Loslaten, maar hoe doe je dat?

  • 19 april 2021
  • Blog/Vlog
  • V&VN Algemeen
Bureau Pixabay
Foto ter illustratie © Pixabay

Af en toe komt er een patiënt voorbij die in mijn hart gaat zitten. Pas nam ik afscheid van zo'n bijzondere patiënt, die na een intensieve behandeling met ontslag ging. En dat deed me terugdenken aan Mitchell, die ik ooit ook los moest laten. En loslaten, dat is soms knap ingewikkeld...

Een norse blik in je ogen, je leren jas tot bovenaan dichtgeritst en een extra stoer loopje: ik zie je nog zo mijn spreekkamer binnenkomen, nu alweer jaren geleden. Ik ben de zoveelste hulpverlener bij wie je terechtkomt en je hebt overduidelijk geen zin in het gesprek met mij. Te vaak ben je teleurgesteld, weggestuurd, uitgekotst. Nog steeds heb je last van de stemmen in je hoofd en het eeuwige gevoel dat niemand in je omgeving te vertrouwen is. Waarom zou ík jou dan wel kunnen helpen?

Eerlijk gezegd vraag ik me dat ook af. Het naambordje naast de deur zegt dat in mijn werkkamer een ‘verpleegkundig specialist geestelijke gezondheidszorg’ te vinden is. Een hele mond vol, maar zo specialistisch voel ik me niet. Ik ben net klaar met mijn opleiding en moet nog veel leren. Ik vertel dat ik samen met jou op zoek wil gaan naar de best passende behandeling voor je klachten. Laconiek haal je je schouders op, starend naar je afgetrapte sneakers. Het zal allemaal wel.

Vast ritueel

We zien elkaar daarna regelmatig. Soms mis je een afspraak, maar altijd kom je weer terug. Na ieder gesprek gaan we samen naar buiten om een sigaretje te roken. Het wordt een vast ritueel. Ik voed mijn nicotinebehoefte en jij blaast stoom af. Je vertelt steeds meer over jezelf, hoewel er ook onderwerpen zijn waar we nooit over praten.

Je roept bezorgdheid bij me op. Wanneer je op groepsvakantie gaat met medebewoners van het opvanghuis waar je verblijft, schrijf ik een A4´tje vol met goedbedoelde adviezen; niet teveel drinken, geen drugs gebruiken en een vast dag-nachtritme aanhouden. Je neemt het vel papier vriendelijk in ontvangst en vertelt bij terugkomst enthousiast over alle nachten die je in beschonken toestand hebt doorgehaald. Na een lange zoektocht vinden we een medicijn waarop je klachten aanzienlijk verminderen. Je gaat op jezelf wonen en pakt vrijwilligerswerk op. Mijn zorgen maken stukje bij beetje plaats voor vertrouwen.

Waarom zou ík jou dan wel kunnen helpen? Eerlijk gezegd vraag ik me dat ook af.

Nog altijd zien we elkaar om de week en lopen we na ons gesprek naar buiten toe. Sinds ik niet meer rook, draai jij je shagje terwijl ik toekijk. Je zegt dat je zo blij bent bij mij terecht te kunnen. Ik slik vlug de brok in mijn keel weg en vertel je over mijn nieuwe baan. Over twee maanden zal er een ander naambordje naast mijn deur komen te hangen. Inmiddels voel ik me iets meer een specialist. Van jou heb ik het meest geleerd, en nu laat ik je los. Misschien kun je nog heel vlug even voordoen hoe dát in vredesnaam eigenlijk moet?

Word lid en praat mee!

Samen met 105.000 leden maken we ons als beroepsvereniging sterk voor professionalisering van de beroepen verpleegkundige, verzorgende en verpleegkundig specialist. Leden horen, zien en helpen; dat is waar we als V&VN voor staan. Wil jij invloed hebben op hoe jouw beroep zich ontwikkelt? Word lid van V&VN.

Word net als Esmee lid van V&VN. Kom op voor jouw beroep!