Peiling V&VN: tekorten maskers houden aan, psychische druk hoog

  • 1 mei 2020
  • Nieuwsbericht
  • Coronavirus
  • V&VN Algemeen
Foto © Robin Utrecht (ANP)

De helft van alle verpleegkundigen en verzorgenden ervaart een tekort aan beschermende middelen. Vooral mondneusmaskers zijn schaars. Dit blijkt uit een peiling onder V&VN-leden waaraan 10.096 verzorgenden, verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten hebben meegedaan. Een derde ervaart druk om zonder bescherming zorg te leveren. Minder dan een kwart vindt dat RIVM-richtlijnen passen bij de praktijk, en 38 procent vindt dat ze onvoldoende bescherming bieden. 7 op de 10 ervaart een zwaardere psychische belasting dan normaal. V&VN-voorzitter Gerton Heyne: “Het is schrijnend dat na twee maanden zo veel verpleegkundigen en verzorgenden nog steeds hun werk niet veilig kunnen doen.” 

Overheid en werkgevers moeten snel zorgen voor voldoende beschermende middelen, zegt Gerton Heyne. “Zeker in wijk en verpleeghuis, die er te lang te bekaaid vanaf zijn gekomen. Druk om onbeschermd zorg te leveren is onacceptabel. Zeker als die van de leidinggevende komt. Verpleegkundigen en verzorgenden kunnen tegen een stootje, maar de emotionele en psychische belasting is hoog. Niet alleen vanwege de tekorten, maar ook omdat de richtlijnen niet aansluiten bij de praktijk van zorg. De vraag ‘vorm ik zelf geen gevaar voor mijn patiënten en mijn dierbaren?’ knaagt aan collega’s. Richtlijnen moeten veiligheid bieden. Daarom zeggen wij: draag altijd een mondmasker bij een patiënt die hoest, niest, van covid-19 wordt verdacht of het heeft. En zorg in andere gevallen dat je altijd mondmaskers beschikbaar bij je hebt voor onverwachte situaties en onvoorspelbaar gedrag. Een goede werkgever zorgt goed voor zijn mensen en volgt onze lijn.”

Tekort aan mondmaskers

De helft van alle verpleegkundigen en verzorgenden ervaart in hun organisatie een tekort aan beschermingsmiddelen. In ziekenhuizen is het tekort het kleinst. In verpleeghuizen, de wijkverpleging en de GGZ het grootst. Met stip op één als het gaat om de tekorten: voldoende adequate mondneusmaskers.

Druk om onvoldoende beschermd zorg te leveren

Ruim één op de drie verpleegkundigen en verzorgenden ervaart druk om zonder voldoende beschermende middelen toch zorg te verlenen. In wijk en verpleeghuis is dat bijna de helft. Druk vanuit het management/de leidinggevende speelt een rol bij één op de vijf collega’s. In de wijkverpleging ervaart bijna een kwart van het personeel druk van de leidinggevende om onbeschermd zorg te verlenen.

Testbeleid nog moeizaam, doorwerken met klachten

79 procent maakt zich zorgen over besmetting. De zorg betreft de eigen gezondheid, maar meer nog die van kwetsbare patiënten en de eigen naasten. De zorgen over besmetting zijn het grootst in wijk en verpleeghuis. Bijna drie op de tien respondenten heeft corona-gerelateerde klachten gehad, de helft van hen is daarmee toch gaan werken.

Richtlijnen: niet goed toepasbaar in de praktijk en onvoldoende bescherming

Slechts een kwart van de respondenten vindt de richtlijnen van het RIVM goed toepasbaar in de praktijk. Collega’s werkzaam in wijk en verpleeghuis zijn het meest kritisch. Volgens vier op de tien ondervraagden bieden de richtlijnen onvoldoende bescherming. Onder wijkverpleegkundigen is dat de helft.

Psychische belasting hoog

Sinds de corona-uitbraak ervaren zeven van de tien collega’s meer psychische belasting dan gewoonlijk. De belasting is het grootst in verpleeghuizen en op cohortafdelingen. De meest voorkomende klachten: vermoeidheid (vooral hoog op IC- en cohort-afdelingen), onzekerheid, stress, machteloosheid, rusteloosheid en slapeloosheid. Psychische ondersteuning via de werkgever is beschikbaar voor ruim 70 procent van de collega’s. In ziekenhuizen is dat het best geregeld, in de wijkverpleging en in de geestelijke gezondheidszorg het minst.

Wisselende invloed

28 procent van de respondenten zegt als verpleegkundige of verzorgende invloed te hebben op het beleid van zijn of haar instelling. 33 procent ervaart deze invloed niet. Op de IC ervaren verpleegkundigen het minst invloed.
  
Verpleegkundigen en verzorgenden die geen invloed ervaren, lichten toe dat besluiten van hogerhand komen, dat het crisisteam en/of managers en artsen beslissen, en dat communicatie maar één kant opgaat. Verpleegkundigen en verzorgenden die zeggen wel invloed te hebben, ervaren vaker openheid. Ze worden regelmatiger uitgenodigd om mee te denken binnen hun organisatie of team, bijvoorbeeld over de invoering van richtlijnen. Hun adviezen worden vaker opgevolgd of ze hebben meer ruimte om zelf besluiten te nemen.

Zorgen

We stelden de open vraag waar verpleegkundigen en verzorgenden zich zorgen over maken. Duizenden reacties gingen over het tekort aan beschermende middelen, besmettingsgevaar, onduidelijke richtlijnen en de 1,5-meterregel. Een wijkverpleegkundige: “In de wijk is de situatie vaak onvoorspelbaar. We komen bij mensen thuis, soms bij veel mensen in een huis. 1,5 meter is niet te doen. Je hebt vaak geen idee of mensen besmet zijn.”

Ook leven er zorgen over de langetermijngevolgen van afschaling van zorg en de drukte die ontstaat na het opstarten van de reguliere zorg met daarnaast de aanhoudende stroom coronapatiënten. Goede arbeidsvoorwaarden over vakantiedagen en overuren zijn ook een belangrijk aandachtspunt. Net als het vasthouden van de waardering. Een verpleegkundige: “Wanneer wordt die waardering zichtbaar op de loonstrook?”   

Word lid en praat mee!

Samen met 105.000 leden maken we ons als beroepsvereniging sterk voor professionalisering van de beroepen verpleegkundige, verzorgende en verpleegkundig specialist. Leden horen, zien en helpen; dat is waar we als V&VN voor staan. Wil jij invloed hebben op hoe jouw beroep zich ontwikkelt? Word lid van V&VN.