Tuchtrecht: wanneer is je meldplicht belangrijker dan je beroepsgeheim?

  • 9 juli 2019
  • Nieuwsbericht
  • Beroepscode
  • V&VN Algemeen

Je bent druk aan het werk als de telefoon gaat. Het blijkt de ex-echtgenote van een ex-patiënt: “Is het veilig voor mijn kinderen om bij mijn ex te blijven?” Je hebt informatie. Wat mag je als verpleegkundige wel en niet zeggen? Wanneer is je meldplicht belangrijker dan je beroepsgeheim? In een tuchtzaak die in maart voor de tuchtrechter kwam, werd dit dilemma uitgebreid besproken.

De situatie

Van 9 tot en met 13 augustus 2018 werd patiënt X via de crisisdienst opgenomen op de afdeling Spoedeisende Hulp Psychiatrie (SEHP) waar sociaal-psychiatrisch verpleegkundige Y werkzaam is. Toen verpleegkundige Y op 15 augustus aan het werk was, nam de ex-echtgenote van patiënt X telefonisch contact op met de SEHP. Ze noemde uit zichzelf de naam en geboortedatum van X en zei dat hij kort opgenomen was geweest op de SEHP. Haar vraag: “Is het veilig voor de kinderen om bij X te verblijven?” Verpleegkundige Y antwoordde dat er geen enkele reden was om aan die veiligheid te twijfelen.

20 augustus. Patiënt X en verpleegkundige Y zien elkaar voor het eerst, op de poli van de SEHP. Y vertelt X over het telefonische contact met zijn ex-echtgenote. Patiënt X dient een klacht in bij het Regionaal Tuchtcollege en bij de klachtencommissie van de instelling. De klachtencommissie van de instelling verklaart de klacht gegrond.

De klacht

Patiënt X verwijt verpleegkundige Y dat hij privacygevoelige informatie over hem als patiënt heeft gedeeld met zijn ex-echtgenote, zonder dat hij hier toestemming voor heeft gegeven en zonder enige goede reden. Volgens X heeft dit verstrekkende gevolgen voor hem gehad.

De verdediging

Verpleegkundige Y heeft aangegeven het contact met de ex-echtgenote niet direct te hebben gestaakt omdat hij de zorgplicht heeft om de veiligheid van de kinderen in te schatten, met inachtneming van de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. Y is zich er inmiddels van bewust dat hij met zijn reactie ten onrechte impliciet heeft bevestigd dat patiënt X op de SEHP opgenomen is geweest en dat hij geen antwoord had moeten geven op de vraag over de kinderen, aangezien daar geen aanleiding of noodzaak voor was. Y heeft aangegeven van de situatie te hebben geleerd.

Het oordeel

Volgens het Regionaal Tuchtcollege had verpleegkundige Y geen informatie over patiënt X mogen verstrekken aan zijn ex-echtgenote. Het valt hem te verwijten dat hij niet heeft aangegeven geen informatie te mogen verstrekken. Van noodzaak tot doorbreking van zijn geheimhoudingsplicht in verband met de zorg voor de kinderen was geen sprake. De klacht is dus gegrond. Bij het bepalen van de maatregel heeft het College laten meewegen dat verpleegkundige Y min of meer werd ‘overvallen’ door het telefoontje van de ex-echtgenote. Wel vindt het college dat het bij een professionele houding past om hiertegen bestand te zijn. Het is duidelijk dat verpleegkundige Y van de situatie heeft geleerd. Er is dan ook gekozen voor het opleggen van een waarschuwing.

Wat kunnen we van deze tuchtzaak leren? 4 tips

Susan Konst is verpleegkundig specialist ggz bij GGZ Santana in Heerenveen en lid van de V&VN-commissie Ethiek. We legden haar deze tuchtzaak voor. Wat kunnen we hier als beroepsgroep van leren?

1. Baseer je nooit op informatie uit de tweede hand

“Wat mij als eerste opviel toen ik de zaak las, was dat verpleegkundige Y uitspraken deed over patiënt X terwijl hij hem zelf nog niet had gezien. Y was niet bij de crisisopname betrokken. Uitspraken doen over of iemand een gevaar vormt voor anderen - in dit geval de kinderen - is heel precair. Als iemand een ander toch iets aandoet, wat heb jij dan gezegd? Als je de informatie over een patiënt uit de tweede hand hebt, uit het systeem of via collega’s, kun je dit soort uitspraken al helemaal niet doen. Daarbij komt dat je als het gaat over ex-partners, heel scherp moet zijn. Je weet niet waarom iemand een vraag stelt. Voor je het weet, wordt jouw uitspraak gebruikt in een rechtszaak of een zaak over de voogdij.”

2. Weet wat er in de wet en de protocollen van jouw instelling staat

“Zorg dat je weet: wat zegt de wet over het beroepsgeheim? En wat zijn de protocollen van mijn instelling? Daarin staat in welke situaties en op welke wijze je je beroepsgeheim mag doorbreken. In dit geval is de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling niet van toepassing. Immers, verpleegkundige Y geeft aan dat de ex-echtgenote zich geen zorgen hoeft te maken. Er zijn blijkbaar geen redenen om je zorgen te maken over kindermishandeling.”

3. Zorg dat je een standaardzin paraat heb

“Uit deze zaak blijkt dat verpleegkundige Y met zijn reactie indirect heeft bevestigd dat patiënt X op de SEHP opgenomen is geweest. Daar gaat het al mis. Het helpt mij om een standaardzin te hebben, voor als er iemand belt met vragen over een (ex-)patiënt. Een zin die neerkomt op: ik heb beroepsgeheim en mag geen vertrouwelijke informatie over burgers verstrekken.”

4. Stel vragen, maar blijf zelf algemeen

“Wanneer ik een vraag krijg van bijvoorbeeld een familielid van een patiënt over een belangrijk onderwerp als veiligheid, antwoord ik eerst met mijn standaardzin. Ik gooi een drempel op, maar vervolgens ga ik luisteren. ‘U mag mij uw verhaal vertellen. Wat is uw zorg? Waar bent u bang voor?’ Ik vraag door, los van de oorspronkelijke vraag. Daarbij geef ik duidelijk aan dat ik alleen in algemene zin op het verhaal kan ingaan, maar ik kan de ander wel doorverwijzen. Bijvoorbeeld naar de huisarts of naar een vertrouwenspersoon. Zo kun je toch helpen, zonder je beroepsgeheim te schenden.” 

Meer weten

Word lid en praat mee!

Samen met 105.000 leden maken we ons als beroepsvereniging sterk voor professionalisering van de beroepen verpleegkundige, verzorgende en verpleegkundig specialist. Leden horen, zien en helpen; dat is waar we als V&VN voor staan. Wil jij invloed hebben op hoe jouw beroep zich ontwikkelt? Word lid van V&VN.