Uitkomst ledenpeiling V&VN: geen steun voor Wet BIG-II

  • 25 september 2019
  • Nieuwsbericht
  • Beroepsprofielen
  • V&VN Algemeen

De Wet BIG-II en de overgangsregeling kunnen niet rekenen op steun van V&VN-leden. Dit blijkt uit een ledenpeiling van V&VN waaraan 17.399 leden – verzorgenden, verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten - hebben deelgenomen. 21% van alle respondenten steunt een mogelijke wet, 5% de huidige overgangsregeling. V&VN zal vandaag Alexander Rinnooy Kan, die in opdracht van de minister van VWS de steun voor de Wet BIG-II verkent, dan ook laten weten dat er geen basis is om door te gaan met de Wet BIG-II en de overgangsregeling.

De peiling laat zien dat er geen absolute meerderheid is vóór onderscheid op de werkvloer tussen mbo- en hbo-verpleegkundigen (functiedifferentiatie). De grootste groep is voorstander van functiedifferentiatie (46%), maar is niet veel groter dan de groep tegenstanders (42%). De overige respondenten hebben ‘weet niet’ ingevuld.

Onder de in totaal 14.157 verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten die hebben deelgenomen (dus exclusief de verzorgenden) is 48% vóór onderscheid en 40% tegen. Onder de 2.457 verzorgenden die de peiling hebben ingevuld was de uitslag: 28% voor functiedifferentiatie en 58% tegen. Driekwart (76%) van alle respondenten steunt het besluit van V&VN eind juli om de steun voor Wet BIG-II en de overgangsregeling in te trekken.

Hbo-opgeleide wil functiedifferentiatie

73% van de verpleegkundigen met een hbo-opleiding steunt het onderscheid op de werkvloer tussen mbo- en hbo-verpleegkundigen (17% is tegen). 48% van deze groep (hbo-opgeleid én voor functiedifferentiatie) wil dat vastgelegd zien in een wet. Onder inservice-opgeleiden is 34% voor functiedifferentiatie en 53% tegen. Onder verpleegkundigen met een mbo-opleiding is 37% voorstander van functiedifferentiatie en 51% tegenstander.

Functiedifferentiatie ja/nee

De voorstanders onderbouwen hun keuze voor functiedifferentiatie door te wijzen op het verschil in opleidingsniveau. Tegenstanders wijzen er juist op dat verpleegkundigen hetzelfde werk doen. 12% van alle respondenten antwoordt ‘weet niet’, met als reden dat opgedane ervaring het moeilijk maakt een harde grens te trekken tussen mbo en hbo.

Wel of geen wet

We hebben de voorstanders van onderscheid op de werkvloer tussen mbo en hbo (46%) gevraagd hoe zij dit zouden willen regelen. 21% van alle respondenten wil het onderscheid op de werkvloer tussen mbo en hbo regelen in een wet (beroepsdifferentiatie). 18% wil geen wet, 7% weet het niet. Voorstanders van een wettelijke regeling noemen duidelijkheid als argument. Tegenstanders van een wettelijke regeling, zeggen dat dit ook op de werkvloer geregeld kan worden.

Alternatieven voor wet

We vroegen de voorstanders van functiedifferentiatie die niet voor een wettelijke regeling kiezen, hoe zij het dan geregeld zouden willen zien. 12% van alle respondenten ziet meer heil in het regelen via de cao, 6% in de afzonderlijke instellingen en 3% ziet het als iets tussen individuele werkgevers en werknemers.

Leden veel nauwer betrekken

Gerton Heyne, interim-voorzitter van het V&VN bestuur: “Het is positief dat zo veel leden zich in zo korte tijd hebben uitgesproken. Ik vind het belangrijk dat we onze leden nauwer gaan betrekken bij het bepalen van ons beleid en onze standpunten. Dat is ook mijn opdracht. Er is in de vereniging een grote behoefte om de stem van de leden zwaarder te laten wegen. Het is duidelijk dat er onder onze leden op dit moment geen draagvlak is voor differentiatie, laat staan voor een wet die dat gaat regelen. Er wordt verschillend gedacht over functiedifferentiatie tussen verschillende groepen leden. Dat moeten we in alle openheid met elkaar gaan bespreken. Wij gaan de komende tijd dan ook met deze uitkomsten in de hand het gesprek aan met onze leden. Wat betekent dit voor de verdere ontwikkeling van het verpleegkundig beroep? En voor de rol die V&VN als beroepsvereniging daarbij kan spelen? Welke bijdrage kunnen en moeten we leveren om alle zo waardevolle en noodzakelijke verpleegkundigen en verzorgenden voor de zorg te behouden? En dat in het belang van de best mogelijke zorg voor onze patiënten. In een ledenvereniging zijn het de leden die dat samen bepalen.”

Representativiteit en betrouwbaarheid

De samenstelling van de verpleegkundigen in de responsgroep is vergelijkbaar met die van de totale populatie verpleegkundigen. Wel is het aantal respondenten dat in een ziekenhuis werkt lager dan in de totale populatie (32% versus 40%*). Respondenten die als verpleegkundige in een verpleeghuis of de wijk werken zijn met 40% oververtegenwoordigd ten opzichte van de totale groep verpleegkundigen (bijna een kwart*). Eén op de zeven respondenten is man, wat ook geldt voor de totale populatie*. De leeftijd van de respondenten ligt hoog (34% is ouder dan 55 jaar), wat ook geldt voor de totale populatie verpleegkundigen (39,3% is ouder dan 50 jaar*).

Vanaf begin 2020 kun je reageren op berichten via het nieuwe verenigingsplatform van V&VN. Wil je nu al een reactie kwijt? Praat mee op social media.

Word lid en praat mee!

Samen met 105.000 leden maken we ons als beroepsvereniging sterk voor professionalisering van de beroepen verpleegkundige, verzorgende en verpleegkundig specialist. Leden horen, zien en helpen; dat is waar we als V&VN voor staan. Wil jij invloed hebben op hoe jouw beroep zich ontwikkelt? Word lid van V&VN.