Osteoporose: iedere zes minuten een breuk, maar nog steeds te weinig kennis

  • 17 september 2019
  • Nieuwsbericht
  • Richtlijnen en protocollen
  • V&VN Algemeen

Dat het onderwerp haar aan het hart gaat, wordt direct duidelijk als Marsha begint te praten over osteoporose en fractuurrisico’s. In 2005 raakte ze bij de osteoporosezorg betrokken en inmiddels houdt ze zich als verpleegkundig specialist promovendus bij het Centrum voor Metabole Botaandoeningen in Het VieCuri Medisch Centrum dagelijks bezig met deze problematiek. “Iedere zes minuten breekt er iemand in Nederland een bot. Naar verwachting hebben we in 2025 1,2 miljoen osteoporosepatiënten. Het is een ontzettend groot probleem, maar toch wordt het door veel mensen over het hoofd gezien.”

Fracturen als grootste probleem

Niet de osteoporose zelf, maar vooral de gevolgen daarvan zijn vervelend voor patiënten. “Uiteindelijk gaat het allemaal over fractuurrisico. Dat is het grootste probleem, niet de osteoporose”, legt Marsha uit. “Patiënten voelen niet dat ze osteoporose hebben of een verhoogd risico daarop. Daardoor is een (preventieve) behandeling lastig vol te houden. Het enige dat je merkt is dat er iets niet gebeurt: je breekt niets. Het vraagt veel van patiënten om, zonder dat ze resultaat merken, pillen te slikken of iedere dag te gaan wandelen. Maar een deel van de patiënten is therapietrouw. Ongeveer 50 procent van alle mensen die starten met een behandeling voor osteoporose stopt hier in het eerste jaar mee.”

Een (preventieve) behandeling is lastig vol te houden. Het enige dat je merkt is dat er iets niet gebeurt: je breekt niets.

Meer aandacht en scholing

Fracturen kunnen bij alle patiënten optreden, niet alleen bij oudere patiënten. Vrijwel alle verpleegkundigen en verzorgenden kunnen er dus mee te maken krijgen. Marsha: “Daarom heb ik het onderwerp aangekaart bij V&VN. Ik vind dat er meer aandacht voor moet komen en meer scholing. Verpleegkundigen hebben een signalerende functie - welke patiënten hebben een verhoogd risico op osteoporose? Preventieve maatregelen kunnen een heel groot effect hebben. Er zijn medicijnen en patiënten kunnen zelf veel doen om botbreuken te voorkomen, zoals genoeg bewegen en zorgen voor voldoende calcium en vitamine D.” Als mensen eenmaal osteoporose hebben, spelen verpleegkundigen en verzorgenden een belangrijke rol bij de behandeling en de begeleiding. Marsha: “Als na een breuk blijkt dat iemand osteoporose heeft, kan dit heel beangstigend zijn. Sommige mensen durven weinig meer. Als iemand eenmaal wat gebroken heeft, verdubbelt de kans op een volgende breuk. Als iemand een wervelinzakking heeft, wordt de kans op een volgende breuk of wervelinzakking vervijfvoudigd. Zo’n wervelinzakking heeft blijvende gevolgen. Je houding verandert, je hebt pijn. Hier moet je mee zien te dealen. In mijn ogen is hier nu te weinig aandacht voor.”

Verpleegkundige richtlijn

Uit het onderzoek van Nivel blijkt dat niet alleen Marsha, maar bijna een kwart van de 581 ondervraagde verpleegkundigen en verzorgenden de gebrekkige aandacht voor de gevolgen van osteoporose als knelpunt ervaart. Ook is er volgens verpleegkundigen en verzorgenden sprake van een kennistekort; wijkverpleegkundigen ervaren financieel-organisatorische knelpunten en in alle sectoren zijn de taakverdelingen en samenwerkingsafspraken vaak onduidelijk. Tot slot noemt bijna een kwart van de verpleegkundigen en verzorgenden het ontbreken van een duidelijke richtlijn als knelpunt. “Er bestaat nu geen verpleegkundige richtlijn”, vertelt Marsha. “Er zijn medische richtlijnen, een richtlijn voor fysiotherapeuten en een richtlijn voor huisartsen. Hier staat de verpleegkundige zorg echter niet in beschreven.” Naast de ontwikkeling van een zorginhoudelijke richtlijn is het ook belangrijk dat de kennis in de praktijk wordt gebracht, bijvoorbeeld door scholing op maat.

Aan de slag

V&VN gaat de aankomende tijd met de aanbevelingen van de knelpuntenanalyse aan de slag. De ontwikkeling van een verpleegkundige richtlijn is een eerste stap. Hierbij wordt de samenwerking gezocht met andere disciplines, waar al richtlijnen ontwikkeld zijn. Naar verwachting start het ontwikkeltraject in 2020. Wil je meewerken of meedenken? Laat het weten via richtlijnen@venvn.nl.

Vanaf begin 2020 kun je reageren op berichten via het nieuwe verenigingsplatform van V&VN. Wil je nu al een reactie kwijt? Praat mee op social media.

Word lid en praat mee!

Samen met 105.000 leden maken we ons als beroepsvereniging sterk voor professionalisering van de beroepen verpleegkundige, verzorgende en verpleegkundig specialist. Leden horen, zien en helpen; dat is waar we als V&VN voor staan. Wil jij invloed hebben op hoe jouw beroep zich ontwikkelt? Word lid van V&VN.