Hier moet je op letten bij decubitus

  • 1 maart 2021
  • Nieuwsbericht
  • V&VN Algemeen
MV180830 Venvn AMC T0I1179

Decubitus: doorligplekken die voor ernstige klachten kunnen zorgen als deze niet goed worden behandeld. In samenwerking met V&VN en met financiering van ZonMw is er een vernieuwde richtlijn ontwikkeld. Waar moet je op letten bij decubituszorg? En hoe werk je goed samen binnen het team? Verpleegkundig specialist Emmy Muller deelt acht kernaanbevelingen van de richtlijn.

Emmy Muller werkt sinds 2009 in de wondzorg en is een expert in decubituszorg. “Of ik een sterke maag heb?” Emmy lacht. “Absoluut. Ik heb decubitus in alle soorten en maten voorbij zien komen. Ik schrik niet snel meer.”

Waarom is deze vernieuwde richtlijn zo belangrijk? “Bij de behandeling van decubitus werk je in een multidisciplinair team. Er kunnen verpleegkundig specialisten, diëtisten, ergo- en fysiotherapeuten, artsen of medisch specialisten betrokken zijn. Door al die verschillende disciplines helpt een richtlijn bij de continuïteit in het proces. En een vernieuwde richtlijn geeft inzichten in nieuwe ontwikkelingen.”

Risicobeoordeling

Een risicobeoordeling van de patiënt is de eerste stap, maar niet altijd nodig, zegt Emmy. “Bij sommige patiënten weet ik door hun ziektebeeld al of ze een risico hebben. Zoals bij  immobiliteit, een dwarslaesie of terminale patiënten. Bij deze patiënten zet ik direct preventieve maatregelen in, zoals de richtlijn aangeeft. Bij elke andere patiënt, gebruik ik een risicobeoordelingsmeetinstrument. Bijvoorbeeld de norton- of bradenschaal.”

Hoe analyseer je de wond?

Is er sprake van decubitus? Dan moet je deze classificeren. De vernieuwde richtlijn onderscheidt zes decubituscategorieën. “Om de wond te analyseren gebruik ik het WCS- en het TIME model. Hoe ziet de wond eruit? Is die rood, geel of zwart? Oppervlakkig of diep? Is de wond vochtig of droog? En is de huid nog intact? Zo analyseer ik in welke fase de decubituswond zich bevindt en ontwikkel ik een behandelplan.”

De oude richtlijn onderscheidde vier categorieën. De twee nieuwe categorieën hebben betrekking op huidafwijkingen waarbij decubites nog niet met zekerheid aanwezig is, of de mate van ernst nog niet is te classificeren. Deze toevoegingen zijn belangrijk omdat je meteen preventieve handelingen in kan zetten.”

Het traject kan best ingewikkeld zijn

Behandelen en preventieve maatregelen

Tijd voor het wondbehandelingsplan. Het is belangrijk om te behandelen én preventieve maatregelen in te zetten, zegt Emmy. “Vandaag zag ik een patiënt met een stuitdecubitus. Vroeger behandelden we zo’n wond meteen met zink of barrière crème. Maar hiermee maak je de huid juist week en kwetsbaar. Voortschrijdend inzicht! Zulke nieuwe inzichten staan in de richtlijn.”

Welke preventieve maatregelen kan je gebruiken? “Bijvoorbeeld een antidecubitus (luchtdrukwissel-)matras. Die gebruiken we in het ziekenhuis, maar ook bij een patiënt thuis raden we dit aan, omdat het de druk op de wond direct vermindert.” Een andere preventieve maatregel kan voeding zijn, zegt Emmy. “Een diëtiste kan hierbij helpen. Eiwitten zijn de bouwstenen van onze cellen, dus extra eiwitten in het dieet kunnen het genezingsproces bijvoorbeeld versnellen.”

Jip-en-janneke-taal

“Tijdens mijn opleiding leerde ik hoe behandelplannen het beste aan patiënten kon uitleggen: ‘twee keer uitleggen, één keer tekenen’. Het traject kan best ingewikkeld zijn. Daarom probeer ik het in jip-en-janneketaal uit te leggen. Soms is een kleine tekening voldoende. Als patiënten het proces begrijpen geef je ze een stukje regie terug. Dat vermindert angst en stimuleert eigen verantwoordelijkheid. Een van mijn patiënten belde bijvoorbeeld direct de verpleegkundige op als hij onderuitgezakt in zijn stoel zat. Kleine dingen, maar dit gevoel van controle gaf hem zelfvertrouwen.”

Bij patiënten met een hoge mate van decubitus speelt er vaak meer

Emmy V1
Emmy Muller

Communicatie binnen het multidisciplinaire team

Communicatie is even belangrijk binnen het multidisciplinaire team, beschrijft de richtlijn. “Ik verbaas me er nog steeds over hoe subjectief mensen taal interpreteren. Al denk je dat iemand het snapt, dan nog is dat niet altijd zo. Duidelijk communiceren blijft een uitdaging.

Binnen het team werken professionals van verschillende achtergronden en kennisniveaus. Dat maakt de (wond-)zorg zo complex. Als in het verslag bijvoorbeeld decubitus categorie 4  staat, snap ik dat die patiënt een diepe decubitus heeft, maar professionals met een andere achtergrond misschien niet. Dus schrijf ook hier in jip-en-janneke-taal: patiënt X heeft een decubitus tot op het stuitbeen..”

Evaluatie: verwijs na twee weken door

De wond beoordeel je een keer per dag. Volgens de richtlijn evalueer je de vooruitgang eens per week met het team. Wat gaat goed? Wat kan beter? “De genezing gaat in babystapjes en altijd langzamer dan je wilt.” Maar merk je dat er na twee weken geen verbetering is, of wordt de wond zelfs erger? Verwijs dan altijd door naar een wondexpert.”

Vooral bij patiënten met een hoge mate van decubitus speelt er vaak meer, zegt Emmy. “Soms kan een depressie decubitus bijvoorbeeld beïnvloeden. Als jij stress ervaart, worden je handen en voeten koud. Dat komt door de spanning. Het gevolg? De vaten verkrampen en er is minder doorbloeding. Benader je patiënt daarom altijd op een holistische manier: lichaam en geest werken nauw samen.”

Word lid en praat mee!

Samen met 105.000 leden maken we ons als beroepsvereniging sterk voor professionalisering van de beroepen verpleegkundige, verzorgende en verpleegkundig specialist. Leden horen, zien en helpen; dat is waar we als V&VN voor staan. Wil jij invloed hebben op hoe jouw beroep zich ontwikkelt? Word lid van V&VN.

Word net als Esmee lid van V&VN. Kom op voor jouw beroep!