kan door de specialisten chronische zorg en preventieve zorg een stem te geven bij de ontwikkeling van de scholing;
    • De scholing moet geaccrediteerde punten opleveren die meetellen in het kader van de herregistratie in het Verpleegkundig Specialisten Register;
    • Er is een termijn van 2 jaar om de scholing te kunnen volgen.

Wie gaat het scholingsprogramma betalen?

  • Hoewel het nog niet is vastgesteld, is het zeer waarschijnlijk dat het scholingsprogramma vereist zal zijn voor het behouden van de wettelijke registratie als verpleegkundig specialist. Hiervan uitgaande, zal het dan ook gaan om een verplichte scholing. Het ligt voor de hand dat dit in dit geval bekostigd wordt uit de opleidingsbudgetten die worden beheerd door de werkgevers.
  • Het CSV onderstreept daarnaast het belang bij ontwikkelaars dat het scholingstraject tegen kostprijs (zonder winstoogmerk) wordt ontwikkeld en aangeboden.

Wat wordt de invoeringsdatum van de nieuwe indeling?

  • Momenteel wordt gestreefd naar invoering in 2020. De precieze datum is echter onbekend. Er is immers nog geen definitief besluit genomen door het CSV. Ook moet het ministerie van VWS in zijn rol als wetgever nog instemmen met het nieuwe specialisme en de overgangsregeling. Daarnaast moeten nog voorzieningen worden geregeld bij het BIG-register, dat de publieke vermelding moet verzorgen van de registratie in het nieuwe specialisme.
  • De invoeringsdatum is mede afhankelijk van de uitkomsten uit de bijeenkomsten die eind november 2019 voor verpleegkundig specialisten plaatsvinden. In deze raadpleging wordt de mening van de beroepsgroep over de overgangsregeling in kaart gebracht. 

Moet je iets doen om het specialisme AGZ te verkrijgen?

  • Het huidige voorstel van de overgangsregeling stelt dat verpleegkundig specialisten met de specialismen preventieve zorg en chronische zorg een scholing moeten volgen om het specialisme AGZ te verkrijgen.
  • In het huidige voorstel voor de overgangsregeling worden de specialismen intensieve zorg en acute zorg op de invoeringsdatum automatisch omgezet naar AGZ.

Hoe lang gaat de overgangsregeling duren?

  • In de overgangsregeling wordt rekening gehouden dat de betreffende VS-en ruim de tijd krijgen (twee jaar) om het scholingsprogramma (met beperkte omvang van 1 tot 3 dagen) te volgen.
  • Hoe dit scholingsprogramma eruit gaat zien, hoe lang het precies gaat duren en hoeveel het gaat kosten is nog niet bekend. Wel heeft het CSV hier een aan voorwaarden (voor instemming) voor gesteld. Zie “Op welke gronden zou het CSV willen instemmen met de overgangsregeling?”

Wat is de uitkomst van de bijeenkomsten die zijn gehouden onder verpleegkundig specialisten over de nieuwe indeling?

  • Bovenal overheerst verontwaardiging en een gevoel van onrechtvaardigheid. Verontwaardiging omdat de voorbehouden handelingen niet gelijk in de praktijk zullen worden uitgevoerd. Onrechtvaardigheid door de consequenties van de keuzes die er in het verleden zijn gemaakt, waarbij de keus voor een specialisme willekeurig tot stand is gekomen bij diverse specialisten.
  • Er is echter brede consensus over het belang van de indeling in twee specialismen: AGZ en GGZ. Ook het voorstel over de verplichte extra inspanning geeft vertrouwen. Vooral de beperkte omvang en de geaccrediteerde punten die meetellen voor de herregistratie bieden perspectief. Daarnaast was er in enkele bijeenkomsten enthousiasme over de inhoud van de scholing, door de raakvlakken met de specifieke praktijksetting waar iemand werkzaam is. Vooral verpleegkundig specialisten preventieve zorg hebben meegedacht over de ontwikkeling van het scholingsprogramma. Dit meedenken wordt momenteel ook met verpleegkundig specialisten chronische zorg georganiseerd, een aantal deelnemers aan de bijeenkomsten heeft zich hier voor aangemeld.
  • De conclusie is dat de beroepsgroep op deze manier kan instemmen met een overgang naar het specialisme AGZ. Het CSV zal daarom deze lijn nu verder uitwerken met het ministerie van VWS. In het eerste kwartaal van 2020 verwacht het CSV meer duidelijkheid te kunnen geven. Daarna zal de RSV in een traject van minimaal 6 maanden alle verpleegkundig specialisten informeren over de invoering van de nieuwe indeling en hoe u precies kunt overgaan.

Wanneer is er meer informatie bekend?

  • In het eerste kwartaal van 2020 verwacht het CSV meer duidelijkheid te kunnen geven. De RSV zal in ieder geval in een traject van minimaal 6 maanden alle verpleegkundig specialisten informeren over de invoering van de nieuwe indeling en hoe u precies kunt overgaan. 
  • Ook zal alle informatie te lezen zijn op de website van het Verpleegkundig Specialisten Register.

Tot slot: wat kun je zelf doen?

  • Zorg ervoor dat je correcte e-mailadres en postadres bekend zijn. Dan weet je zeker dat je alle noodzakelijke informatie ontvangt.
  • Je kunt je adresgegevens controleren door in te loggen op Mijn V&VN.
  • En natuurlijk is het belangrijk dat je alle informatie die je ontvangt zorgvuldig doorleest.
  • Heb je dan toch nog vragen? Zoek dan contact met het Verpleegkundig Specialisten Register (CSV en RSV) via (030) 291 90 50.