“Als je hulp nodig hebt, dan zeg je het maar, want ik ben heel intelligent.” Verdiept in mijn studieboeken zit ik in een Amsterdamse kroeg. Morgen les over bloedstolling en nu pas tijd om alles goed voor te bereiden. Op de achtergrond een verjaardagsfeestje van een stamgast. Eén van de verjaardagsgasten komt af en toe even kijken wat ik nou precies aan het doen ben. En biedt nu dus zelfs ‘hulp’ aan. Zijn bemoeienis een beetje zat, laat ik hem de voorkant van mijn studieboek zien: Hematologie. Misschien schrikt dat af. Met de nodige alcohol achter de kiezen kan hij de titel nog net over zijn lippen krijgen. Onbegrijpend kijkt hij mij aan. “Het gaat over ziektes van bloed, lymfe en beenmerg”, licht ik toe. “Oh,” zegt hij, “dat klinkt niet best. Maar dat komt niet in Nederland voor toch?”

Gelukkig, denk ik bij mezelf. Gelukkig heb je (blijkbaar) geen mensen in je omgeving met leukemie, lymfeklierkanker, sikkelcelziekte of een andere nare hematologische aandoening. Wat zou ik dat graag meer mensen gunnen. In de eerste plaats natuurlijk degenen die zo’n ziekte krijgen. Maar ook hun ouders, kinderen, broers, zussen, vrienden en vriendinnen. Mensen die maanden tot jaren in onzekerheid leven terwijl ze (hun naaste) zware behandelingen moeten (zien) ondergaan. Mensen die na die behandelingen, gekweld door allerlei complicaties, nog tijden nodig hebben om op te krabbelen. (“Alle spontaniteit is uit mijn leven verdwenen”, zei een patiënt laatst tegen me, acht maanden na haar stamceltransplantatie.) En vanzelfsprekend de mensen die het leven of hun liefste los moeten laten. Veroorzaakt door een foutje in een cel. Veroorzaakt door stomme pech.

“Tjonge, wat heftig”, hoor ik vaak als ik buitenstaanders over mijn werk vertel. “Dat zou ik niet kunnen hoor.” En ja, artsen, verpleegkundigen, voedingsassistenten, teamleiders, schoonmakers, paramedici en studenten – de verhalen op onze afdeling laten niemand koud. Maar juist omdat ze bestaan, juist vanwege die stomme pech die onze patiënten trof, willen we er met zijn allen voor zorgen dat de periode van ziek zijn en behandeling, en wanneer het niet anders kan ook die van het sterven, zo goed en fijn mogelijk verloopt. Met een nog beter medicijn. Met een luisterend oor. Met een fijne tip. Met een goeie grap.

Door het delen van ervaring, door studie en onderzoek kunnen we gelukkig steeds beter inspelen op wat de patiënt nodig heeft. Voor mij reden te meer om zoveel mogelijk van patiënten en collega's op te steken, vakliteratuur te lezen, actief te zijn in de beroepsvereniging en nu de opleiding tot hematologieverpleegkundige te volgen. Ik kijk nog een keertje naar mijn studieboek. “Geeft niet dat je er niks vanaf weet. Houden zo.”, zeg ik tegen de verjaardagsgast. “Een fijn feest gewenst vanavond!”

Rixt Bode

Juni 2017

Word lid en praat mee!

Samen met 105.000 leden maken we ons als beroepsvereniging sterk voor professionalisering van de beroepen verpleegkundige, verzorgende en verpleegkundig specialist. Leden horen, zien en helpen; dat is waar we als V&VN voor staan. Wil jij invloed hebben op hoe jouw beroep zich ontwikkelt? Word lid van V&VN.