Revalideren is topsport

  • 4 maart 2020
  • V&VN magazine
  • V&VN Algemeen

Als verzorgende IG helpt Hanny de Kleyn mensen die een fractuur of amputatie hebben ondergaan om hun zelfstandigheid te herwinnen. Dat is niet enkel een kwestie van goede wondzorg. “Ik maak ook tijd en ruimte om naar hun verhalen, zorgen en angsten te luisteren.”

Aan de rand van Nijmegen, daar waar de stad ophoudt en het bos begint, ligt het ZZG Herstelcentrum. Een centrum waar patiënten worden geholpen om hun gezondheid te verbeteren, te behouden of ondersteund worden bij het verlies van die gezondheid. In de praktijk Trauma en Amputatie werkt Hanny de Kleyn (57), verzorgende IG én ambassadeur verzorgende – daarmee heeft ze een voorbeeldfunctie binnen haar zorgorganisatie en binnen V&VN. In deze praktijk revalideren patiënten die een fractuur of amputatie hebben ondergaan en het ziekenhuis mogen verlaten, maar nog niet voldoende zijn hersteld om zelfstandig thuis te functioneren.

Hanny: “We helpen patiënten hun zelfstandigheid terug te krijgen, zodat ze vol vertrouwen naar huis kunnen gaan, of naar een zorginstelling als thuis niet meer mogelijk is. Bij de een lukt dat binnen een maand, de ander werkt soms maandenlang aan zijn of haar herstel. Revalidatie kost nu eenmaal tijd. Het is topsport zeggen ze wel eens. Het is hard werken om weer op de been te komen.”

Ik moet soms op mijn handen zitten om het toch niet even snel zelf te doen

Verzorgende IG Hanny de Kleyn

Acht jaar geleden is Hanny hier komen werken. Nadat ze achttien jaar in een somatisch verpleeghuis werkte, stapte ze over naar de traumazorg. “De uitdaging zit voor mij in de specialistische zorg in deze praktijk, maar ook om patiënten aan te sporen om zoveel mogelijk zelf te doen, om eruit te halen wat erin zit. In de somatische zorg was ik vooral bezig om mensen in de watten te leggen, hier moet ik ze alles zelf laten doen.” Lachend: “Dat vergt ook wel enig geduld. Ik moet soms op mijn handen zitten om het toch niet even snel zelf te doen.” De specialistische zorg die ze in het Herstelcentrum biedt, is onder meer het verzorgen van de wonden en het zwachtelen van de stomp, ook wel conisch zwachtelen genoemd, bij mensen die een amputatie hebben ondergaan. Dat is een speciale techniek waarbij de stomp in een spitse vorm wordt ingezwachteld zodat een prothese later goed aangemeten kan worden. 

Lachend naar de operatiekamer

Deze ochtend helpt Hanny cliënt Marijke Wetenkamp (57), die een bovenbeenamputatie heeft ondergaan aan haar linkerbeen. Een jaar geleden kwam Marijke in deze praktijk terecht nadat ze acuut ontregelde bloedsuikers had. Marijke: “Ik was uitgedroogd, mijn bloedsuikerspiegel schoot alle kanten op, en ik had wondroos, een ontsteking aan mijn huid wat veel voorkomt bij mensen met diabetes. De wonden waren ontzettend pijnlijk, alsof mijn huid in brand stond, en ze genazen niet. Het was voor mij beter om onder begeleiding mezelf weer op de rit te krijgen. Dat is hier redelijk gelukt, alleen hebben ze mijn been helaas niet kunnen redden.”

Amputeren is vaak een laatste redmiddel, dat wordt gedaan als er teveel weefselschade is. Voor Marijke voelde deze oplossing als een verlossing. “De pijn was op een gegeven moment zo heftig dat ik lachend de operatiekamer in ben gegaan.”

‘Mijn hersenen lopen achter’

Hanny controleert voorzichtig de wonden op haar rechter onderbeen. Die voorzichtigheid is nodig omdat de verzorging ervan pijnlijk is. Marijke krijgt dan ook een half uur van tevoren een pijnstiller. Hanny: “Aan de wond ‘lezen’ we hoe het gaat. Ik kijk altijd hoe de wond eruitziet. Is deze mooi rood, geel of zwart? Is de wond niet te vochtig of te droog? Zijn de wondranden rood of rustig? Doet het pijn? Maar een wond kan ook rieken, bijvoorbeeld als er sprake is van een infectie. Voor ons zijn dat allemaal aanwijzingen hoe het wondherstel verloopt.”

Een keer per week spoelt Hanny of een van haar collega’s Marijkes wonden onder de douche schoon met een zachte straal lauw water. De rest van de week maken de verzorgenden alleen het bovenlaagje schoon, het vettig, doorzichtig gaasje dat de wond afdekt.  

Marijke: “Het is nu twee maanden geleden dat mijn been werd geamputeerd en het gaat eigenlijk heel goed. Ik heb wel fantoompijn en jeuk aan mijn geamputeerde been. Wat ik zelf nog het meest bizar vind, is dat ik soms de wind voel blazen langs mijn voet die er niet meer is. Ik heb al geaccepteerd dat mijn been er niet meer is, maar mijn hersenen lopen blijkbaar nog wat achter.” 

Symposium verzorgenden: Terug naar werkplezier

25 maart is het zover, het minisymposium voor verzorgenden: ‘Terug naar werkplezier, ga staan voor je vak!’. Gratis voor leden van V&VN. Er zijn beperkte plekken beschikbaar dus geef je snel op!

Evenwicht vinden

Over de zorg is ze heel erg tevreden. Het is vooral de ‘open cultuur’ binnen de het Herstelcentrum die ze fijn vindt. “Ik voel me hier geen patiënt, maar mens. Er wordt goed naar mij geluisterd. Er is bijvoorbeeld altijd overleg over mijn behandeling en daarin kan ik zelf aangeven wat en hoe ik het wil. Soms ontstaat er dan een discussie, maar dat is oké. Je kunt nu eenmaal een verschillende mening hebben.”

Revalideren betekent voor haar niet alleen haar gezondheid stabiel krijgen, maar ook leren omgaan met een rolstoel en een nieuw evenwicht zien te vinden. Als ze nu uit bed wil komen moet ze immers steun zoeken op één been.

Marijke: “Mijn doel is om uiteindelijk semi-zelfstandig te gaan wonen binnen een woongroep. Zodat er op me wordt gelet, maar ik ook zelf mijn dingen kan doen en ondernemen.” Die zelfstandigheid is in deze praktijk iets waar continu aan gewerkt wordt. Dat wat patiënten zelf kunnen moeten ze ook zelf doen. Hanny: “Met een aantal dingen heeft Marijke nog hulp nodig, maar zoiets als haar bloedsuiker meten met het prikapparaatje kan ze heel goed zelf doen.”

Vertrouwen winnen

Naast de dagelijkse reguliere zorg krijgen verzorgenden in deze praktijk ook te maken met geestelijke of emotionele zorg. Voor veel mensen is het moeilijk om te accepteren dat hun lichaam anders werkt en dat ze meer afhankelijk zijn. Hanny: “Zeker voor mensen in de leeftijd van Marijke, die relatief jong zijn en nog midden in het leven staan. Ik merk dat het  heel verschillend is hoe mensen ermee omgaan. De een kropt het op, de ander praat er heel makkelijk over. Tijdens de ochtendzorg zijn we altijd een-op-een met de patiënt en dat is vaak een goed en vooral rustig moment om die geestelijke zorg aan te pakken. Er is tijd en ruimte om naar de verhalen te luisteren. Het gaat erom dat ik het vertrouwen van de patiënt weet te winnen. Dat die zich veilig voelt om zorgen en angsten met mij te delen.”

Die verhalen zijn voor Hanny een indicatie van wat er in het hoofd van een patiënt afspeelt. Waar maakt die zich zorgen om, hoe kijkt die naar de toekomst? Maar ook of de patiënt zich eenzaam voelt. “Er is vaak niet zo veel nodig om een hersteltraject een klein beetje lichter te maken. Soms is een arm om iemand heen of een luisterend oor al genoeg. Dat is ook het mooie aan dit werk. Dat we soms met een klein stapje één grote stap vooruit zetten. Want als patiënten lekker in hun vel zitten, verloopt het herstel ook beter.”

Word lid en praat mee!

Samen met 105.000 leden maken we ons als beroepsvereniging sterk voor professionalisering van de beroepen verpleegkundige, verzorgende en verpleegkundig specialist. Leden horen, zien en helpen; dat is waar we als V&VN voor staan. Wil jij invloed hebben op hoe jouw beroep zich ontwikkelt? Word lid van V&VN.