8 tips om uitdroging bij ouderen te voorkomen

  • 31 oktober 2018
  • Nieuwsbericht
  • Richtlijnen en protocollen
  • V&VN Algemeen

Terugkerende urineweginfecties, verwardheid, een lage bloeddruk of in het extreemste geval: overlijden. Allemaal mogelijke gevolgen van dehydratie, oftewel uitdroging. Dat dit probleem vooral bij ouderen op de loer ligt, weet verpleegkundig specialist ouderengeneeskunde Simone Paulis maar al te goed. Voor haar promotieonderzoek richt zij zich op uitdroging bij verpleeghuisbewoners. “Het grootste knelpunt is dat veel zorgprofessionals een chronisch vochttekort niet op tijd herkennen.”

Wat is uitdroging precies?

“Normaal gesproken zorgt de water- en elektrolytenhuishouding voor een goede balans tussen de hoeveelheid water en de hoeveelheid zout in het lichaam. Als iemand te weinig drinkt, stijgt het zoutgehalte in het lichaam, houden de nieren vocht vast en ontstaat er een dorstprikkel. Wanneer de balans verstoord is door een te lage vochtinname of een te hoog vochtverlies spreekt men van een negatieve vochtbalans, oftewel uitdroging.”

Waarom komt uitdroging vaak voor bij ouderen?

“Ouderdom gaat gepaard met een aantal fysiologische veranderingen. Allereerst verandert de lichaamssamenstelling. De spiermassa neemt af en het vetpercentage neemt toe. Spieren bevatten, in tegenstelling tot vet, veel water. Het totale waterpercentage in het lichaam neemt daardoor in verhouding af. Bovendien werkt de dorstprikkel bij ouderen niet meer goed en is er sprake van een verminderd concentratievermogen van de nieren om water en zout vast te houden. Door deze drie fysiologische veranderingen, als gevolg van ouderdom, lopen ouderen een vergroot risico om uitgedroogd te raken.”

Wat zijn veelvoorkomende risicofactoren?

“Koorts en cognitieve stoornissen zijn de meest onderzochte risicofactoren als het gaat om uitdroging bij verpleeghuisbewoners. Als iemand koorts heeft, moet er een alarmbelletje gaan rinkelen. Die persoon verliest dan meer vocht dan normaal waardoor er een vergrote kans op uitdroging ontstaat. Hetzelfde geldt voor braken en diarree. Men spreekt in dat geval van acute dehydratie, de voorspelbare en zichtbare vorm van dehydratie. Chronische dehydratie ontstaat wanneer iemand gedurende een lange tijd te weinig vocht binnenkrijgt. Deze vorm van dehydratie is minder zichtbaar en wordt daarom vaak niet tijdig herkend. De focus komt meestal pas op chronische dehydratie te liggen wanneer de gevolgen al hun intrede hebben gedaan. Belangrijk is dat bij uitdroging het tekort aan vocht wordt aangevuld. Dit kan oraal of wanneer dit niet meer lukt met bijvoorbeeld een infuus. Wanneer dehydratie te laat wordt geconstateerd, zijn de gevolgen niet altijd omkeerbaar. In het meest ernstige geval kan uitdroging ervoor zorgen dat iemand overlijdt.”

Om chronische dehydratie beter en vooral vroegtijdig te kunnen signaleren, is meer onderzoek nodig. Simone hoopt hier in de toekomst met haar promotieonderzoek een bijdrage aan te kunnen leveren. “De eerste stap is middels een internationale studie vaststellen hoe dehydratie op de meest betrouwbare, eenduidige wijze gediagnosticeerd kan worden in het verpleeghuis.’’

Dit nieuwsartikel is per december 2019 overgeplaatst van de oude website van V&VN naar de vernieuwde website. Eerder geplaatste reacties komen hiermee te vervallen. Wil je reageren op dit artikel? Praat verder op social media.

Word lid en praat mee!

Samen met 105.000 leden maken we ons als beroepsvereniging sterk voor professionalisering van de beroepen verpleegkundige, verzorgende en verpleegkundig specialist. Leden horen, zien en helpen; dat is waar we als V&VN voor staan. Wil jij invloed hebben op hoe jouw beroep zich ontwikkelt? Word lid van V&VN.