Incontinentie is een ondergeschoven kindje

  • 15 september 2018
  • Nieuwsbericht
  • Richtlijnen en protocollen
  • V&VN Algemeen

Patiënten die last hebben van urine-incontinentie, oftewel onvrijwillig urineverlies. Je kunt er als verpleegkundige in alle onderdelen van de zorgketen mee te maken krijgen. Vooral in de ouderenzorg maakt urine-incontinentie onderdeel uit van de dagelijkse praktijk én dus van het dagelijkse werk van verpleegkundigen en verzorgenden. Genoeg reden voor V&VN om in 2010 een richtlijn te ontwikkelen: ‘Urine-incontinentie bij kwetsbare ouderen’. De vraag is nu: is die richtlijn nog actueel?

Om hierachter te komen heeft V&VN aan ZonMw gevraagd om een knelpuntenanalyse te laten uitvoeren. Dit werd gedaan door Pallas health research and consultancy BV en de knelpuntenanalyse is inmiddels opgeleverd. Thessa Boetzkes was een van de leden van de werkgroep voor de knelpuntenanalyse. Ze is voorzitter van V&VN Continentie Verpleegkundigen & Verzorgenden en werkt als urologie-, continentie- en stomaverpleegkundige in het Amphia Ziekenhuis in Breda. Uit de analyse bleek: de richtlijn moet gedeeltelijk worden herzien en uitgebreid. Ook als het gaat om de bekendheid van de richtlijn valt er nog een hoop te winnen.

Fecale incontinentie

Thessa: “Als er een nieuwe richtlijn wordt opgeleverd, krijg je geen pop-upmelding. Dit is het grootste knelpunt; mensen weten niet dat er een richtlijn bestaat.” Ook bleek uit de knelpuntenanalyse dat er nieuwe informatie beschikbaar is als het gaat om incontinentie en medicatie, en over de organisatie van de zorg. Deze onderdelen verdienen een update. Een ander knelpunt dat naar voren kwam, is het ontbreken van informatie over fecale incontinentie in de richtlijn. Thessa: “Het komt vaak voor dat een patiënt bij de uroloog komt vanwege urine-incontinentie. Wanneer je vervolgens als verpleegkundige het gesprek aangaat, wordt duidelijk dat er ook sprake is van darmproblematiek. Dit kan met elkaar te maken hebben: een volle darm kan ervoor zorgen dat iemand niet goed kan uitplassen. Tijdens zo’n gesprek komt naar voren dat een patiënt bijvoorbeeld maar één keer per week goed naar de wc kan en eigenlijk altijd een verbandje moet dragen. De blaas wordt vaak als grootste probleem ervaren, dus daar wordt in eerste instantie hulp voor gezocht.”

Handvatten

Wanneer een patiënt last heeft van fecale incontinentie neemt Thessa nu contact op met collega’s waarvan ze weet dat zij meer kennis hebben over fecale incontinentie. Haar eigen hoofdspecialisatie ligt bij de urologische continentiezorg. “Je moet maar net die contacten hebben en weten welke collega’s die specialisatie hebben.” Ze is het er helemaal mee eens dat er een onderdeel over fecale incontinentie aan de richtlijn moet worden toegevoegd. “Het lijkt me fijn om een richtlijn te hebben waarin je kunt terugvinden wat je als verpleegkundige voor iemand kan betekenen op dit gebied, zodat je de patiënt niet meteen hoeft door te sturen. Bijvoorbeeld: wat kan je bereiken met voeding, vocht en beweging? Ook is het fijn om te weten wie wat doet in de keten zodat je, als het toch nodig is om de patiënt door te verwijzen, weet bij wie je moet zijn.” Ook voor de patiënt is het fijn als alle zorgverleners volgens dezelfde richtlijn werken. “Dan krijg je bijvoorbeeld niet achteraf de opmerking: ‘Dit had u beter zus of zo kunnen doen.’ Een aparte richtlijn voor fecale-incontinentie lijkt me niet nodig. Dan krijg je veel overlap. Het is juist wenselijk dat er één compact document komt zodat je weet waar je moet kijken,” aldus Thessa.

Taboe

Het onderwerp ‘incontinentie’ is volgens Thessa een ondergeschoven kindje. “Urine- of fecale-incontinentie is verweven in alle takken van de gezondheidszorg. Zo zie je dat patiënten in de ggz last kunnen krijgen van incontinentie- en retentieproblemen doordat ze antidepressiva slikken en kunnen problemen met de blaas een signaal zijn dat er op neurologisch gebied iets aan de hand is. Toch vinden veel verpleegkundigen het geen chique vakgebied en is het onderwerp voor patiënten vaak een taboe. Juist daarom is het heel belangrijk dat er meer aandacht voor komt.”

Word lid en praat mee!

Samen met 105.000 leden maken we ons als beroepsvereniging sterk voor professionalisering van de beroepen verpleegkundige, verzorgende en verpleegkundig specialist. Leden horen, zien en helpen; dat is waar we als V&VN voor staan. Wil jij invloed hebben op hoe jouw beroep zich ontwikkelt? Word lid van V&VN.

Gerelateerd