Verpleegkundige Indicatiestelling: het normenkader

Wijkverpleging
Sinds 2015 is verpleging en verzorging in de thuissituatie opgenomen in het basispakket van de zorgverzekering. Wijkverpleging is 'zorg zoals verpleegkundigen die plegen te bieden' en vindt plaats in de eigen omgeving van de verzekerde. Voorwaarde is dat er sprake is van 'een behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop' (zie artikel 2.10 van het Besluit zorgverzekering (Bzv) in de Zorgverzekeringswet (Zvw)). 

Indiceren en organiseren van zorg
Binnen de Zvw is de zorgprofessional verantwoordelijk voor de indicatiestelling en het bepalen van de daaruit voortvloeiende noodzakelijke zorg. Het bepalen van de zorgbehoefte (het indiceren) is een onlosmakelijk onderdeel van het professioneel handelen van de wijkverpleegkundige én de start van de zorgverlening. Naast het indiceren stelt de wijkverpleegkundige in samenspraak met de cliënt vast wie de geïndiceerde zorg het beste kan uitvoeren (het organiseren van zorg). Tot slot bepaalt de wijkverpleegkundige of de zorg inderdaad Zvw-zorg is, of dat de zorg onder een ander wettelijk kader valt zoals de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) of de Wet langdurige zorg (Wlz). 

Uitgangspunten bij indiceren
Het indiceren is hét instrument voor de wijkverpleegkundige om de zorgvraag op basis van zorgbehoeften, zoals door de cliënt geduid vanwege diens beperking, belemmering of aandoening, op methodische wijze vast te stellen. Om de uitgangspunten van het indicatieproces te borgen, heeft de beroepsgroep in 2014 'Normen voor indiceren en organiseren van verpleging en verzorging in de eigen omgeving' vastgesteld. Het Normenkader is de beroepsnorm en beschrijft zes normen waaraan de wijkverpleegkundige moet voldoen om te mogen indiceren. Dit houdt tevens in dat de wijkverpleegkundige die indiceert zich committeert aan het Normenkader. De normen dragen bij aan een objectief, onbevooroordeeld en onafhankelijk indicatieproces. 

Bij de uitwerking van het normenkader is gebruik gemaakt van de destijds vastgestelde richtlijnen en afspraken binnen V&VN. Denk hierbij aan het verpleegkundig beroepsprofiel (V&V2020, 2012), het Expertisegebied wijkverpleegkundige (in 2019 is het expertisegebied uit 2012 herzien), de visie van Huber op gezondheidszorg (Huber e.a., 2012) en de richtlijn verpleegkundige en verzorgende verslaglegging (V&VN 2011). 

Het normenkader bestaat uit zes normen:

  1. Indiceren en organiseren van zorg vindt plaats op basis van professionele autonomie.
  2. Indiceren en organiseren van zorg wordt gedaan door een bachelor- of masteropgeleide verpleegkundige.
  3. Indiceren en organiseren van zorg is gericht op versterken van eigen regie en zelfredzaamheid van cliënten en het cliëntsysteem. 
  4. Besluitvorming rond indiceren en organiseren van zorg vindt plaats op basis van het verpleegkundig proces. De methode die verpleegkundigen daarbij hanteren is het klinisch redeneren. 
  5. De verslaglegging voldoet aan de V&VN-richtlijn voor verslaglegging (samenvattingskaart).
  6. De verpleegkundige overdracht voldoet aan de V&VN-standaard voor de overdracht van zorg.

Begrippenkader indicatieproces
In 2019 heeft de beroepsgroep het begrippenkader indicatieproces opgesteld als aanvulling op het normenkader. Het begrippenkader gaat dieper in op veelgebruikte begrippen in het indicatieproces. Lees meer over het begrippenkader

Hulpmiddelen en handreikingen
In 2018 is de toolbox indicatieproces ontwikkeld met en voor wijkverpleegkundigen. De toolbox bestaat uit beslissingsondersteunende hulpmiddelen voor het in kaart brengen en evalueren van de zorgvraag en de zorgbehoefte van de cliënt/het cliëntsysteem als onderdeel van het verpleegkundig proces. 

Begin januari 2020 volgt een handreiking Normenkader en een handreiking Verpleegkundig Proces. Hierin staat uitgelegd wat de normen en de stappen betekenen voor de wijkverpleegkundige en hoe deze inzichtelijk te maken zijn in de indicatie en het zorgplan.