Sjoukje blogt: Euthanasieverklaring in de prullenbak

  • 8 januari 2021
  • Blog/Vlog
  • V&VN Algemeen
20200502 Verpleeghuis
Foto ter illustratie

Mevrouw A. heeft altijd een mooie glimlach op haar gezicht. Het is een echte lieverd, ze maakt echt contact. We zijn allemaal dol op haar ook al kan ze niet meer praten. Ze straalt liefde uit, warmte en vrolijkheid.

Ze had het goed geregeld dacht ze; ze heeft een euthanasieverklaring, een wilsverklaring, een zelf geschreven brief met wat ze allemaal niet meer wil als ze bepaalde dingen niet meer zou kunnen. Haar man is arts, het is goed geregeld, haar kan niks gebeuren. En toch is het gebeurd.

Ze wilde niet dement worden. En áls ze dan dement zou worden, dan wilde ze eruit kunnen stappen. Maar op het moment dat de SCEN-arts haar vroeg of ze dood wilde, of ze eruit wilde stappen, zei ze: ‘Nee hoor, ik heb het naar mijn zin.’ Einde euthanasieverklaring, einde geschreven brief, einde wilsverklaring. Ze had nooit willen zijn op de plek waar ze nu is. Deze plek waar wij van haar houden en waar ze het op haar manier naar haar zin lijkt te hebben. Waar ze op onze grappen, dansjes en aanrakingen reageert. Waar ze lacht, lekker van haar eten geniet en op haar typerende repetitieve manier woordjes brabbelt.

Wat is wat?

Ze kan niets meer zelf. We laten haar weleens haar gang gaan, maar dan giet ze haar beker melk op de grond, eet ze droog brood of belegt ze haar boterham met een servetje in plaats van een plakje kaas. Ze eet de servetten ook geregeld op als we niet opletten. Heel moeilijk om dat uit haar mond te krijgen zonder dat ze op je vingers bijt. Hetzelfde geldt voor dopjes van melkpakken. Want wat is wat? Wat dient voor wat? Ze heeft geen idee wat de functie is van een bord, een dopje, een vork. Soep eten met een vork of mes kan best. Ze merkt niet dat de soep van mes of vork afdruipt, dat er niets van in haar mond terechtkomt.

Ze merkt ook niet dat ze haar dochter al maanden niet gezien heeft. De dochter woont in Engeland, wij vinden het dus ook wel logisch dat we haar niet kennen. Totdat de dochter weer in de buurt komt wonen en nog steeds niet komt. Of toch, één keer komt ze. Heel hard roepend naar haar moeder of ze die en die nog kent, dat die en die is langs geweest en dat ze de groeten krijgt. A. glimlacht als altijd. De dochter praat de rest van het bezoek verder alleen over haar moeder heen, er is geen contact, we zien haar nooit meer. Maar daar merkt A. zelf gelukkig niets van.

Hand in hand

De beste vriendin van A komt elke week. Ze vindt het niet makkelijk, maar ze is er. A. is heel blij als ze komt, ze herkent haar vriendin als iemand die lief en vertrouwd voor haar is. De vriendin blijft niet lang, maar dat hoeft ook niet. Ze zitten een kwartier hand in hand, de vriendin ruimt de klerenkast op en neemt de te klein geworden kleren mee. En de week erna doet ze dat allemaal weer.

De echtgenoot komt een aantal keer per week. Hij heeft het het aller moeilijkst. Hij weet dat A. dit niet gewild heeft. Hij wil ook niet dat A. te veel eet. Elke hap die ze binnen krijgt, betekent langer leven. Iedere keer neemt hij haar mee, activeert haar, loopt met haar, oefent met haar, trekt haar uit de rolstoel. Want als ze stopt met lopen is het afgelopen, zegt hij. Begrijpelijk en menselijk, maar zie de paradox...

Word lid en praat mee!

Samen met 105.000 leden maken we ons als beroepsvereniging sterk voor professionalisering van de beroepen verpleegkundige, verzorgende en verpleegkundig specialist. Leden horen, zien en helpen; dat is waar we als V&VN voor staan. Wil jij invloed hebben op hoe jouw beroep zich ontwikkelt? Word lid van V&VN.

Word net als Esmee lid van V&VN. Kom op voor jouw beroep!