Onvoldoende aandacht voor obstipatieklachten: ‘Het is voor patiënten heel vervelend’

  • 18 augustus 2020
  • Nieuwsbericht
  • Richtlijnen en protocollen
  • V&VN Algemeen

Buikpijn en uitblijvende ontlasting; als verpleegkundige of verzorgende krijg je in je werk vaak te maken met patiënten met (risico op) obstipatie. Om te achterhalen of zorgprofessionals problemen ervaren in hun handelen bij deze patiëntengroep én wat er nodig is om hier verandering in te brengen, is onlangs een knelpuntenanalyse uitgevoerd door het Nivel. Agnes Reijm, bestuurslid van de afdeling V&VN MDL en verpleegkundig specialist op de afdeling maag, darm en lever van het Erasmus MC, zat in de projectgroep. Of obstipatie een taboe is? “Voor sommigen wel, maar voor mij is het heel interessant!”

De knelpuntenanalyse bestond uit vier onderdelen: verkenning van de literatuur en patiëntenfora (1), interviews met zorgprofessionals en cliënten (2), een landelijke vragenlijst die werd verspreid onder verpleegkundigen en verzorgenden (3) en een focusgroep waaraan verschillende verpleegkundigen en verzorgenden deelnamen (4). 

Risico niet of te laat gesignaleerd

Ruim veertig procent van de ondervraagde verpleegkundigen en verzorgenden ervaart knelpunten in de preventie van of de zorg bij obstipatie. Uit het vragenlijstonderzoek blijkt dat ruim een vijfde van de verpleegkundigen en verzorgenden vindt dat er in de praktijk vaak niet of te laat wordt gesignaleerd dat er bij een patiënt een risico op obstipatie is. Ook noemt bijna één op de vijf dat er tijdens de zorg te weinig aandacht is voor obstipatieklachten. Ondanks dat ze op een maag-, darm- en leverafdeling werkt, merkt ook Agnes dat er niet altijd voldoende aandacht is voor obstipatie. “In mijn werk zie ik kankerpatiënten in de palliatieve fase die morfine krijgen en daardoor een groter risico op obstipatie hebben. Dit is vooral heel vervelend voor de patiënt en kan invloed hebben op zijn kwaliteit van leven. Ik zie weleens patiënten die aangeven buikpijn te hebben nadat ze pijnstilling hebben gekregen. Als ik doorvraag, blijkt dat ze twee tot drie dagen daarvoor voor het laatst ontlasting hebben gehad. Er is dan vergeten de patiënten laxantia mee te geven. In zo’n geval adviseer ik alsnog laxantia te nemen én voldoende te bewegen, vezelrijk te eten en genoeg te drinken.”

Niet zelf aangeven

Uit de literatuurverkenning, interviews en de online focusgroep blijkt dat er door verschillende professionals verschillende adviezen worden gegeven. Ook is er vaak weinig zicht op het ontlastingspatroon van patiënten, wat een knelpunt is voor preventie én bij de zorg voor patiënten met obstipatie. Dit laatste speelt vooral in de wijk en in de intramurale ouderenzorg. Agnes: “Zowel in mijn werk met kankerpatiënten als in mijn werk voor het bevolkingsonderzoek darmkanker vraag ik mensen standaard hoe het met de ontlasting zit. Mijn patiënten kunnen dit benoemen, maar ik kan me voorstellen dat dit in het verpleeghuis niet altijd het geval is. Als patiënten het niet zelf aangeven en er geen aandacht voor is in het dossier, wordt het snel vergeten. Het zou helpen als het ontlastingspatroon in elk dossier als aandachtspunt beschreven staat. Zo zorg je ervoor dat het vaker wordt besproken tijdens de verzorging, of dat het in ieder geval wordt geobserveerd. Zo kan ongemak worden voorkomen.”

Taboe

Agnes merkt dat praten over obstipatie soms een taboe is. “Vooral tijdens bevolkingsonderzoeken merk ik dat mensen het soms raar vinden om te praten over hun ontlastingspatroon en bijvoorbeeld de vorm van hun ontlasting. Ik maak er dan een grapje van: ‘Voor mij is dit heel interessant!’ Daardoor worden mensen vaak losser en durven ze erover te praten.”

Tweeledige adviezen

Uit de knelpuntenanalyse blijkt dat duidelijke samenwerkingsafspraken over de taken en verantwoordelijkheden bij de preventie van en zorg bij obstipatieklachten tussen verpleegkundigen, verzorgenden en artsen wenselijk is. Daarnaast wordt een richtlijn voor verpleegkundigen en verzorgenden die goed is afgestemd met relevante medische richtlijnen als mogelijke oplossing voor de knelpunten gezien. Mits de richtlijn gepaard gaat met aanvullende acties om het handelen te verbeteren, zoals scholing. Ook Agnes ziet een richtlijn wel zitten. “Ik denk dat dit zeker kan helpen”, zegt ze. “Alleen het bestaan van een richtlijn kan er al voor zorgen dat er meer aandacht voor dit onderwerp komt. Een richtlijn kan vooral helpen bij het signaleren en de behandeling van obstipatie. Tweeledige adviezen zijn belangrijk: medicatie én adviezen op het gebied van voeding, beweging en vochtinname. De niet-medische adviezen, die niet gaan over medicatie, worden nog weleens vergeten.” 

Word lid en praat mee!

Samen met 105.000 leden maken we ons als beroepsvereniging sterk voor professionalisering van de beroepen verpleegkundige, verzorgende en verpleegkundig specialist. Leden horen, zien en helpen; dat is waar we als V&VN voor staan. Wil jij invloed hebben op hoe jouw beroep zich ontwikkelt? Word lid van V&VN.