‘Wij horen mee te beslissen in de top’

  • 28 juni 2021
  • V&VN magazine
  • V&VN Algemeen
Christine Paauwe Header2
Foto © Frank Ruiter

Christine Paauwe-Meijer (69), voormalig verpleegkundig directeur van het Prinsengrachtziekenhuis, over invloed van verpleegkundigen toen en nu: “De mensen op de werkvloer, die moeten het bepalen.” 
 
En toen lag de voormalig verpleegkundig directeur zelf in het ziekenhuis, twee jaar geleden – om een nier af te staan voor haar man. Hoe ervoer zij de zorg van nu? Ze aarzelt. De verpleegkundigen aan haar bed waren aardig. En deskundig. Het werk is 25 jaar later technischer, geavanceerder en complexer geworden, dat ziet ze ook wel. Maar toch. “Wat mij opviel: er was geen echte zorg. Met één nier hoor je veel te drinken, maar ik moest constant zelf vragen om een glaasje water. Ik wilde ’s morgens onder de douche. Er was niemand. 

De verpleegkamer zat bomvol witte jassen, van artsen en verplegend personeel – die zag ik de hele tijd maar overleggen en naar een computerscherm zitten kijken. Daar schrok ik van. Hoe de zorg is gebureaucratiseerd. Hoe je alles maar moet noteren en verantwoorden op formulieren, hoe weinig tijd er overblijft voor care, en hoeveel angst er is om fouten te maken. Maar weet je wat zo vervelend is? Ik wil niet een ouwe taart zijn die afgeeft op de zorg. Want ik weet ook: de verpleegkundigen van nu doen hun uiterste best. Zeker nu, in deze coronatijd, zien we dat dagelijks. Daar heb ik grote bewondering voor.”   

Zorg was heel ‘gewoon’. Dat leerde je van je moeder, in grote gezinnen, en anders wel op de huishoudschool.

Rond 1970 werd ze leerling-verpleegkundige in het Prinsengrachtziekenhuis in Amsterdam. Wat was haar motivatie? “Ik wilde ontwikkelingswerk in Afrika gaan doen. Avontuur. Zorgen voor een betere wereld. Ik was jong en onbezonnen, maar in de eerste jaren heb ik wel leren verplegen. Het Prinsengrachtziekenhuis was klein van opzet, rond de honderd bedden. Natuurlijk hadden we een goede wondverzorging en een goed medicijndistributiesysteem, maar de nadruk lag ook sterk op verzorging. In de ochtend deed je de gordijnen open en ging je de kussens even opschudden. 

‘Nou mevrouw, goedemorgen, u krijgt zo uw kopje thee.’ Dat kwamen we niet brengen op zo’n grote kar, nee, op een dienblaadje. Als in een hotel. “In mijn tijd was zorg nog heel ‘gewoon’. Dat leerde je van je moeder, in grote gezinnen, en anders wel op de huishoudschool. Ik zat toen een jaar intern – met tien andere leerlingen sliepen we in het zusterhuis in de Kerkstraat. En ja, de hoofdzuster was heel streng, echt een tang – zoals je zou verwachten, haha. We rookten een keer een sigaretje bij het open raam van een lege patiëntenkamer. Ik was doodsbang, maar die spanning... Verrukkelijk.” 

Veel vrijheid 

In 1973 vertrok ze naar Botswana, waar ze onder meer een school oprichtte. Enkele jaren later keerde ze terug naar Nederland. Ze volgde een managementopleiding en kwam in 1983 weer in het Prinsengrachtziekenhuis, nu als verpleegkundig directeur. “Voor sommige hoofdzusters was mijn nieuwe rol even wennen, maar dat ging goed. Ik runde het ziekenhuis samen met een medisch directeur, een arts met wie ik prima kon opschieten. Sfeer vond ik belangrijk. Elk jaar meerde Sinterklaas met een bootje af en bezocht alle patiënten, er was een kerstborrel voor het personeel en twee keer per jaar hadden we een speciale cabaretvoorstelling. In 1993 bestond het Prinsengrachtziekenhuis 150 jaar. We hadden de hele Stadsschouwburg afgehuurd, die zat vol met oud-verpleegkundigen. Geweldig.” 

Als verpleegkundig directeur zwaaide ze de scepter over 150 mensen. Hoe was haar stijl van leidinggeven? “Nou, niet top-down. Ik stond meer tussen mijn mensen in. Ik had verschillende verpleegkundige hoofden: van ok, kraam, parterre, 1-hoog en 2-hoog. Soms gaf ik ze wat actuele literatuur, soms liet ik hen een relevante managementcursus doen, maar ik gaf vooral veel vrijheid. Ze waren heel bekwaam, en wisten veel beter wat er van dag tot dag op de werkvloer speelde dan ik. Zo had ik mijn handen vrij om pr te doen voor ons kleine ziekenhuis in de binnenstad. Ik stond op de cover van Vrouw en Bedrijf met een groot interview, en ik deed een keer het ‘Hollands Dagboek’, een bekende rubriek in NRC Handelsblad. Die aandacht was nodig: de kleinschalige zorg kwam meer en meer onder druk te staan.”  

Christine Paauwe Header
Foto © Frank Ruiter

Mensen gaan dood en je kunt niks doen, dat is toch verschrikkelijk?

Efficiëntieslag sloeg door 

In de jaren negentig moest de zorg efficiënter. Lees: goedkoper. In het bestuur van ziekenhuizen en verpleeginstellingen kregen “de economen” meer en meer invloed. Christine Meijer (nog geen Paauwe) kon haar enthousiasme daarover redelijk goed in toom houden. “Kijk, efficiëntie mag altijd. Wij maakten zelf de kamers nog schoon, daar kwamen schoonmakers voor in dienst. Dat is nog te begrijpen. Het grootste probleem was: de efficiëntieslag sloeg door. Economen hadden geen enkel zicht op de werkvloer. Wij moesten het doen met budgetten, en we werden steeds meer afgeknepen. Een verpleegkundige gaf aan dat ze tien mensen nodig had op een afdeling met intensieve zorg, maar dan kreeg ze er toch maar zes. Wie bepaalt dat? Wie kán dat bepalen? Toch niet de econoom achter zijn bureau? Nee, de mensen op de werkvloer! Maar die werden niet meer gehoord. Zo is de zorg steeds meer verschraald.” 

Ze ziet nu een kentering. “In deze coronatijd weten we hoe hard verpleegkundigen werken. Doodzieke mensen verzorgen, dag en nacht, en ook proberen om de familie erbij te betrekken... Mensen gaan dood en je kunt niks doen, dat is toch verschrikkelijk? Verpleegkundigen staan zo dichtbij het vuur. Als zij aangeven: we hebben nu dit of dat nodig, meer mensen of middelen of wat dan ook, dan gééf je dat. Zonder discussie. In feite geldt dat voor alle zorg. Als het gaat om invloed en zeggenschap moeten het medisch en verpleegkundig stafbestuur absoluut gelijkwaardig zijn. Wij horen mee te beslissen in de top.”  

Kleine Prinsengrachtziekenhuisjes 

In 1995 moest het Prinsengrachtziekenhuis haar deuren sluiten – de zorg werd overgenomen door het OLVG. Is zij van mening dat er nu juist weer meer ‘Prinsengrachtziekenhuisjes’ in de wijken moeten komen?  “Ja. Ga die maar weer optuigen. We moeten terug naar de kleinschalige, transmurale zorg. Terug naar: de menselijke maat. Al was het alleen maar door de toenemende vergrijzing, want dat zal de grote uitdaging na corona worden. Een alleenstaande bejaarde man of vrouw met een kapotte knie kan vaak niet terug naar huis, omdat de kinderen zelf een baan en een druk leven hebben. 

De verzorgingshuizen kunnen de vraag al niet meer aan. Wijkverpleging is heel belangrijk, maar ook: een gebouw in de buurt waar mensen even op adem kunnen komen. Een nurse led clinic, zoals dat tegenwoordig heet. Dus: een Prinsengrachtziekenhuis. Terug naar de roots. Meer dan ooit is kleinschalige zorg van verpleegkundigen nodig. Efficiënt, dat wel, maar dan graag zonder bureaucratie en een miljoen formulieren – om eens écht aandacht voor mensen te hebben. Die omslag naar meer tijd en kwaliteit, naar een herwaardering van mijn vak, geeft mij een heel goed gevoel.” 

Word lid en praat mee!

Samen met 105.000 leden maken we ons als beroepsvereniging sterk voor professionalisering van de beroepen verpleegkundige, verzorgende en verpleegkundig specialist. Leden horen, zien en helpen; dat is waar we als V&VN voor staan. Wil jij invloed hebben op hoe jouw beroep zich ontwikkelt? Word lid van V&VN.

Word net als Esmee lid van V&VN. Kom op voor jouw beroep!