Dagboek van een bemonsteraar in coronatijd

  • 28 april 2020
  • Nieuwsbericht
  • Coronavirus
  • V&VN Algemeen

Wat een onbezorgd voorjaar leek te worden, veranderde in korte tijd in crisistijd. Franciske de Vries werkt bij GGD Fryslân en vertelt van week tot week hoe haar werk in coronatijd drastisch verandert van jeugdverpleegkundige naar bemonsteraar (iemand die coronatests afneemt). “Ik moet leren dat ik een voorbijganger ben die tijdens het afnemen van de kweek sociaal en professioneel is, maar dat het contact daarna stopt.”

2020, week 9 – Ergens ver van het Friese is een virus actief…

De voorjaarsvakantie is achter de rug. Langzaam gaat het woord corona ook hier een grotere rol spelen. Het weekend van 29 februari heb ik als niet-IZB’er (Infectieziekte Bestrijding) bij de GGD mijn eerste bereikbaarheidsdienst. Het blijft stil op de lijn. Bij IZB is van alles gaande, maar de meeste collega’s weten net als ik nog niet van de hoed en de rand.

Week 10 – Eerste keer bemonsteren

Vrijdag 6 maart ga ik voor het eerst op ‘bemonsteringspad’ met een IZB-verpleegkundige die ik nog niet ken. Er is nog niemand positief op corona getest in Friesland. We rijden de provincie in en bezoeken een paar adressen. Ik draag vandaag mijn ‘panter-jumpsuit’, mogelijk niet zo passend in deze situatie. We kunnen er later hartelijk om lachen. Ik heb het  stappenplan ‘bemonsteren’ bij de hand. Hoe doorlopen we keurig alle stappen? Het is wennen. We vragen de cliënten om de deur te openen wanneer we arriveren, de gordijnen te sluiten wanneer ze last van inkijk hebben en we vertellen dat we ons in de gang omkleden.

Zondagavond telefoon: er moet bemonsterd worden. In het donker en de kou stap ik bij het station in Grou in de auto bij een mij nog onbekende IZB-arts. Gezamenlijk klaren we de klus en kunnen we veel van elkaar leren. Een van onze collega’s zou trots zijn, we werken hard aan een T-shaped model.

Week 11 – Ook in Fryslân

In week 11 breekt ook voor Fryslân de hel los. Als bemonsteraars gaan we de provincie in om mensen die aan de eisen voldoen te testen op het coronavirus. We merken deze week nog een redelijke luchtigheid bij de burgers, maar ook bij onszelf. Het is nog geen zwaar werk om als bemonsteraar op stap te zijn. We komen meestal bij gegoede burgers in grote en soms enorme huizen.

Week 12 – De sfeer verandert

De afgekondigde maatregelen van de regering hebben impact. Het reguliere Jeugdgezondheidszorg 12+ werk wordt onmogelijk door het sluiten van de scholen. Het roept vele vragen op over hoe we onze dag en werkzaamheden gaan invullen.

Het vaste IZB-team raakt overbelast en moet toezien hoe collega’s uit de organisatie werkzaamheden, onder hun regie en kennis, zo goed mogelijk uitvoeren. Aan het einde van de week richten we de Camminghahal in als monsterlocatie, voornamelijk voor zorgmedewerkers die getest moeten worden en wel mobiel zijn. De deskundige infectieziektenpreventie kijkt mee en geeft tips. Monsterlocatie klinkt mooi maar het is vooral een koude, kale hal. Gelukkig wordt er ontzettend op ons gepast. Warme vesten en een prima lunch maken het werk goed te doen. Daarnaast blijft er een duo op pad om mensen thuis te bemonsteren. Veel mensen denken aan een bloedmonster, maar we nemen met een vrij lange swap/wattenstok een keel- en neusmonster af. Geen pretje. We moeten rekening houden met schaarste aan persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) en aan testmateriaal. Dit maakt dat we in de eerste twee weken nog twee verschillende swabs gebruikten die in twee buisjes naar het lab gaan. Nu is dit veranderd en gebruiken we één en dezelfde swab die in één buisje naar laboratorium Izore gaat om getest te worden. Dit maakt ook dat we mondkapjes en spatbrillen weer meenemen naar ons kantoor aan de Harlingertrekweg nemen waar ze schoongemaakt worden voor hergebruik. Hoe duurzaam! En met dank aan de ondersteuners.

Het is duidelijk dat dit virusspektakel de komende maanden niet gaat stoppen. Wat wordt er door een werk verzet. Het vraagt enorme flexibiliteit.

Week 12 en 13 – Schrijnende situaties

In week 12 en 13 komen we als bemonsteraars bij de thuisbezoeken in schrijnende situaties terecht.

De zorg wordt enorm overbelast. En hoe mooi we met zijn allen regels kunnen bedenken om de corona-uitbraak in te dammen, als bemonsteraars zien we dat dit niet overal werkt. In een woonvorm met mensen met een beperking of met dementie is het niet te doen om 1,5 meter afstand te houden of ze op hun kamer te laten verblijven.

Ik vond het deze week zwaar om mee te maken en te zien dat twee oude mensen in alle eenzaamheid ‘afgevoerd’ werden naar een speciale corona-afdeling elders in de provincie. Ik had ze getest en de test wees uit dat ze het virus bij zich droegen. Toen ik de volgende dag weer in hetzelfde huis was, kwamen ambulancemedewerkers in maanpakken de oudjes ophalen. Er was geen bekende zorgprofessional of familie in hun gezelschap. Wat een enorme eenzaamheid.

Of het testen van het gezin dat moet weten wie het coronavirus bij zich draagt, om de komende dagen naasten te kunnen ontvangen, omdat euthanasie bij een gezinslid onvermijdelijk is. Of de kankerpatiënt die voor de verdere behandeling ingezet kan worden afhankelijk is van de uitslag.

Het vraagt enige flexibiliteit. We werken in een samenleving waarin mensen van structuur en zekerheid houden. Dat is nu volledig weggevallen. Samenwerken moet en iedereen heeft zijn ups en downs. Eerlijk is eerlijk, hier kan geen teambuilding tegenop.

De werkzaamheden zijn voor mij persoonlijk onderdeel van mijn afgelegde beroepseed. Ik vind het fijn dat ik als verpleegkundige deze rol mag vervullen. Het voelt alsof ik één van de gelukkigen ben die nog een beetje ‘normaal’ zijn werk mag doen. Ondertussen merk ik dat ik door veel op pad te zijn lang niet alles meekrijg. De zorgen om heit en de memmen en naaste buren of bekenden met een aandoening zijn in mijn hoofd aanwezig. Ook krijg ik vragen en opmerkingen van naasten over de eigen veiligheid. Ik besef dat we als bemonsteraars het visitekaartje van de GGD zijn. Cliënten herinneren zich de mensen die daadwerkelijk naast hun stonden en aan huis konden komen. Chapeau aan alle betrokkenen die mogelijk maken dat we als Veiligheidsregio kunnen functioneren. GRUTSK is het enige passende woord. Hoop dat we mei elkoar de kop derfoar hâlde, mar wês serieus en hâld it kopke derby!

Week 14 - En doorrrrrr…

Er lijkt meer lijn te komen in de organisatie wat betreft de aanpak en inzet. De eerste verdieping op de HTW is druk bezet met steeds meer collega’s. Het blijft voor iedereen opletten om de 1,5 meter afstand te houden. Maar wat is het prettig samenwerken met collega’s die we in niet-corona-tijd niet zouden hebben leren kennen. We maken lange afwisselende dagen. Er dreigt straks een tekort aan collega’s. Terwijl de hele samenleving in de ban van corona is vraagt iemand die bemonsterd gaat worden: “Wat is dat juh corona? He ik nog nooit van hoort…” Af en toe een beetje humor kan geen kwaad.

Ik houd ervan mensen te ontmoeten in hun eigen woning. Maandagavond gaan we op pad naar een ouder echtpaar wonend op een camping. Fantastisch dat de buurtzorgmedewerkster die contactpersoon is en dichtbij woont ons naar het juiste adres loodst. Zij op de fiets, wij haar volgend. Daar aangekomen kunnen we het beste de persoonlijke beschermingsmiddelen in de tuin aantrekken. Mevrouw moet bemonsterd worden en hangt in een stoel. Meneer is coronanieuws beu en kondigt aan dat het een gekke boel is en hij straks de pornozender aanzet. Omgangs-flexibel zijn, noem ik dit in gedachten.

Wat mij deze week raakt is om de oud-Indië-strijder, 95 jaar jong, samenwonend met zijn vrouw, en tot een paar dagen terug goed mobiel, nu naar adem te zien happen. Hoe verdrietig is het als hij in zijn 96e jaar aan corona overlijdt? Vanzelfsprekend spreekt ook het verstand: hoe vaak zeggen we niet tegen elkaar dat je toch ergens aan dood moet gaan? Qua emoties blijft het balanceren.

In de jeugdgezondheidszorg (JGZ) is het prettig dat je de Friese taal verstaat, maar nu in coronatijd is het onmisbaar. Het is fijn om bij het bemonsteren met mensen in hun memme-taal te praten.

Hoewel ik vrij klein van stuk ben en goed gedij in warmte komen we in een wâldhúske binnen waar het zeker 35 graden is en zelfs ik moet bukken om de woning in te stappen. Een betrokken huisarts ontvangt ons bij een alleenstaande eigenzinnige man zonder tanden. De huisarts krijgen we eigenlijk incognito te zien. In een maanpak en met volledig beslagen bril is - ik denk een hij - onherkenbaar. Gezamenlijk trotseren we deze hitte. Stiekem bedenk ik dat het best fijn is dat meneer geen tanden meer heeft, zo kan hij het monsterstokje ook niet stukbijten. Protocollen of niet, af en toe ontkom je niet aan lichamelijk contact. Het is voor mij niet te doen om de hand van de oude man te weigeren die mij vastpakt terwijl ik aan zijn bed sta. Gelukkig zijn voor ons de PBM (nog) goed op orde. We zien en horen dat dat binnen verschillende instellingen onvoldoende geregeld is. Vandaag heb ik ook een dakloze persoon bemonsterd. Hij verblijft in quarantaine binnen een opvang. De verslaafde persoon is ziek, het snot loopt hem uit neus, keel en ogen. De afname van het materiaal verloopt goed. Terwijl we weer buiten staan bedenk ik mij dat wanneer deze persoon positief is, het een behoorlijke klus wordt voor bron- en contactonderzoek. We werken in deze maatschappij met mail- en postadressen, maar dat is hier onmogelijk.

Week 15 - Stip aan de horizon?

Het nieuwe coronavirus COVID-19. Het roept zoveel vragen op en heel veel antwoorden wanneer je de media mag geloven. Bijna iedereen op tv, de radio en in de krant is ‘deskundige’. Wie kunnen en mogen we geloven? Niemand heeft een glazen bol en er is geen stip aan de horizon die aangeeft wanneer het leven weer gewoon zal worden. En wat is het Nieuwe Normaal?

Ondertussen proberen collega’s in de jeugdgezondheidszorg de toko zo goed mogelijk te laten draaien en er te zijn voor de mensen die het het hardst nodig hebben. Eerlijk is eerlijk, mijn JGZ-agenda is zo goed als leeg. Scholen hebben de eerste weken hard gewerkt aan het bieden en uitvinden van een goed onderwijsconcept. Vanuit het onderwijs komen mooie initiatieven, maar het is zorgelijk dat de verschillen in kansen die jongeren krijgen aannemelijk groter wordt. Het maakt nogal wat uit in welk huis je wieg staat. Een mentor vertelde dat hij van de dertig huiswerkpakketten er drie terugkreeg.

Het uit beeld zijn van kinderen die mogelijk geen veilig thuis hebben, baart zorgen. Hoe kunnen we ouders en scholen hierbij zo goed mogelijk ondersteunen?

Als bemonsteraar treedt er een soort gewenning op. Normaal is in mijn dagelijkse werk de sociale kant enorm belangrijk, bij het bemonsteren is dat heel beperkt. Ik moet leren dat ik een voorbijganger ben die tijdens de momentopname van het afnemen van de kweek sociaal en professioneel is, maar dat het daarna stopt. Ik hoef de hele wereld niet op mijn schouders te dragen en hoef ook geen vervolg te geven aan de sores die we waarnemen. Het afnemen van het monster is ondersteunend in de zorg. Ik voel me wel verantwoordelijkheid voor het signaleren van bijzonderheden. Bijvoorbeeld als gevraagd wordt of we een oude dame even in de groep kunnen testen. In de groep? Waar wij als GGD’ers altijd alert zijn op preventie en voorzorgsmaatregelen, blijkt dat burgers en sommige andere zorgverleners af en toe nog in een heel andere wereld leven.

Meestal zijn mensen blij wanneer we komen, maar er klinkt af en toe ook grote frustratie. Hebben jullie wel genoeg persoonlijke beschermingsmiddelen? Waarom wordt er pas nu getest? Zie je wel dat we veel te afhankelijk van China geworden zijn? Wie heeft beslist dat zij wel en ik niet getest kan worden? De ellende die we aantreffen blijft onverminderd groot. Mentaal waren we hier helemaal niet op voorbereid. Als je de rouwadvertenties in de Leeuwarder Courant leest, kom je namen tegen waarbij je denkt: och ja, daar zijn we geweest.

Week 16/17 – Werken in een nieuwe wereld

Het ruikt buiten naar gier en zon. De dieren laten elkaar het mooiste van zichzelf zien en horen. Het enige wat mij aan Pasen deed denken warende vele hazen in het land.

Maar ook de mens krijgt de ‘maaitiid yn ‘e holle’. Vorige week kreeg ik een vette knipoog van een meneer in een grote auto. Rijdend in de huur-Skoda, en niet in mijn mooie retro 500, heb ik dit stiekem op mijn eigen conto geschreven, dat doet me goed.

De Camminghahal heeft plaatsgemaakt voor een nieuwe testlocatie bij Izore. Ik noem het de feesttent. Zonder top 40-band maar met een radio en echte Hessels-toiletten ernaast. De populatie van de mensen die thuis getest worden verschilt wezenlijk van de mensen in de tent, maar ook hier is het geen feestje. Zorgmedewerkers die zwaar belast zijn of juist graag willen werken om collega’s te ontlasten, komen vaak zenuwachtig binnen.

En ja, wat mis ik de leerlingen en de school. Ik stel mij zo voor dat er op scholen ongeveer dezelfde spookstadachtige sfeer hangt als in de instellingen waar we als bemonsteraar komen: stil en doods.

Het werken in de nieuwe wereld leert mij ook ontzettend relativeren. Wat is belangrijk in het leven? Gelukkig kan ik blijven werken en zijn er nog geen naasten getroffen door corona.

Op naar morgen, wanneer we van de wijze heren en dames in Den Haag het komende beleid horen.

Hâld Hoek en bedenk: HJOED IS IN MOAIE DEI.

Word lid en praat mee!

Samen met 105.000 leden maken we ons als beroepsvereniging sterk voor professionalisering van de beroepen verpleegkundige, verzorgende en verpleegkundig specialist. Leden horen, zien en helpen; dat is waar we als V&VN voor staan. Wil jij invloed hebben op hoe jouw beroep zich ontwikkelt? Word lid van V&VN.