Je wil je vak bijhouden en je ontwikkelen, zodat je dagelijks de beste zorg kunt bieden aan je patiënt, cliënt of bewoner. Geaccrediteerde scholing, leren op de werkplek en overige activiteiten die bijdragen aan jouw deskundigheid kun je allemaal toevoegen aan je portfolio in het Kwaliteitsregister V&V.

ODA in je portfolio

In je portfolio heb je twee soorten activiteiten: geaccrediteerde scholing en ODA, overige deskundigheidsbevorderende activiteiten waar je als verpleegkundige of verzorgende van leert. ODA kun je zelf bijschrijven in je portfolio in het Kwaliteitsregister in de volgende categorieën:

  • leren op de werkplek
  • deelname aan commissie | werkgroep | bestuur
  • intercollegiale toetsing
  • overige niet-geaccrediteerde scholing
  • casuïstiekbespreking
  • intervisie
  • klinische les
  • artikel | boek publiceren
  • zelfstudie

Als verpleegkundige of verzorgende maak je zelf de afweging welke activiteiten je toevoegt als ODA en hoeveel uren/punten je daaraan toekent. Het gaat daarbij om deskundigheidsbevorderende activiteiten die direct bijdragen aan jouw kennis en deskundigheid om jouw beroep beter te kunnen uitoefenen.

Iedere deskundigheidsbevorderende activiteit versterkt jouw kennis en vaardigheden binnen één of meer CanMEDS-competentiegebieden. Deze bieden een houvast voor het op peil houden van jouw deskundigheid en je te blijven ontwikkelen in je vak.   

CanMEDS in het Kwaliteitsregister

Wil je weten wat het verschil is tussen beroepsmatige en deskundigheidsbevorderende activiteiten? Bekijk dan de Veelgestelde vragen.

Uren/punten toekennen aan activiteiten

De basisregel is simpel: voor één effectief uur aan deskundigheidsbevordering kun je één punt opvoeren. Om te voorkomen dat er te grote verschillen ontstaan in het aantal punten dat voor eenzelfde soort activiteit wordt opgevoerd, hebben we maxima gesteld aan het aantal punten per activiteit. Deze vind je in de tabel hieronder. Maar de verantwoordelijkheid voor je portfolio blijft altijd bij jou als gebruiker zelf. Daarom is het mogelijk om van deze maxima af te wijken, mits je kunt onderbouwen waarom je dat hebt gedaan.
Aan de activiteiten die je toevoegt in de categorieën intercollegiale toetsing en leren op de werkplek is geen maximum verbonden. Je bepaalt zelf hoeveel uren je hebt geleerd.

Voorbeeld:
De tabel geeft voor een klinische les maximaal 1 punt per keer aan. Maar bij jou op de afdeling hadden jullie tijdens een studiemiddag twee klinische lessen aan elkaar gekoppeld, waardoor de activiteit twee uur duurde. Daarom besluit je om 2 punten op te voeren in je portfolio.

Tabel activiteiten en punten

 Overige deskundigheidsbevorderende   activiteit (ODA)

 Maximum aantal punten 
 Leren op de werkplek  geen maximum
 Intercollegiale toetsing  geen maximum
 Klinisch 
 Klinische les
 Intervisie
 Casuïstiekbespreking

 1 punt/keer
 1 punt/keer
 1 punt/keer
 Scholing
 Workshop
 Bijscholing
 Cursus
 Opleiding per dag

 2 punten/keer
 6 punten/keer
 6 punten/keer
 6 punten/keer
 Symposium/ congres
 Congres
 Symposium

 6 punten/keer
 6 punten/keer
 Voorbereiding van een   deskundigheidsbevorderende activiteit

 Zelfstudie ter voorbereiding op intercollegiale   toetsing, klinische les, intervisie of   casuïstiekbespreking
 Zelfstudie ter voorbereiding op een   presentatie, workshop of voordracht
 Zelfstudie ter voorbereiding op een   cursus(lengte cursus meer dan 4 uur)

 


 1 punt/keer


 1 punt/keer

 2 punten/keer

 Publiceren (vakinhoudelijk)
 Artikel
 Publicatie 5-15 pagina's
 Publicatie 16-30 pagina's
 Volledig boek (meer dan 30 pagina's)

 2 punten/keer
 4 punten/keer
 6 punten/keer
10 punten/keer
 Deelname aan vakinhoudelijke   commissie/werkgroep/bestuur
 Inhoudelijke werkgroep/vakcommissie
 VAR
 Bestuur beroepsvereniging


 5 punten/jaar
 5 punten/jaar
 5 punten/jaar
 Zelfstudie
 Vaktijdschrift, vakliteratuur, studeren
 
 5 punten/jaar

 

De volledige 'Richtlijn Overige Deskundigheidsbevorderende Activiteiten' vind je onderaan deze pagina bij 'Handige documenten'.

ODA toevoegen in je portfolio

Dit doe je als volgt:

  • Open het Kwaliteitsregister op desktop of de app
  • Voer een nieuwe activiteit (ODA) in, via de button ‘ODA toevoegen’ in de app
        Op desktop is dit de button ‘Toevoegen overige deskundigheidsbevorderende activiteiten’
  • Kies een van de categorieën
  • Vul de velden (datum, omschrijving, punten etc.) in, voeg eventueel een bewijs van deelname toe en sla de ODA op

Via de app van het Kwaliteitsregister kun je ODA heel eenvoudig toevoegen via de knop ‘ODA toevoegen’.

Download de app en ga aan de slag

 

Heb je in of rond je werk een activiteit uitgevoerd waar je veel van hebt geleerd? Dan kun je die toevoegen in de categorie ‘Leren op de werkplek’.

Leren op de werkplek

Activiteiten rond je werk, waar je van leert en die bijdragen aan je deskundigheid, vallen ook onder ODA. Deze mag je dus bijschrijven in je portfolio. Voorbeelden van werkplekleren zijn:

  • Meekijken met een collega die een bepaalde taak uitvoert
  • Zelf een instructie geven aan een collega
  • Deelnemen aan een vernieuwend project
  • Ondersteuning of feedback krijgen van een mentor of coach

Het grote voordeel van leren op de werkplek is dat je iets leert op het moment dat je het echt nodig hebt. Je mag zelf bepalen wat je wil leren op je werkplek en hoeveel uren je hieraan toekent in je portfolio.

Praktische tips leren op de werkplek (pdf)

Intercollegiale toetsing

Bij een intercollegiale toetsing bespreek je samen met je collega’s een praktijksituatie. De uren die je hebt besteed aan deze bijeenkomst mag je bijschrijven in je portfolio onder ‘Intercollegiale toetsing’. Daarnaast mag je één punt bijschrijven voor de voorbereiding van de toetsing onder:

‘Zelfstudie’ -> ‘Voorbereiden intercollegiale toetsing, klinische les, intervisie of ‘Casuïstiekbespreking’.

Als hulpmiddel bij het bepalen of een bijeenkomst een intercollegiale toetsing is, kun je de vragen in dit Bewijs van deelname document als leidraad nemen. Als je alle vragen met ‘ja’ kunt beantwoorden dan is er sprake van intercollegiale toetsing.

Als deelnemer aan de toetsgroep kun je het document na de bijeenkomst invullen en als bewijsmateriaal in jouw portfolio onder ODA -intercollegiale toetsing toevoegen.
Als je niet alle vragen met ‘ja’ kunt beantwoorden, dan valt de bijeenkomst onder één van de andere ODA, denk aan intervisie, casuïsitiekbespreking of klinische les.

Raadpleeg ook het stappenplan intercollegiale toetsing.

Handvaten intercollegiale toetsing

Toetsgroep
Van belang is dat intercollegiale toetsing plaatsvindt in een veilige setting en dat alle deelnemers een actieve rol hebben in de bespreking. Dit heeft consequenties voor de omvang en samenstelling van de toetsgroep. Houdt de omvang van de toetsgroep daarom beperkt tot 3 tot 5 collega’s waarmee je regelmatig samenwerkt en die je vertrouwt. In principe zijn dit verpleegkundigen en/of verzorgenden, maar ook andere professionals waarmee je regelmatig samengewerkt kunnen bij de toetsgroep worden betrokken.
Het is te overwegen om, vooral in de beginfase van intercollegiale toetsing, begeleiding te organiseren. Wijs per bijeenkomst in elk geval een voorzitter aan om jullie discussie te leiden.

Toetsbijeenkomst
In een toetsgroep laat je beurtelings je handelen toetsen en toets/bespreek je het handelen van de andere leden. Bespreek per toetsbijeenkomst maximaal twee praktijkgevallen. Probeer je handelen ten minste eén keer per jaar te laten toetsen.

Welke onderwerpen lenen zich voor intercollegiale toetsing?
Al het handelen dat jij uitvoert als verpleegkundige of verzorgende komt in principe voor intercollegiale toetsing in aanmerking. Het kunnen ervaringen zijn uit de directe patiëntenzorg, maar ook in de samenwerking met collega's of andere beroepsbeoefenaren of in het contact met patiënten of familie. Daarbij moet het gaan over ervaringen/gebeurtenissen waar je over twijfelt. Je hebt iets op een bepaalde manier aangepakt en je wilt weten wat je beter had kunnen doen. Je wilt weten of je de goede keuzes hebt gemaakt, of het de goede aanpak was. Dat leg je voor aan je collega's, met als uitgangspunt: wat had ik beter kunnen doen en wat waren mijn alternatieven?

Een toetsbijeenkomst organiseren

A Voorbereiding

  • Laat jij je handelen toetsen, dan bereidt je de bijeenkomst kort voor.
  • Je formuleert welk handelen je wilt laten toetsen.
  • Je verzamelt informatie
  • Je stuurt een korte omschrijving van dat handelen en een overzicht van de verzamelde informatie een week van te voren aan de deelnemers aan de toetsgroep.

B Inhoud bijeenkomst

  • Laat jij je handelen toetsen, dan leg je uit wat je hebt meegemaakt en hoe je hebt gehandeld.
  • Je licht de dilemma's toe: je vertelt de andere leden van de toetsgroep waar je over twijfelt.
  • De leden van de toetsgroep stellen open vragen om tot verheldering te komen van het handelen en de daarmee samenhangende dilemma's.

Voorbeeld
- waarom heb je zo gehandeld?
- welke alternatieven heb je overwogen?
- op welke manier heb je de patiënt erbij betrokken?
- op welke manier heb je collega's erbij betrokken?
- welke aanvullende informatie heb je gezocht?

  • Je handelen wordt besproken en de leden van de toetsgroep geven feedback vanuit hun eigen kennis en ervaring.
  • Aan de orde kan ook komen wat de van tevoren toegestuurde protocollen, richtlijnen en ander materiaal hierover zeggen.

C Resultaat

  • Laat jij je handelen toetsen, dan formuleer je wat je hebt geleerd.
  • De toetsgroep formuleert gezamenlijk wat van de bijeenkomst kan worden geleerd, incl. de eventuele vervolgstappen die wenselijk zijn.

Hbo-verpleegkunde bijschrijven in je portfolio

Heb je een hbo-v opleiding gevolgd en stond je tijdens die opleiding al als verpleegkundige in het Kwaliteitsregister ingeschreven, dan kun je voor deze opleiding zelf geaccrediteerde punten in je portfolio bijschrijven. Houd rekening met het volgende:

  • Stond je voor het grootste gedeelte van de opleiding ingeschreven in het Kwaliteitsregister, dan kun je na je diplomering je hele opleiding bijschrijven in je portfolio.
  • Stond je voor een beperkt deel van de opleiding ingeschreven in het Kwaliteitsregister, dan kun je alleen de (afgeronde) opleidingsonderdelen bijschrijven die je hebt doorlopen in deze beperkte periode.
  • Heb je de opleiding nog niet afgerond en vraag je herregistratie aan in het Kwaliteitsregister, dan kun je alle op dat moment afgeronde opleidingsonderdelen bijschrijven in je portfolio. De opleidingsonderdelen die je nog moet volgen, mag je in je volgende registratieperiode bijschrijven.
  • De opleidingsinstelling waar je je hbo-v-opleiding hebt gevolgd is NVAO-geaccrediteerd: deze opleidingsinstellingen staan op een lijst in je portfolio. Het maakt overigens niet uit welke opleidingsvariant je hebt gevolgd. Deze regeling is van toepassing op elke variant: voltijd, deeltijd, duaal of flexibel.
  • Jouw bewijsmateriaal is gewaarmerkt.

Heb je meer vragen over het bijschrijven van je hbo-v-opleiding in het Kwaliteitsregister V&V? Kijk dan bij de veelgestelde vragen.

Hulp bij het invoeren van je hbo-v opleiding in je portfolio (Word).