Laatst was het weer zover. Nietsvermoedend kwam ik bij een patiënt en zei: “Ik ga u nu via het infuus de plasmedicatie toedienen.” Een alledaagse handeling, waar ik normaalgesproken niet veel bij na hoef te denken. Haar antwoord zette me echter op scherp: “Oh, je bedoelt de furosemide?”

Er is over het algemeen niet veel vakjargon nodig om de medisch geschoolde patiënt – een arts of verpleegkundige die zelf ziek is geworden – te ontmaskeren. Binnen een paar zinnen is vaak wel duidelijk hoe de vork in de steel zit.

Ik probeer zo onverstoorbaar mogelijk door te gaan met mijn werk. Vraag geïnteresseerd naar haar werkplek. Maar weet dat ik vanaf dat moment op mijn hoede ben. Want ze ziet en hoort natuurlijk alles. Ook al zegt ze van niet; ook al zegt ze dat ze het loslaat nu ze ‘aan de andere kant staat’.

Het zorgen voor een arts of verpleegkundige kan zo zijn voordelen hebben. Met veel begrip voor je overvolle werkdag verhelpen ze een storing in de infuuspomp of schieten ze een medepatiënt te hulp. Hun kritische vragen en herkenbare anekdotes helpen je soms net weer wat verder in je eeuwigdurende leerproces. Fijn. Maar soms voel je bij alles wat je doet priemende ogen in je rug. Of moet de zorg opeens uitgevoerd worden naar de maatstaven van een ‘bevriend arts’ van de patiënt, die het allemaal beter weet. Soms heeft de patiënt een medische database doorspit en in een ver buitenland een studiebehandeling gevonden die in zijn geval mogelijk iets te bieden heeft. Lastig wordt het ook wanneer hij algemene kennis uit lang vervlogen jaren probeert toe te passen op zijn specifieke situatie nu, en niet (meer) doorheeft dat het over appels en peren gaat. Je zou er kriegel van kunnen worden.

Zóu. Want is het niet logisch dat iemand het beste voor hemzelf wil? Dat hij zijn medische achtergrond inzet, in de hoop een eventuele fout of gemiste kans te kunnen voorkomen? Is het een manier van controle houden door iemand die ook niet zeker weet hoe de behandeling van zijn ernstige ziekte zal gaan verlopen? Zo bekeken is het gedrag waar je je aan stoorde opeens zeer begrijpelijk. Vaak helpt het ook goed om dat gedrag bespreekbaar te maken. Maar toch blijf ik er alert op dat juist deze patiënten met hun oplettende blik tevreden zijn over de zorg en zich veilig voelen op onze afdeling.  

De volgende dag moet dezelfde patiënt weer furosemide krijgen. Helaas, kast leeg. Terwijl ik nog op de net wat langzame levering van de apotheek wacht, laat de patiënt, behulpzaam bedoeld, vijf ampullen van haar eigen afdeling komen. “Anders krijg ik het misschien te laat”. Oei. “Dankjewel”, krijg ik nog net over mijn lippen. “Dit gaat me niet nog eens gebeuren”, denk ik vanbinnen.

Rixt Bode

Juni 2019

Word lid en praat mee!

Samen met 105.000 leden maken we ons als beroepsvereniging sterk voor professionalisering van de beroepen verpleegkundige, verzorgende en verpleegkundig specialist. Leden horen, zien en helpen; dat is waar we als V&VN voor staan. Wil jij invloed hebben op hoe jouw beroep zich ontwikkelt? Word lid van V&VN.