Welke vragen helpen?

Waarom is aansporen nodig? Heeft de zorgvrager geen zin in eten? Of vergeet hij/zij te eten, doordat hij/zij de eetprikkel niet meer goed kan vertalen? Is er sprake van verdriet en gemis van iemand bij het eten? Is er sprake van geen zin in eten, omdat er niet meer wordt gekookt en de zintuigen minder geprikkeld worden om te gaan eten? Weet iemand niet meer hoe hij aan eten komt of moet eten? Is het niet meer eten onderdeel van meerdere problemen met dezelfde oorzaak? Is bijvoorbeeld cognitie een probleem en is de dagstructuur zoek, waarin eten een plaats had, net als opstaan en aankleden, hond uitlaten, boodschappen doen, etc.?

Een hardnekkig gerucht 

Vanuit de praktijk krijgen wij signalen dat maaltijdondersteuning alleen bij slikproblemen of slikgevaar gefinancierd kan worden vanuit de Zvw. Dat is niet zo. Het is de wijkverpleegkundige die bepaalt, op basis van het verpleegkundig proces en klinisch redeneren, of de zorgvraag Zvw-zorg is (= 'zorg zoals verpleegkundigen die bieden'). Niemand anders kan en mag dat bepalen volgens de Zvw, zelfs niet de adviseur van de zorgverzekeraar of de werkgever. Kortom: laat niemand anders denken op de stoel van de wijkverpleegkundige te kunnen zitten. Dat mag alleen jij.