Verpleegkundige en familie in discussie over morfine, wat kunnen we leren?

  • 16 februari 2022
  • Nieuwsbericht
  • Wet- en regelgeving
  • V&VN Algemeen
Tuchtrecht

Na het overlijden van een patiënt wordt een wijkverpleegkundige aangeklaagd door de familie vanwege onheuse bejegening en discussie boven het bed van de patiënt. Hoewel het Regionaal Tuchtcollege de klacht afwees, kunnen we hier als beroepsgroep toch van leren.

De zaak speelt in oktober 2020 en gaat over een 76-jarige patiënt met uitgezaaide alvleesklierkanker. Hij is niet meer aanspreekbaar en de familie kan met een pomp extra morfine toedienen (bolus) om de pijn te verzachten. Omdat de man onrustig blijft, wordt de wijkverpleegkundige ’s nachts opgeroepen. De familie vraagt om meer morfine. Er ontstaat volgens de familie discussie boven het sterfbed van de patiënt, waarbij de wijkverpleegkundige zou hebben aangegeven dat haar organisatie niet aan euthanasie doet. De wijkverpleegkundige ontkent dat er discussie is ontstaan. Familieleden willen de situatie met de huisarts gaan bespreken, maar die kans krijgen ze niet.

Nog diezelfde nacht overlijdt de patiënt, volgens zijn dochter na “hartverscheurend lijden”. De familie klaagt daarop de wijkverpleegkundige aan voor onheuse bejegening en discussie boven het hoofd van de patiënt. Ook wordt haar verweten dat ze na het overlijden niet met de familie in gesprek is gegaan. Afgelopen zomer oordeelde het Regionaal Tuchtcollege de klacht op alle onderdelen ongegrond. Niet de wijkverpleegkundige, maar de huisarts was verantwoordelijk voor het medicatiebeleid. Wat de communicatie betreft is het woord tegen woord.

Het is zo belangrijk te vragen naar de beleving van de familie en goed hierover te communiceren.

Ciska Zerstegen, verpleegkundig specialist palliatieve zorg

“De familie beleeft zo’n proces soms anders dan de verpleegkundige. Een heel herkenbare situatie, die voor beide partijen erg moeilijk kan zijn”, zegt Ciska Zerstegen, verpleegkundig specialist palliatieve zorg. Verpleegkundigen doen hun uiterste best in deze intensieve zorg, staan vaak onder tijdsdruk, hebben weinig back-up en krijgen regelmatig te maken met emotionele en soms boze familieleden. Dit vraagt veel van kennis en communicatieve vaardigheden.

Volgens Zerstegen kunnen er meerdere dingen zijn misgegaan. “Het is zo belangrijk te vragen naar de beleving van de familie en goed hierover te communiceren. Vraag ze bijvoorbeeld hoe zij vinden dat hun geliefde erbij ligt. Nog belangrijker is om van te voren goed de wederzijdse verwachtingen te bespreken ten aanzien van het stervensproces, hoe zij het voor zich zien. Een sterfbed goed laten verlopen doe je niet alleen voor een patiënt zelf. De familie neemt de herinnering hieraan voor de rest van hun leven mee. Familie wil het zo goed mogelijk doen, zijn daarop gespitst en hebben ondersteuning nodig van iemand die dit proces kent.”

Wat kunnen we ervan leren?
  • “Hoewel de verpleegkundige waarschijnlijk heel objectief naar de situatie heeft gekeken en daarnaar heeft gehandeld, voelde de familie zich duidelijk niet gehoord. Communicatie is zo belangrijk en begint - als die mogelijkheid er is - al voorafgaand aan een sterfbed. Zo weet je als zorgprofessional hoe de familie erin staat en weet de familie wat de mogelijkheden zijn. In deze casus zegt de familie letterlijk dat er andere verwachtingen waren. Ook dan kun je nog proberen te achterhalen wat de verwachtingen waren. Het is belangrijk om te luisteren en samen naar mogelijkheden te zoeken.”
  • “Vermijd discussie met de familie. Ook over of iets wel of geen euthanasie is. Als de familie een vraag heeft over de medicatie, luister daar naar, vraag door en overleg eventueel met een behandelaar. Er moet altijd vooraf afgesproken worden wat te doen bij veel voorkomende problemen in de stervensfase als pijn, delier, onrust, reutelen en dergelijke en weten wanneer familie en verpleging een behandelaar kunnen bellen. Dit vraagt om kennis van palliatieve zorg bij zowel behandelaren als verpleegkundige. Bij onrust of een delier in de stervensfase is morfine ophogen namelijk niet de oplossing. Belangrijk om vooraf de nodige medicatie als midazolam – (rustgevende medicatie) in huis te halen, die ingezet kan worden. Zowel het gebruiken van morfine als van midazolam heeft niets te maken met euthanasie. Daar wordt soms anders over gedacht door familie en hulpverleners.” Maak gebruik van de gespecialiseerde zorgverleners in de palliatieve zorg, zoals het regionale consultatieteam van PZNL (zeven dagen in de week 24 uur bereikbaar).
  • “Neem familie altijd serieus. Ook al zie je – net als de verpleegkundige in deze casus - een rustige stervensfase, de familie kan hier anders naar kijken. Daarbij gaan zorgprofessionals soms te veel uit van wat er te zien is op het moment zelf, terwijl de familie vaak al uren of dagen naast een patiënt zit en regelmatig onrust hebben gezien terwijl er geen hulpverlener bij was. Als je als zorgprofessional ziet dat een patiënt er rustig bijligt en de familie vindt van niet, bespreek samen wat je ziet en welk lijden de patiënt hiervan kan ervaren betrek zo nodig er dan een collega of de behandelaar bij. Dat werkt twee kanten op. De familie voelt zich gehoord en als zorgprofessional voel je je gesterkt omdat je even hebt kunnen sparren.”

Deze casus is van belang voor verpleegkundigen omdat bijna iedere verpleegkundige in zijn loopbaan wel eens met stervende mensen krijgt te maken. De wijze waarop je dan zorgvuldig met familie weet te communiceren is wezenlijk in de begeleiding bij dit soort situaties. Mocht zo’n situatie onverhoopt miscommunicatie opleveren dan is het van belang hier goed bij stil te staan en tracht dan goed na te denken over hoe je deze miscommunicatie zou kunnen verbeteren en op te lossen. Hiervoor is actuele en correcte kennis over de inhoud van het onderwerp (stervensbegeleiding in de palliatieve fase en informatie hier over geven) wenselijk en noodzakelijk. Heb je te weinig kennis van het onderwerp zorg dan dat je via bijscholing en/of literatuuronderzoek je kennis ophaalt of verbetert. Via bijscholing en trainingen kun je oefenen met gesprekstechnieken in dit soort situaties.

Word lid en praat mee!

Samen met 105.000 leden maken we ons als beroepsvereniging sterk voor professionalisering van de beroepen verpleegkundige, verzorgende en verpleegkundig specialist. Leden horen, zien en helpen; dat is waar we als V&VN voor staan. Wil jij invloed hebben op hoe jouw beroep zich ontwikkelt? Word lid van V&VN.

Word net als Esmee lid van V&VN. Kom op voor jouw beroep!