Tuchtzaak: kwetsbaar in de palliatieve fase

  • 19 maart 2019
  • Nieuwsbericht
  • Richtlijnen en protocollen
  • Palliatieve Zorg

De palliatieve fase is kwetsbaar. Niet alleen voor de patiënt en zijn naasten, maar ook voor jou als verpleegkundige of verzorgende. Deze kwetsbaarheid komt naar voren in een recente tuchtzaak, waarbij een verpleegkundige wordt verweten niet met de partner van de patiënt te hebben besproken wat hij moest doen als het overlijden van zijn echtgenoot nabij was. Wat kunnen we van deze zaak leren? We vroegen het Anja Guldemond – de Jong, voorzitter van de afdeling V&VN Palliatieve Zorg.

De situatie

2 mei. De patiënt wordt ontslagen uit het ziekenhuis en gaat naar huis met palliatieve zorg. De verpleegkundige, die de patiënt en haar partner al jaren kent, gaat twee keer op huisbezoek om de begeleiding van het stervensproces te bespreken en afspraken te maken. De afspraken worden vastgelegd in het zorgplan. Zo wordt vastgelegd dat de partner van de patiënt begeleid en geadviseerd wordt in het omgaan met zijn stervende partner. De thuiszorgorganisatie zal drie tot vier zorgmomenten per dag leveren en is 24/7 bereikbaar.

3 mei. De verpleegkundige gaat op huisbezoek, in het kader van een zorgmoment. De toestand van de patiënt is onveranderd.

4 mei, ’s avonds. De toestand van de patiënt verandert. Haar partner belt de huisartsenpost, niet de thuiszorgorganisatie. De patiënt overlijdt die nacht in het bijzijn van haar partner.

De klacht

De partner van de patiënt verwijt de verpleegkundige niet met hem te hebben besproken wat hij moest doen als het overlijden van zijn echtgenoot nabij was.

De verdediging

De verpleegkundige heeft de situatie in grote lijnen met de partner van de patiënt besproken. De focus lag op het comfort van de patiënt. De verpleegkundige heeft geen uitleg gegeven over het moment van overlijden en hoe dit zou kunnen gaan. Zo is niet besproken dat de ademhaling van de patiënt onrustig of kreukend zou kunnen worden in de laatste fase, en wat dit voor de patiënt zou betekenen. De verpleegkundige heeft wel aangegeven dat de patiënt zichtbaar geen pijn had en dat als er onrust zou ontstaan bij de patiënt, haar partner de thuiszorgorganisatie 24/7 kon bellen.

Het oordeel

Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat van een verpleegkundige in de functie van verzorger en begeleider in een stervensproces verwacht mag worden dat er niet alleen aandacht is voor het comfort van de patiënt, maar ook voor de begeleiding van de nabestaanden. Zij moeten op een passende wijze worden voorbereid op het moment van overlijden. Ook belangrijk: de verpleegkundige moet controleren of de nabestaanden hebben begrepen dat het mogelijk én nuttig is om de thuiszorgorganisatie te bellen bij veranderingen of wanneer begeleiding gewenst is. De verpleegkundige in kwestie is enigszins (tuchtrechtelijk) verwijtbaar tekortgeschoten. De klacht is gegrond, maar er wordt geen maatregel opgelegd. Het was immers voor de partner van de patiënt duidelijk dat hij 24/7 contact kon opnemen met de thuiszorgorganisatie.

Beroep

De verpleegkundige gaat in beroep. De zaak komt daardoor terecht bij het Centraal Tuchtcollege. De verpleegkundige geeft aan de partner van de patiënt te hebben uitgelegd hoe hij een verandering in de toestand van zijn echtgenoot kon waarnemen en dat de partner op dat moment direct contact op kon nemen met de thuiszorgorganisatie. De verpleegkundige heeft, gelet op de emoties van de partner, bewust geen details gedeeld om verdere stress te voorkomen. De partner geeft aan dat hij achteraf de klacht wilde intrekken, omdat de verpleegkundige hem wel heeft geïnformeerd. Dit bleek in beroep niet mogelijk. Het Centraal Tuchtcollege concludeert dat de verpleegkundige niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De wijze waarop een patiënt en zijn nabestaande(n) moeten worden begeleid is sterk afhankelijk van de omstandigheden. De beslissing van het Regionaal Tuchtcollege is vernietigd en de klacht is alsnog ongegrond verklaard.

Wat kunnen we leren van deze tuchtzaak?

Anja Guldemond – de Jong, voorzitter van de afdeling V&VN Palliatieve Zorg: “Deze zaak laat voor mij zien hoe kwetsbaar je bent als verpleegkundige in het uitvoeren van je vak. Zeker in de palliatieve fase zitten mensen in hun emotie. Ze slaan niet altijd alle informatie op. Communicatie is dus heel belangrijk. NIVEA: Niet Invullen Voor Een Ander. Controleer of je het goed hebt begrepen. Is dit wat de patiënt en zijn naasten willen?”

Ask – tell – ask

“In dit geval heeft de verpleegkundige ingeschat dat details omtrent het overlijden de partner te veel zouden worden. Dat is denk ik prima, maar het zit ‘m in die laag daaronder: voelt de ander zich gezien en gehoord? Hoewel het niet in het kwaliteitskader staat, kan het helpen om aan ask – tell – ask te doen. Vraag naar waar de ander mee zit, geef informatie en vraag vervolgens wat de ander daarvan heeft begrepen. Als je tegen iemand zegt dat je 24/7 bereikbaar bent, weet diegene dan ook wat je daarmee bedoelt? Wat verwacht diegene daarvan? Ga altijd het gesprek aan en kijk of je inderdaad hetzelfde bedoelt.”

Maatwerk

“Palliatieve zorg is maatwerk. Het gaat vaak buiten de protocollen om. Iedere situatie is zo verschillend. Naast professional, ben je ook een mens die bij iemand binnenkomt. Je moet varen op je intuïtie, dat is onderdeel van verpleegkundige zijn. Vanuit daar kun je je kennis en kunde inzetten: wat heeft de ander nodig? Het vraagt ervaring, deskundigheid en een reflecterend vermogen.”

Vanaf begin 2020 kun je reageren op berichten via het nieuwe verenigingsplatform van V&VN. Wil je nu al een reactie kwijt? Praat mee op social media.

Word lid en praat mee!

Samen met 105.000 leden maken we ons als beroepsvereniging sterk voor professionalisering van de beroepen verpleegkundige, verzorgende en verpleegkundig specialist. Leden horen, zien en helpen; dat is waar we als V&VN voor staan. Wil jij invloed hebben op hoe jouw beroep zich ontwikkelt? Word lid van V&VN.