Indrukken van de verpleegkundige dag van het DHC 2020

  • 3 februari 2020
  • Nieuwsbericht
  • Oncologie

Alweer voor de 9e keer wordt deze dag (in januari in Papendal) georganiseerd. Het is altijd goed georganiseerd, goed verzorgd en inmiddels zo massaal bezocht dat we standaard de grote zaal nodig hebben. In een paar flitsen de verschillende presentaties:

1. In het kort uitleg over BeenMergPunctie. Uitgelegd werd dat in het Aspiraat vooral gekeken wordt naar verhoudingen tussen cellen en het uiterlijk van cellen. In het Biopt wordt meer gekeken naar structuur, bijvoorbeeld fibrose.  Op grond van deze observaties wordt gedifferentieerd naar lymfatisch of myeloid. De Flowcytometrie/immunofenotypering werkt met CD (Cluster of Difference)-nummers. .

2. Bij de presentatie over ALL werd duidelijk dat altijd een diagnostische lumbaalpunctie aanbevolen is omdat er relatief vaak een CZS-lokalisatie is. Het grote verschil met AML qua behandeling is dat je bij AML zo snel mogelijk moet starten chemo en bij ALL met corticosteroïden. Let bij corticosteroïden altijd op verhoogde kans op aspergillus en herpessen, dus start met CoTrim en Valaciclovir. Nieuwe behandelingen zijn vooral Blinatumomab (dat zich bindt aan CD19 en ALL-cellen) en CAR-T. Aan de laatste kleven ook nog zeker nadelen.

3. Pijn bij BMP was een studie en een praktijkonderzoek die uitwezen dat er nog veel pijn en veel angst wordt beleefd tijdens de BMP. Interventies kunnen zijn: een VR-bril en vooral veel positieve prikkels geven.

4. De directeur van HOVON legde uit hoe het instituut is opgericht en waar het voor staat. Ze legde de 4 fases die studies moeten doorlopen uit. Op de vraag “wat mag” was het antwoord dat dat inmiddels is vastgelegd in het Verdrag van Helsinki voor wat betreft patentrechten. In de praktijk moeten studies altijd eerst goedgekeurd worden door de landelijke CCMV en op locatie door de medisch-ethische commissie.

5. Als het gaat om Klinische studies in Multiple Myeloom werd uitgelegd dat altijd begonnen wordt met een inductietherapie, mogelijk (bij fitte patiënten) gevolgd door een Stamceltransplantatie en daarna een onderhouds- of consolidatiebehandeling. In de inductiefase is altijd een proteasoomremmer nodig en tegenwoordig standaard Daratumumab en daarbij een corticosteroïd. De Perseus, de CAR-T en nieuwe studies werden genoemd als nieuwe ontwikkelingen.  Bij niet-fitte en oudere patiënten is Dara-MPV de richtlijn maar studies zijn gaande om te kijken of Frailty nog beter in kaart te brengen is, zodat de medicatie gepersonaliseerder kan worden aangeboden.

6. HOVON bij Non Hodgkin sloot aan bij nu al decennialange goede ervaringen met R-CHOP. Er zijn veel studies geweest om de resultaten nog te verbeteren maar eigenlijk is nooit iets beter gebleken dan deze standaardbehandeling. Inmiddels is wel duidelijk dat de slechtere uitkomsten vooral voorkomen bij patiënten met een bewezen Myc-translocatie. De classificering is hier al aangepast. De nieuwe richtlijn is nu 6cRCHOP voor patiënten zonder deze translocatie. De patiënten met translocatie krijgen, in studieverband, RCHOP en Lenalidomide of in een andere studie CAR-T.

7. Tijdens Immuuntherapie bij maligne lymfomen werd uitgelegd dat T-cellen tumorcellen kunnen herkennen en vernietigen. Daar is wel activatie voor nodig (voor een bepaalde periode), de taak van checkpoints. Indien T-cellen niet geactiveerd worden kunnen checkpointinhibitors worden ingezet. Vooral Nivolimab en Pembrolizumab geven goede resultaten, naast ook bijwerkingen. Ze worden nu ingezet bij patiënten met NHL die niet reageren op RCHOP. Het resultaat tot nu toe is vaak PR, eigenlijk nooit CR.

8. De presentatie over Kwaliteit van leven na allo- SCT maakte vooral duidelijk dat met behulp van het computersysteem profiel veel data zijn te verzamelen over dit onderwerp bij patiënten. Dit geeft meer inzicht in hoe de patiënt zich ontwikkeld en maakt de mogelijkheid om te vergelijken met andere instellingen of landen veel groter.

9. De AMULETstudie is een studie die momenteel loopt in een aantal ziekenhuizen in het zuiden des lands. Het gaat uit van het gegeven dat veel patiënten die repopuleren of een intensieve kuur doormaken ondervoed zijn of raken. De studie probeert aan te tonen of deze patiënten meer gebaat zijn bij sondevoeding of meer bij TPV of bij geen van beide. Voorlopig volgen de deelnemende ziekenhuizen nog hun eigen beleid. Het LODHS (diëtisten) heeft overigens een nieuwe beslisboom over voeding bij AML in voorbereiding. Onderstreept werd verder dat Ciproxin innemen en zuivelproducten niet samengaan.

10. Bijwerkingen van Immuuntherapie bij lymfomen maakte duidelijk dat vroege herkenning van deze bijwerkingen zeer belangrijk is. Want overlijden toch nog 1-2 % van de patiënten aan de bijwerkingen. De CTCAEgradering kan leidraad zijn bij de signalering. Bijwerkingen blijken vaak reversibel maar de tumorflore geeft wel vaak eerst een toename te zien. Ook CAR-T heeft bijwerkingen, vooral het CRS is gevreesd: CyokineReleaseSydroom vooral te herkennen aan koorts, malaise en vermoeidheid. De behandeling is met Toculizumab en corticosteroïden.

11. Tips en tricks bij de nieuwe middelen bij MM begon optimistisch dat de revival voor deze groep patiënten echt toeneemt. Omdat de bijwerkingen de kwaliteit van dit langer leven dus ook langer beïnvloeden is afwegen van Toxicity ten Effectivity steeds belangrijker. Het scoren van de Frailty van de patiënt is hierin een kernpunt maar ook het geven van Supportive Care. Als voorbeeld werd Levofloxacine genoemd. Bijwerking van dexa is vooral myopathie van de bovenbeenspieren. Als bijwerking van de IMIDS vooral PolyNeuroPathie,  diarree (te bestrijden met Questran) en VTE. Proteasoomremmers kunnen huidschade geven en PNP (bij Ixazomib veel minder trouwens). Carfilzomib kan hart- en nierschade geven.

12. Dat smaakt naar meer was een presentatie een pilot die in een ziekenhuis werd gehouden rond smaakverlies. Het bestaat uit een informatiemiddag voor patiënten en hun mantelzorgers (die koken) met daaraan gekoppeld een workshop waarin gekookt en vooral geproefd kan worden. Smaak en smaakverlies zijn complexe zaken die niet alleen te maken hebben maar papillen maar ook met presentatie, volume, verandering en versterking. De eerste resultaten geven aan dat de pilot voldoet aan de verwachtingen.

13. De presentatie over Bloedstolling leerde dat de hemo(bloed) stolling(stase) vooral een cascade is met een primaire en een secundaire hemostase. De primaire betreft een proces waarop een aantal receptoren actief is dat uiteindelijk leidt tot trombocytenaggregatie. De secundaire hemostase leidt via de Tissuefactor en een aantal stollingsfactoren (waaronder een aantal dat ook nodig is voor de primaire) tot fibrinevorming, een soort netje om het stolsel heen. Het hangt er dus van af in welke hemostase je in wil/moet grijpen om bijvoorbeeld de aggregatie te remmen of de fibrinevroming te couperen. Daarvoor zijn diverse soorten medicatie. Daarnaast kunnen de onderscheiden stollingsfactoren (aangeboren of verworven) gestoord zijn. Bij leverfalen zijn sowieso meerdere factoren verstoord.

Op naar het volgende jaar, waarin we ons eerste lustrum vieren!

Word lid en praat mee!

Samen met 105.000 leden maken we ons als beroepsvereniging sterk voor professionalisering van de beroepen verpleegkundige, verzorgende en verpleegkundig specialist. Leden horen, zien en helpen; dat is waar we als V&VN voor staan. Wil jij invloed hebben op hoe jouw beroep zich ontwikkelt? Word lid van V&VN.