Vragen over functiedifferentiatie en Wet BIG-II

  • 15 augustus 2019
  • Nieuwsbericht
  • Beroepsprofielen
  • V&VN Algemeen

Dit artikel wordt niet geüpdatet. Wil je op de hoogte blijven van de meest gestelde vragen? Bekijk dan deze pagina.

<strong>Eind juli kondigde V&VN een pas op de plaats aan met de Wet BIG II en de overgangsregeling voor verpleegkundigen. We gaan de komende tijd met leden en niet-leden in gesprek over de vraag óf we gezamenlijk functiedifferentiatie willen. En zo ja, hoe dan? Alles ligt weer open. Maar wat betekent dat eigenlijk? Hieronder gaan we in op belangrijke vragen die vaak terugkomen.

Wat betekent: alles ligt open?

V&VN heeft de steun voor de Wet BIG-II zoals nu wordt voorgesteld ingetrokken. Alles is nu bespreekbaar. Gaan wij als verpleegkundigen voor functiedifferentiatie? En zo ja, hoe organiseren we dat? De wet is voor V&VN niet het doel op zich en de overgangsregeling ook niet. Wat er nodig is om ons dagelijks werk zo goed als mogelijk uit te voeren wél.

V&VN organiseert de komende periode regiobijeenkomsten door het hele land waar verpleegkundigen zich kunnen uitspreken. Daarnaast kunnen verpleegkundigen ons via de mail en telefonisch bereiken. V&VN betreurt de commotie die is ontstaan en wil vanuit de inhoud, zonder voorwaarden vooraf, in gesprek met haar leden. We gaan geen voorstellen meer steunen die niet op een zo breed mogelijk draagvlak kunnen rekenen.

Waarom mogen alleen leden peilingen invullen?

Dagelijks zijn we vanuit het bureau aan de telefoon, via de website, e-mail en social media met leden en niet-leden in gesprek. Ook komende weken in de regiobijeenkomsten. V&VN vindt dit zo’n belangrijk onderwerp dat ook niet-leden hun stem kunnen laten horen. Maar V&VN is een beroepsvereniging, van, voor en door leden. De leden bepalen de koers van de vereniging. Daarom houden we peilingen alleen onder leden.

Steunt V&VN Wet BIG-II?

Nee, op dit moment niet meer: we hebben de steun voor de Wet BIG-II opgeschort. V&VN vraagt nu (opnieuw) inbreng van leden en niet-leden en komt op basis daarvan met een nieuw standpunt. Voor ons is de wet geen doel op zich.

Is het nodig om functiedifferentiatie in een wet vast te leggen?

Dat staat nu ter discussie, want alles ligt weer open. Omdat het lange tijd niet lukte om functiedifferentiatie op de werkvloer te organiseren, gaf minister Schippers in 2010 de opdracht om nieuwe beroepsprofielen te ontwikkelen voor verpleegkundigen, verzorgenden en verpleegkundig specialisten. Ook gaf zij opdracht om daarbij tot een onderscheid tussen mbo- en hbo-verpleegkundigen te komen. Als we het nu op een andere, betere manier zonder wet kunnen organiseren, heeft dat natuurlijk de voorkeur. Welke manier dat kan zijn, wil V&VN in de komende periode met haar leden bespreken.

Wat zijn de voordelen van wettelijke verankering?

Functiedifferentiatie is eigenlijk een zaak tussen werkgevers en werknemers: dat gebeurt op de werkvloer. Maar tot nu toe is het niet op een andere manier gelukt om functiedifferentiatie van de grond te krijgen. Als beroepsprofielen in de wet worden vastgelegd is het niet langer vrijblijvend. De vrijblijvendheid voor het invoeren van hieruit voortvloeiende functiedifferentiatie is er dan af.

Wat zijn de nadelen van wettelijke verankering?

Een wet is een ingrijpende maatregel om dingen te regelen. Als er wijzigingen nodig zijn, is dat een lang en ingewikkeld proces, inclusief overgangsregelingen. Een ander nadeel van de wet is dat de beroepsgroep en de instellingen minder ruimte hebben om dingen zelf te regelen.

Wat is het verschil tussen functiedifferentiatie en beroepsdifferentiatie?

Beroepsdifferentiatie wordt in de wet verankerd op basis van een diploma. Functiedifferentiatie is de verantwoordelijkheid van werkgevers. Als je een verpleegkundige opleiding volgt dan krijg je een opleidingstitel. Met je diploma kun je je inschrijven in het BIG-register en dan krijg je een beschermde beroepstitel. Met dat beroep kun je ergens gaan werken en dan krijg je een functie. De omschrijving en inhoud van een functie kan per werkgever verschillen. De inhoud van het beroep ligt vast in de wet. Uit het beroep volgt dus een functie. Vanuit de beroepsprofielen ontwikkelen werkgevers de functieprofielen waarin de taken beschreven staan. Elke organisatie doet dit op de manier die het beste past bij de organisatie. Bij de ontwikkeling van functieprofielen zijn bij de meeste werkgevers verpleegkundigen zelf betrokken (via de VAR of in projectgroepen) waardoor je invloed kunt uitoefenen op wat er in het functieprofiel komt te staan. Je kunt als verpleegkundige, als je dat wilt, dus zelf invloed uitoefenen op hoe de functieprofielen eruit gaan zien.

Waarom is het onderscheid tussen mbo- en hbo-verpleegkundigen nodig?

Er wordt nu in de praktijk geen onderscheid gemaakt tussen verpleegkundigen die een mbo- of hbo-opleiding hebben gevolgd. Je komt allebei in hetzelfde beroep van verpleegkundige terecht. Dat is in de afgelopen veertig jaar zo gegroeid. Het onderscheid is van belang om recht te doen aan de competenties van zowel de mbo-opgeleide als de hbo-opgeleide verpleegkundige, met de juiste mix van beide verpleegkundigen in een team. Er zijn verschillende onderzoeken gedaan waaruit blijkt dat de functiemix ertoe doet (zie bijvoorbeeld: RN4cast). Bij de ontwikkeling van de beroepsprofielen vanaf 2010 is beschreven en gemotiveerd dat de kwaliteit van zorg toeneemt als functiedifferentiatie wordt ingevoerd. Zie hiervoor de bronnen in ‘Leren van de toekomst’ en ‘Toekomstbestendige beroepen verpleging en verzorging’.

Daarnaast is de zorg erg veranderd in de afgelopen jaren. Deze veranderingen zetten zich de komende jaren door en hebben ook invloed op de inhoud van het verpleegkundig beroep. In 2010-2011 hebben ruim 1000 verpleegkundigen in rondetafelbijeenkomsten beschreven hoe hun beroep vanaf 2020 eruit gaat zien. Dit is de basis geweest voor de nieuwe beroepsprofielen.

Wat is het verschil tussen de twee beroepsprofielen voor verpleegkundigen?

De verpleegkundige blijft dezelfde taken uitvoeren. De regieverpleegkundige krijgt daarnaast taken erbij. Het verschil tussen het beroep van verpleegkundige en regieverpleegkundige is met name zichtbaar in de overstijgende taken, zoals het indiceren en organiseren van zorg over de werkvelden heen, Evidence Based Practice (inclusief het invoeren daarvan), klinisch redeneren, coaching, praktijkgericht onderzoek uitvoeren en klinisch leiderschap (niet hiërarchisch). De verpleegkundige werkt dus niet ‘onder leiding van’ een regieverpleegkundige.

In de beroepsprofielen voor verpleegkundigen staat in het beroepsprofiel van de mbo-opgeleide verpleegkundige dat deze vooral met voorspelbare en beperkt complexe zorg te maken krijgt. In het beroepsprofiel van de hbo-opgeleide verpleegkundige staat dat deze voornamelijk werkt met zorgsituaties die onvoorspelbaar zijn en waar sprake is van een hoge mate van complexiteit. Wat vindt V&VN ervan dat dit er zo staat?

Wat ons betreft is écht de bedoeling dat iedereen zijn huidige taken blijft houden. De regieverpleegkundige krijgt er taken bij. Dit zien we ook terug in de proeftuinen. De wet gaat over het beroep. In het beroepsprofiel staat beschreven waar een verpleegkundige voor opgeleid is. Zie het als een startkwalificatie. Daarna blijf je je als verpleegkundige ontwikkelen en bouw je ervaring op, waardoor je steeds complexere zorg kunt verlenen. Het beroepsprofiel beschrijft niet wat voor kennis en ervaring iemand heeft opgebouwd. Een verpleegkundige moet kunnen doorgroeien in het vak.

Waar komen de beperkende jaartallen van gespecialiseerde vervolgopleidingen vóór 2003 en hbo-v voor 2012 in de overgangsregeling vandaan? En wat vindt V&VN daarvan?

De jaartallen staan in het adviesrapport van de commissie Meurs. V&VN heeft juist altijd gepleit voor een zo breed mogelijke overgangsregeling zonder beperkingen van jaartallen. Wij hebben gezegd: laat naast de nieuw opgeleide bachelor-verpleegkundigen óók de mbo- en inservice-opgeleide verpleegkundigen met een specialistische opleiding en álle hbo-v-verpleegkundigen toegang krijgen tot het register van regieverpleegkundige, ongeacht de jaartallen. Doe recht aan de opgebouwde kennis en ervaring van alle verpleegkundigen. Wij zijn dus ook niet gelukkig met die jaartallen en we kunnen ze niet uitleggen. Wij hebben gewaarschuwd voor het onbegrip dat deze jaartallen oproepen en dringend geadviseerd om die jaartallen niet over te nemen in de overgangsregeling.

Op welke manier waren verpleegkundigen betrokken bij de totstandkoming van de beroepsprofielen?

In de rondetafelbijeenkomsten in 2010-2011, waaraan ruim 1000 verpleegkundigen hebben deelgenomen, hebben verpleegkundigen hun beroep beschreven zoals zij verwachten dat het er in 2020 uit zou zien. Dat is de basis geweest voor de beroepsprofielen. Daarnaast zijn leden betrokken via bijeenkomsten over functiedifferentiatie, een ledenpeiling, heeft de Ledenraad van V&VN gevraagd en ongevraagd advies gegeven en hebben de 41 besturen van de afdelingen en platforms van V&VN hun inbreng kunnen geven. Ook is een tweede peiling uitgezet onder alle leden van V&VN voor de internetconsultatie. En op de internetconsultatie kon iedereen reageren. De bevindingen uit de internetconsultatie zijn verwerkt in de concept-wettekst.

Over proeftuinen

Zijn er proeftuinen met functiedifferentiatie gedaan in andere werkvelden dan ziekenhuizen?

Er is binnen verschillende zorginstellingen een start gemaakt met functiedifferentiatie. Dat heet niet altijd proeftuin. Er zijn voorbeelden in de VVT sector en GGZ. In de wijkverpleging wordt al vele jaren gewerkt met functiedifferentiatie.

Zijn er proeftuinen gedaan op gespecialiseerde afdelingen?

Er is en wordt binnen diverse zorginstellingen en op verschillende gespecialiseerde afdelingen ervaring opgedaan met functiedifferentiatie.

Hoe worden de resultaten op de proeftuinen geëvalueerd?

Binnen de meeste proeftuinen en afdelingen waar functiedifferentiatie is ingevoerd worden ook de effecten op de patiëntenzorg en patiënttevredenheid geëvalueerd. Daarnaast loopt er een verplegingswetenschappelijk onderzoek naar deze effecten en naar de verpleegkundig sensitieve uitkomsten.

Ontvangt V&VN subsidie van VWS of andere partijen hiervoor?

V&VN is een ledenorganisatie en financiert al activiteiten met betrekking tot beroepsprofielen uit eigen middelen en is voor wat betreft haar bestaan en dit traject niet afhankelijk van subsidies door derden. De controle hierop vindt jaarlijks plaats door de ledenraad van V&VN waaraan het bestuur zich verantwoordt.

Werd de regiegroep beroepsprofielen uit subsidies betaald?

VWS heeft een subsidie van 482.833 euro verleend voor het implementeren van de in 2016 opgeleverde beroepsprofielen en om ervoor te zorgen dat deze beroepen aansluiten op de ontwikkelingen en zorgvraag in de praktijk. De betrokken partijen zijn samengekomen in een regiegroep, bestaande uit V&VN (penvoerder), de gezamenlijke werkgeversorganisaties (VGN, GGZ Nederland, NFU, NVZ en Actiz), de vakbonden (NU’91, FNV), vertegenwoordigers uit het mbo- en hbo onderwijs (LOOV en MBO-Raad) en de Chief Nursing Officer. Het grootste deel van de subsidie is gegaan naar een onafhankelijk onderzoek naar de gevolgen van de nieuwe beroepen op de arbeidsmarkt. Ook was er geld beschikbaar voor een onafhankelijke voorzitter, adviseurs, zaalhuur en faciliteiten. Het project liep van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2018.

Vanaf begin 2020 kun je reageren op berichten via het nieuwe verenigingsplatform van V&VN. Wil je nu al een reactie kwijt? Praat mee op social media.

Word lid en praat mee!

Samen met 105.000 leden maken we ons als beroepsvereniging sterk voor professionalisering van de beroepen verpleegkundige, verzorgende en verpleegkundig specialist. Leden horen, zien en helpen; dat is waar we als V&VN voor staan. Wil jij invloed hebben op hoe jouw beroep zich ontwikkelt? Word lid van V&VN.