6 vragen over pijn

Volgens de definitie van de International Association for the Study of Pain (IASP) wordt pijn gedefinieerd als: ‘een onplezierige, sensorische en emotionele beleving, die veroorzaakt wordt door feitelijke of dreigende weefselbeschadiging, of die omschreven wordt in dergelijke termen.’ (Merksey, 1979)

Verpleegkundigen hebben binnen het multidisciplinaire team een belangrijke taak bij het signaleren, observeren en behandelen van pijn en het begeleiden en voorlichten van patiënten en cliënten.

Hoe staat het met jouw kennis van pijnproblematiek en pijnbehandeling? 6 vragen voor jou:

1. Wat wordt bedoeld met de uitspraak: ‘pijn is multidimensioneel van karakter’?

  1. De ervaring van pijn hangt samen met je karakter.
  2. Pijn is een persoonlijke ervaring, die door iedere patiënt individueel wordt beleefd.
  3. Pijn moet bij voorkeur multidisciplinair behandeld worden.

 

2. Wat is acute pijn?

  1. Pijn bij een acute weefsel beschadiging.
  2. Pijn waarvoor je acuut naar de huisarts of ziekenhuis moet.
  3. Pijnscore van 4 of hoger op de Numerical Rating Scale (NRS).

 

3. Wat is chronische pijn?

  1. Pijn die voorkomt bij chronische ziekten zoals reuma, COPD of diabetes.
  2. Pijn die langer bestaat dan drie maanden
  3. Pijn die langer bestaat dan drie maanden of langer duurt dan de verwachte tijd voor herstel na beschadiging of ziekte.

 

4. Wat is belangrijk bij vroege herkenning en behandeling van pijn?

  1. Driemaal per dag naar pijn vragen.
  2. Driemaal per dag naar pijn vragen en bij een pijnscore van 4 of hoger pijnbehandeling toe passen volgens protocol.
  3. Driemaal per dag naar pijn vragen en bij een pijnscore hoger dan 4 met de patiënt in gesprek gaan over de betekenis van de NRS-score voor hem of haar en vervolgens gezamenlijk besluiten of pijnmedicatie nodig is.

5. Wat kun je doen als pijnmeting met de NRS (Numerical Rating Scale) niet mogelijk is door communicatieve stoornissen of cognitieve beperkingen, bijvoorbeeld bij cliënten met een verstandelijke beperking of dementie?

  1. Aan een familielid vragen of hij of zij denkt dat de cliënt pijn heeft.
  2. Kijken naar het non-verbaal pijngedrag van de cliënt met behulp van een observatieschaal.
  3. Voor de zekerheid pijn medicatie geven.

 

6. Wat zijn veel gehoorde misverstanden over pijn en pijnbehandeling?

  1. Pijn hoort bij het ouder worden en er is niet zo veel aan te doen.
  2. Pijnstillers hebben veel bijwerkingen en zijn verslavend.
  3. Ik ben nu pijnvrij, dus ik wacht met het nemen van het volgende medicijn tot de pijn erger wordt.
  4. Alle bovenstaande antwoorden

Antwoorden op de vragen

Antwoorden

  1. De ervaring van pijn hangt samen met je karakter.
  2. Pijn is een persoonlijke ervaring, die door iedere patiënt individueel wordt beleefd.
  3. Pijn moet bij voorkeur multidisciplinair behandeld worden.

Het goede antwoord is B
Pijn is een persoonlijke ervaring, die door iedere patiënt individueel wordt beleefd. De Amerikaanse verpleegkundige en pionier op het gebied van verpleegkundige zorg bij pijn, Margo McCaffery beschreef in 1979 al heel treffend: ‘Pijn is dat wat de patiënt die pijn heeft, zegt dat het is en treedt op als de patiënt zegt dat deze optreedt’ (McCaffery, 1979). Pijn en emotie zijn daarbij niet te scheiden. Niet alleen wat er op dit moment gaande is in het zenuwstelsel maar ook vroegere ervaringen, je stemming en je verwachtingen hebben invloed op de manier waarop je pijn ervaart op een bepaald moment.

Bron:
Merskey, H. by IASP in PAIN, number 6, page 250 (1979)
McCaffery, M. Nursing Management of the Patient with Pain, Lippincott, 1979

2. Wat is acute pijn?

  1. Pijn bij een acute weefsel beschadiging.
  2. Pijn waarvoor je acuut naar de huisarts of ziekenhuis moet.
  3. Pijnscore van 4 of hoger op de Numerical Rating Scale (NRS).

Het goede antwoord is A:
Acute pijn is pijn die ontstaat door weefsel beschadiging direct na een ongeval (bijvoorbeeld een snijwond of verzwikte enkel) of na een operatie. Acute pijn dient als een waarschuwingssignaal dat er weefselschade is. Acute pijn heeft vaak een reversibele (omkeerbare) oorzaak en gaat weer over als het onderliggende probleem behandeld wordt. Slecht behandelde acute pijn kan ernstige medische complicaties geven, zoals: infecties van de luchtwegen, cardiale complicaties en het herstel vertragen. Slecht behandelde acute pijn kan ook resulteren in chronische pijnklachten.

Bron:
Website Universitair pijncentrum Maastricht
Rapport Chronische pijn, Regieraad Kwaliteit van Zorg (2011)
VMS Veiligheidsprogramma (2009)

  1. Pijn die voorkomt bij chronische ziekten zoals reuma, COPD of diabetes.
  2. Pijn die langer bestaat dan drie maanden
  3. Pijn die langer bestaat dan drie maanden of langer duurt dan de verwachte tijd voor herstel na beschadiging of ziekte.

Het goede antwoord is C.
Chronische pijn wordt gedefinieerd als pijn die langer bestaat dan drie maanden of langer duurt dan de verwachte tijd voor herstel na beschadiging of ziekte. Chronische pijn kan veroorzaakt worden door spontane pijnimpulsen of een continue pijnstimulus, er is dan geen sprake meer van een waarschuwingssignaal. Eigenlijk is het pijnsysteem zelf ziek. Chronische pijn heeft grote impact op de kwaliteit van leven, dagelijks functioneren, stemming, en ziekteverzuim van de patiënt.

Bron:
Rapport Chronische pijn, Regieraad Kwaliteit van Zorg (2011)

  1. Driemaal per dag naar pijn vragen.
  2. Driemaal per dag naar pijn vragen en bij een pijnscore van 4 of hoger pijnbehandeling toe passen volgens protocol.
  3. Driemaal per dag naar pijn vragen en bij een pijnscore hoger dan 4 met de patiënt in gesprek gaan over de betekenis van de NRS-score voor hem of haar en vervolgens gezamenlijk besluiten of pijnmedicatie nodig is.

Het goede antwoord is C
In het boekje ‘Vroege herkenning en behandeling van pijn’, van het VMS Veiligheidsprogramma (2009) staan de volgende stappen beschreven:

    1. Vraag standaard driemaal per dag naar pijn op dat moment. Meet de pijn met de Numerical Rating Scale (NRS).
    2. Registreer de pijnscores in het elektronisch patiëntendossier (EPD) of het verpleegkundig dossier.
    3. Pas bij een pijnscore van 4 of hoger, of wanneer de patiënt door pijn wordt gehinderd in zijn functioneren, pijnbehandeling toe volgens protocol.
    4. Geef patiëntenvoorlichting en betrek de patiënt bij zijn of haar behandeling.

Uit promotieonderzoek van pijn verpleegkundige en Verplegingswetenschapper Jacqueline van Dijk in 2015 onder postoperatieve patiënten blijkt echter dat de meeste patiënten met NRS-scores van 4 tot en met 6, dit als draaglijke pijn zien en geen pijnstilling nodig hebben. Te strak hanteren van de NRS-score in de postoperatieve pijnbehandeling kan leiden tot overbehandeling. ‘Als verpleegkundigen alleen een NRS-score vragen zonder te luisteren naar het verhaal van een patiënt, kunnen zij de unieke pijnervaring van patiënten verkeerd interpreteren’. Door in gesprek te gaan over de score kan daarna samen met de patiënt besloten worden om wel of geen pijnmedicatie te gebruiken.

Bron: VMS Veiligheidsprogramma (2009)
Pijnmeting na de operatie, Lekenboekje behorende bij het Proefschrift van Jacqueline van Dijk, 2015

Wat kun je doen als pijnmeting met de NRS (Numerical Rating Scale) niet mogelijk is door communicatieve stoornissen of cognitieve beperkingen, bijvoorbeeld bij cliënten met een verstandelijke beperking of dementie?

  1. Aan een familielid vragen of hij of zij denkt dat de cliënt pijn heeft.
  2. Kijken naar het non-verbaal pijngedrag van de cliënt met behulp van een observatieschaal.
  3. Voor de zekerheid pijn medicatie geven.

Het goede antwoord is B
Signaleren van pijn bij mensen met communicatieve stoornissen of cognitieve beperkingen begint bij een goed gebruik van je eigen zintuigen en alertheid op signalen dat er iets ‘niet pluis’ is. Het gaat meestal om veranderingen in het (non-verbaal) gedrag of stemming die afwijken van het normale patroon van de cliënt. Deze veranderingen zouden kúnnen duiden op pijn.
Om veranderingen in de mimiek, lichaamshouding of lichaamsbewegingen of gedragsverandering goed te kunnen observeren kun je gebruik maken van observatieschalen zoals:

  • de REPOS-schaal (Rotterdam Elderly Pain Observation Scale).
  • de PACSLAC-D (Pain Assessment Checklist for Seniors with Limited Ability to Communicate – Dutch Language)
  • de PAINAD (Pain Assessment in Advanced Dementia).

 

Let op: gebruik deze observatieschalen alleen bij de daarvoor bedoelde cliënten en laat je scholen voordat je ze toepast: Comfort Assessment Repos.

Bron:
Multidisciplinaire richtlijn Signaleren van pijn bij mensen met een verstandelijke beperking, V&VN, februari 2015 Utrecht
Handleiding – Ouderen en pijn, tips voor verpleegkundigen en verzorgenden. Verenso, 2011

  1. Pijn hoort bij het ouder worden en er is niet zo veel aan te doen.
  2. Pijnstillers hebben veel bijwerkingen en zijn verslavend.
  3. Ik ben nu pijnvrij, dus ik wacht met het nemen van het volgende medicijn tot de pijn erger wordt.
  4. Alle bovenstaande antwoorden zijn juist

Het goede antwoord is D.
Alle antwoorden zijn juist. Er zijn veel misverstanden over pijn en pijnbehandeling, zowel bij patiënten als bij zorgprofessionals. Veel patiënten hebben een lage verwachting van het effect van pijnmedicatie. Ook maken zij zich zorgen over de bijwerkingen of weten zij niet dat deze bijwerkingen te behandelen zijn. Sommige patiënten verkiezen de pijn boven bijwerkingen zoals misselijkheid, braken, obstipatie of verwardheid. Veel patiënten (en ook nog steeds veel zorgverleners) denken dat morfine en andere opioïden verslavend zijn. Een groot onderzoek naar het langdurig gebruik van morfine en soortgelijke pijnstillers door patiënten met chronische pijn, laat zien dat er slechts weinig patiënten verslaafd raken (7 uit 4.884 patiënten = 0.14%).
In de Handleiding – Ouderen en pijn, tips voor verpleegkundigen en verzorgenden van Verenso (2011) staat een mooi overzicht van misverstanden over pijn en wat je antwoord daarop zou kunnen zijn.

Bron:
Pijnmeting na de operatie, Lekenboekje behorende bij het Proefschrift van Jacqueline van Dijk, 2015
Handleiding – Ouderen en pijn, tips voor verpleegkundigen en verzorgenden. Verenso, 2011

Verantwoording

Deze kennistest is opgesteld door Saskia Danen, verpleegkundige (niet praktiserend) en gezondheidswetenschapper. Naast trainer voor de V&VN Academie (o.a. vakbijeenkomst Dementie, Depressie en Delier) verzorgt ze vanuit haar eigen training- en adviesbureau Zorg4Zorg onderwijs voor diverse opleidingen in de zorg voor ouderen en is ze betrokken bij verschillende innovatieve projecten in de dementiezorg.

Verder lezen?

Op onze website besteden we veel aandacht aan pijn en pijnbestrijding. Wil je jouw kennis verdiepen, kijk dan eens op:

Word lid en praat mee!

Samen met 105.000 leden maken we ons als beroepsvereniging sterk voor professionalisering van de beroepen verpleegkundige, verzorgende en verpleegkundig specialist. Leden horen, zien en helpen; dat is waar we als V&VN voor staan. Wil jij invloed hebben op hoe jouw beroep zich ontwikkelt? Word lid van V&VN.

Word net als Esmee lid van V&VN. Kom op voor jouw beroep!