Reken om:
1 ml = cc
Reken om:
1 dl = ml
Reken om:
1 g = mg
Reken om:
1 mg = μg
Reken om:
10 ml = dl
Je moet een 500 ml glucoseoplossing van 2,5% maken.
Hoeveel mg glucose heb je nodig?
Je hebt een zoutoplossing van 10%. Hierin zit 20 gram zout.
Hoeveel ml oplossing is dit?
Een patiënt krijgt via een infuus 2,5 liter per 24 uur.
Bereken de druppelsnelheid.
N.B.:
Rond de uitkomst naar beneden af in hele druppels!
Je hebt een infuuszak van 1000 ml aangehangen. Deze moet in 12 uren inlopen. Na 2 uur blijkt er al 300 ml ingelopen te zijn. In overleg met de arts moet je de resterende hoeveelheid infuusvloeistof in 10 uur in laten lopen.
Bereken hiervan de druppelsnelheid.
N.B.:
Rond de uitkomst naar beneden af in hele druppels!
De arts spreekt als infuusbeleid af dat een patiënt per etmaal 1,5 liter glucose/zout per infuuspomp toegediend krijgt.
Welke pompstand stel je in? (ml/uur)
N.B.:
Rond de uitkomst naar boven af in hele ml/uur!
Een patiënt is erg verward en angstig. De arts schrijft Haldol druppels voor: 0,5 mg. De sterkte is 2 mg/ml, 1 ml = 20 druppels.
Hoeveel druppels geef je?
Een kind van 25 kg krijgt een antibioticum voorgeschreven. Een ampul bevat 100 mg/ml. De eerste keer moet je hem 4 mg/kg lichaamsgewicht toedienen.
Hoeveel ml dien je toe?
De arts schrijft oogdruppels voor. Dosering 20 mg. Je beschikt over oogdruppels 4%, 1 ml = 20 druppels.
Hoeveel druppels geef je?
Een patiënt heeft ernstige pijn. De arts schrijft Pethidine voor. Je hebt een oplossing van 5 % en je moet 60 mg toedienen.
Hoeveel ml moet je geven?
Een patiënt heeft 45 IE insuline nodig. De flacon bevat 100 IE/ml.
Hoeveel ml geef je?
Een kind van 8 kg heeft een ernstige infectie en krijgt antibiotica voorgeschreven in een dosering van 75000 IE/kg/24 uur in 4 gelijke doses.
Hoeveel IE krijgt hij per gift?
Je moet 200 mg Cisordinol i.m. toedienen. Een ampul van 2 ml bevat 50 mg/ml.
Hoeveel ampullen heb je nodig?
Een patiënt krijgt tijdens transport 5 liter zuurstof per sonde toegediend vanuit een cilinder van 2 liter met 60 bar druk.
Hoeveel minuten is de fles toereikend?
Je wilt een flacon Erythrocine van 1 gram oplossen in steriel water tot 10 ml.
Welke concentratie krijg je in mg/ml?
Je moet 25 mg Lasix per uur onverdund per perfusiepomp toedienen. Een ampul van 10 ml bevat 100 mg Lasix.
Op welke stand zet je de pomp? (ml/uur)
Reken om:
10 ml = cc
Reken om:
100 ml = dl
Reken om:
0,1 g = mg
Reken om:
0,1 mg = μg
Je moet een 200 ml zoutoplossing van 2,5 % maken.
Hoeveel mg zout heb je nodig?
Een patiënt krijgt via een infuus 2 liter per 24 uur.
Bereken de druppelsnelheid.
N.B.:
Rond de uitkomst naar beneden af in hele druppels!
Je hebt een infuuszak van 1000 ml aangehangen. Deze moet in 8 uren inlopen. Na 2 uur blijkt er al 400 ml ingelopen te zijn. In overleg met de arts moet je de resterende hoeveelheid infuusvloeistof in 6 uur in laten lopen.
Bereken hiervan de druppelsnelheid.
N.B.:
Rond de uitkomst naar beneden af in hele druppels!
De arts spreekt als infuusbeleid af dat een patiënt per etmaal 2 liter glucose/NaCl per infuuspomp toegediend krijgt.
Welke pompstand stel je in? (ml/uur)
N.B.:
Rond de uitkomst naar boven af in hele ml/uur!
Een patiënt is erg verward en angstig. De arts schrijft 1,5 mg Haldol druppels voor. De sterkte is 2 mg/ml, 1 ml = 20 druppels.
Hoeveel druppels geef je?
Een kind van 20 kg krijgt een antibioticum voorgeschreven. Een ampul bevat 200 mg/ml De eerste keer moet je hem 5 mg/kg toedienen.
Hoeveel ml dien je toe?
De arts schrijft 20 mg aan oogdruppels voor. Je beschikt over oogdruppels 5%, 1 ml = 20 druppels.
Hoeveel druppels geef je?
Een patiënt heeft ernstige pijn. De arts schrijft Pethidine voor. Je hebt een oplossing van 5% en je moet 75 mg toedienen.
Hoeveel ml moet je geven?
Een patiënt heeft 40 IE insuline nodig. De flacon bevat 100 IE/ml.
Hoeveel ml geef je?
Een kind van 8 kg heeft een ernstige infectie en krijgt antibiotica voorgeschreven in een dosering van 80000 IE/kg/24 uur in 8 gelijke doses.
Hoeveel IE krijgt hij per gift?
Je moet 400 mg Cisordinol i.m. toedienen. Een ampul van 2 ml bevat 50 mg/ml.
Hoeveel ampullen heb je nodig?
Je wilt een flacon Erythrocine van 3 gram oplossen in steriel water tot 30 ml.
Welke concentratie krijg je in mg/ml?
Je moet 15 mg Lasix per uur onverdund per spuitpomp toedienen. Een ampul van 10 ml bevat 100 mg lasix.
Op welke stand zet je de pomp? (ml/uur)
Een patiënt krijgt tijdens transport 4 liter zuurstof per sonde toegediend vanuit een cilinder van 2 liter met 80 bar druk.
Hoeveel minuten is de fles toereikend?
Je hebt een glucose oplossing van 10%. Hierin zit 25 gram glucose.
Hoeveel ml oplossing is dit?
Reken om:
1 kg = g
Reken om:
2,4 g = mg
Reken om:
0,5 mg = μg
Reken om:
2,5 l = ml
Reken om:
1,3 mg = μg
Reken om:
20 g = kg
Reken om:
300 μg = g
Een patiënt heeft de afgelopen 24 uur de volgende hoeveelheden gedronken: 125 ml, 200 ml, 150 ml, 200 ml, 150 ml, 75 ml, 125 ml, 125 ml, 125 ml en 50 ml. Hij heeft 2,3 liter infuus gehad. De urineproductie was 2735 ml.
Bereken de vochtbalans over de afgelopen 24 uur (in ml).
N.B.:
Als de vochtbalans negatief is, laat de uitkomst dan voorafgaan door een -.
Een patiënt heeft van 24.00.u. tot 06.00.u. een negatieve vochtbalans van 1350 ml. Van 06.00.u. tot 12.00.u. heeft hij 880 ml aan infuus gehad, 425 ml gedronken en 647 ml uitgeplast.
Bereken de vochtbalans van 24.00.u. tot 12.00.u. (in ml).
N.B.:
Als de vochtbalans negatief is, laat de uitkomst dan voorafgaan door een -.
Een patiënt moet 2,1 liter infuus per 24 uur hebben.
Bereken de druppelsnelheid per minuut.
N.B.:
Rond de uitkomst naar beneden af in hele druppels!
Een patiënt moet 1 liter infuus per 24 uur hebben.
Op welk stand moet de infuuspomp worden ingesteld (ml/uur)?
N.B.:
Rond de uitkomst naar boven af in ml/uur.
Een patiënt krijgt per infuus 1000 ml per 24 uur toegediend. Na 3 uur constateer je dat de zak van 500 ml nog 100 ml bevat.
Klopt dit volgens schema?
N.B.:
Antwoord met ja of nee.
Een patiënt krijgt per infuus 1000 ml per 24 uur toegediend. Na 3 uur constateer je dat de zak van 500 ml nog 100 ml bevat.
Bereken hoeveel ml per uur exact (met twee cijfers achter de komma) het infuus te snel heeft gelopen.
In opdracht van de behandelend arts moet je 25 mmol magnesiumsulfaat aan een infuus toevoegen. Op het etiket van de ampul staat 1,25 mmol/ml.
Hoeveel ml voeg je aan het infuus toe?
Een patiënt krijgt 3 x dd 15 mg Burox i.v. voorgeschreven. Op het etiket van de ampullen staat 10 mg/ml.
Hoeveel ml dien je de patiënt per keer toe?
Een patiënt krijgt 1 x dd 80 μg Saroxinedrank. Op het etiket van het flesje staat 0,05 mg/ml.
Hoeveel ml geef je per keer?
Een kind van 30 kg met een hartinsufficiëntie krijgt 50 μg Acetyldigitoxine/kg lichaamsgewicht, verdeeld over 6 doses per 24 uur. In voorraad zijn deelbare tabletten van 0,2 mg Acetyldigitoxine.
Hoeveel tabletten krijgt het kind per keer?
In voorraad is morfine 2%.
Hoeveel mg morfine zit er in een ampul van 2 ml?
Een patiënt heeft een infuus via een spuitenpomp. In de spuitenpomp zit een spuit met een oplossing van 0,4 ml Velosulin 100 IE/ml en 39,6 ml NaCl 0,9 %.
Wat is de concentratie Velosulin in IE/ml van de oplossing in de spuit?
Een patiënt heeft een infuus via een spuitenpomp. In de spuitenpomp zit een spuit met een oplossing van 0,4 ml Velosulin 100 IE/ml en 39,6 ml NaCl 0,9%. De pomp staat op 2,3 ml/uur ingesteld.
Hoeveel IE Velosulin heeft de patient dan na 3,5 uur gehad?
Op een zuurstofcilinder van 10 liter staat de manometer op 170 bar.
Hoeveel liter zuurstof zit er in de cilinder?
Een patiënt krijgt 2 liter zuurstof per minuut.
Hoeveel liter zuurstof heeft de patiënt van 20.00.u. tot 8.00.u. nodig?
Een patiënt krijgt 2 liter zuurstof per minuut. Het is nu 20.00.u. Op de afdeling wordt een zuurstofcilinder van 10 liter gebruikt, waarvan de manometer op 170 bar staat. De technische dienst brengt de volgende dag om 08.00.u. de volgende fles.
Hoeveel liter zuurstof zit er dan nog in de cilinder?
Reken om:
1 kg = g
Reken om:
3,1 g = mg
Reken om:
0,8 mg = μg
Reken om:
1,6 l = ml
Reken om:
2,1 mg = μg
Reken om:
18 g = kg
Reken om:
450 μg = g
Een patiënt heeft de afgelopen 24 uur gedronken: 125 ml, 125 ml, 150 ml, 125 ml, 125 ml, 150 ml., 200 ml, 175 ml, 125 ml, 50 ml. De patiënt heeft 1,2 liter infuus gehad. De urineproductie is 2735 ml.
Bereken de vochtbalans over de afgelopen 24 uur (in ml).
N.B.:
Als de vochtbalans negatief is, laat de uitkomst dan voorafgaan door een -.
Een patiënt heeft van 24.00.u. tot 06.00.u. uur een negatieve vochtbalans van 970 ml. Van 06.00.u. tot 12.00.u. heeft hij 860 ml aan infuus gehad, 250 ml gedronken en 647 ml geplast.
Bereken de vochtbalans van 24.00.u. tot 12.00.u. (in ml).
N.B.:
Als de vochtbalans negatief is, laat de uitkomst dan voorafgaan door een -.
Een patiënt moet 3,3 liter infuus per 24 uur hebben. Je hebt geen infuuspomp tot je beschikking.
Bereken de druppelsnelheid per minuut.
N.B.:
Rond de uitkomst naar beneden af in hele druppels!
Een patiënt moet 2,1 liter infuus per 24 uur hebben. Je kunt gebruikmaken van een infuuspomp (waarbij de stand ingesteld kan worden op aantal ml/uur).
Op welke stand zet je de pomp?
N.B.:
Rond de uitkomst naar boven af in ml/uur.
Een patiënt krijgt 1000 ml infuus per 24 uur. Na 4 uur constateer je dat de zak van 500 ml nog 100 ml bevat.
Klopt dit volgens schema?
N.B.:
Antwoord met ja of nee.
Een patiënt krijgt 1000 ml infuus per 24 uur. Na 4 uur constateer je dat de zak van 500 ml nog 100 ml bevat.
Bereken hoeveel ml per uur exact (met twee cijfers achter de komma) het infuus te snel heeft gelopen.
Je moet 15 mmol magnesiumsulfaat aan een infuus toevoegen. Op het etiket van de ampul staat 1,25 mmol/ml.
Hoeveel ml voeg je aan het infuus toe?
Een patiënt krijgt 3 x dd 25 mg Burox i.v. voorgeschreven. Op het etiket van de ampullen staat 10 mg/ml.
Hoeveel ml dien je de patiënt per keer toe?
Een patiënt krijgt 1 x dd. 60 μg Saroxinedrank. Op het etiket van het flesje staat 0,05 mg/ml.
Hoeveel ml geef je per keer?
Een kind van 18 kg met een hartinsufficiëntie krijgt 50 μg Acetyldigitoxine/kg lichaamsgewicht, verdeeld over 6 doses per 24 uur. In voorraad zijn deelbare tabletten van 0,2 mg Acetyldigitoxine.
Hoeveel tabletten krijgt het kind per keer?
In voorraad is morfine 2 %.
Hoeveel mg morfine zit er in 1 ampul van 3 ml?
Een patiënt heeft een infuus via een spuitenpomp. In de spuitenpomp zit een spuit met een oplossing van 0,5 ml Velosulin 100 IE/ml en 49,5 ml NaCl 0,9 %.
Wat is de concentratie Velosulin in IE/ml van de oplossing in de spuit?
Een patiënt heeft een infuus via een spuitenpomp. In de spuitenpomp zit een spuit met een oplossing van 0,5 ml Velosulin 100 IE/ml en 49,5 ml NaCl 0,9 %.
Als de pomp op stand 3,2 ml/uur staat, hoeveel IE Velosulin heeft de patiënt dan na 3,5 uur gehad?
Op de afdeling wordt een zuurstofcilinder van 10 liter gebruikt, waarvan de manometer op 130 bar staat.
Hoeveel liter zuurstof zit er nog in de cilinder?
Een patiënt krijgt 2 liter zuurstof per minuut.
Hoeveel liter zuurstof heeft de patiënt van 21.00.u. tot 8.00.u. nodig?
Een patiënt krijgt 2 liter zuurstof per minuut. Het is nu 21.00.u. Op de afdeling wordt een zuurstofcilinder van 10 liter gebruikt, waarvan de manometer op 130 bar staat. De technische dienst brengt de volgende dag om 08.00.u. de volgende fles.
Bereken hoeveel liter zuurstof er over of te kort is.
N.B.:
Als er een tekort is, laat de uitkomst dan voorafgaan door een -.
Reken om:
4,3 g = mg
Reken om:
0,3 mg = μg
Reken om:
3,2 l = ml
Reken om:
1,8 mg = μg
Reken om:
23 g = kg
Reken om:
200 μg = g
Een patiënt heeft in de afgelopen 24 uur gedronken: 125 ml, 150 ml, 150 ml, 250 ml, 125 ml, 200 ml, 200 ml, 75 ml, 125 ml, 75 ml. De patiënt heeft 2,6 liter infuus gehad. De urineproductie is 2735 ml.
Bereken de vochtbalans van de afgelopen 24 uur (in ml).
N.B.:
Als de vochtbalans negatief is, laat de uitkomst dan voorafgaan door een -.
Een patiënt heeft van 24.00.u. tot 06.00.u. een positieve vochtbalans van 1350 ml. Van 06.00.u. tot 12.00.u. heeft hij 880 ml aan infuus gehad, 425 ml gedronken en 647 ml geplast.
Bereken de vochtbalans van 24.00.u. tot 12.00.u. (in ml).
N.B.:
Als de vochtbalans negatief is, laat de uitkomst dan voorafgaan door een -.
Een patiënt moet 3,9 liter infuus per 24 uur hebben. Je hebt geen infuuspomp tot je beschikking.
Bereken de druppelsnelheid per minuut.
N.B.:
Rond de uitkomst naar beneden af in hele druppels!
Een patiënt moet 3,3 liter infuus per 24 uur hebben. Je kunt gebruik maken van een infuuspomp (waarbij de stand ingesteld kan worden op aantal ml/uur).
Op welke stand zet je de pomp?
N.B.:
Rond de uitkomst naar beneden af in ml/uur.
Een patiënt krijgt 1000 ml infuus per 24 uur. Na 3 uur constateer je dat de zak van 500 ml nog 400 ml bevat.
Klopt dit volgens schema?
N.B.:
Antwoord met ja of nee.
Een patiënt krijgt 1000 ml infuus per 24 uur. Na 3 uur constateer je dat de zak van 500 ml nog 400 ml bevat.
Bereken hoeveel ml per uur exact (met twee cijfers achter de komma) het infuus te langzaam heeft gelopen.
Je moet 20 mmol magnesiumsulfaat aan een infuus toevoegen. Op het etiket van de ampul staat 1,25 mmol/ml.
Hoeveel ml voeg je aan het infuus toe?
Een patiënt krijgt 3 x dd 15 mg Burox i.v. voorgeschreven. Op het etiket van de ampullen staat 20 mg/ml.
Hoeveel ml dien je de patiënt per keer toe?
Een patiënt krijgt 1 x dd. 40 μg Saroxinedrank. Op het etiket van het flesje staat 0,05 mg/ml.
Hoeveel ml geef je per keer?
Een kind van 36 kg met een hartinsufficiëntie krijgt 50 μg Acetyldigitoxine/kg lichaamsgewicht, verdeeld over 6 doses per 24 uur. In voorraad zijn deelbare tabletten van 0,2 mg Acetyldigitoxine.
Hoeveel tabletten krijgt het kind per keer?
In voorraad is morfine 4%.
Hoeveel mg morfine zit er in 1 ampul van 2 ml?
Een patiënt heeft een infuus via een spuitenpomp. In de spuitenpomp zit een spuit met een oplossing van 0,2 ml Velosulin 100 IE/ml en 39,8 ml NaCl 0,9 %.
Wat is de concentratie Velosulin in IE/ml van de oplossing in de spuit?
Een patiënt heeft een infuus via een spuitenpomp. In de spuitenpomp zit een spuit met een oplossing van 0,2 ml Velosulin 100 IE/ml en 39,8 ml NaCl 0,9 %.
Als de pomp op stand 2,3 ml/uur staat, hoeveel IE Velosulin heeft de patiënt dan na 3,5 uur gehad?
Op de afdeling wordt een zuurstofcilinder van 5 liter gebruikt, waarvan de manometer op 170 bar staat.
Hoeveel liter zuurstof zit er nog in de cilinder?
Een patiënt krijgt 2 liter zuurstof per minuut. Het is nu 20.00.u. Op de afdeling wordt een zuurstofcilinder van 5 liter gebruikt, waarvan de manometer op 170 bar staat. De technische dienst brengt de volgende dag om 09.00.u. de volgende fles.
Bereken hoeveel liter zuurstof er over of tekort is.
N.B.:
Als er een tekort is, laat de uitkomst dan voorafgaan door een -.
Reken om:
5,2 g = mg
Reken om:
0,7 mg = μg
Reken om:
2,8 l = ml
Reken om:
2,4 mg = μg
Reken om:
30 g = kg
Reken om:
350 μg = g
Een patiënt heeft de afgelopen 24 uur gedronken: 125 ml, 150 ml, 150 ml, 125 ml, 125 ml, 200 ml, 200 ml, 75 ml, 125 ml, 50 ml. De patiënt heeft 1,3 liter infuus gehad. De urineproductie is 3375 ml.
Bereken de vochtbalans over de afgelopen 24 uur (in ml).
N.B.:
Als de vochtbalans negatief is, laat de uitkomst dan voorafgaan door een -.
Een patiënt heeft van 24.00.u. tot 06.00.u. een negatieve vochtbalans van 1530 ml. Van 06.00.u. tot 12.00.u. heeft hij 880 ml aan infuus gehad, 425 ml gedronken en 647 ml geplast.
Bereken de vochtbalans van 24.00.u. tot 12.00.u. (in ml).
N.B.:
Als de vochtbalans negatief is, laat de uitkomst dan voorafgaan door een -.
Een patiënt moet 0,9 liter infuus per 24 uur hebben. Je hebt geen infuuspomp tot je beschikking.
Bereken de druppelsnelheid per minuut.
N.B.:
Rond de uitkomst naar beneden af in hele druppels!
Een patiënt moet 3,9 liter infuus per 24 uur hebben. Je kunt gebruik maken van een infuuspomp (waarbij de stand ingesteld kan worden op aantal ml/uur).
Op welke stand zet je de pomp?
N.B.:
Rond de uitkomst naar beneden af in hele ml/uur.
Een patiënt krijgt 1000 ml infuus per 24 uur. Na 4 uur constateer je dat de zak van 500 ml nog 400 ml bevat.
Klopt dit volgens schema?
N.B.:
Antwoord met ja of nee.
Een patiënt krijgt 1000 ml infuus per 24 uur. Na 4 uur constateer je dat de zak van 500 ml nog 400 ml bevat.
Bereken hoeveel ml per uur exact (met twee cijfers achter de komma) het infuus te langzaam heeft gelopen.
Je moet 10 mmol magnesiumsulfaat aan een infuus toevoegen. Op het etiket van de ampul staat 1,25 mmol/ml.
Hoeveel ml voeg je aan het infuus toe?
Een patiënt krijgt 3 x dd 25 mg Burox i.v. voorgeschreven. Op het etiket van de ampullen staat 20 mg/ml.
Hoeveel ml dien je de patiënt per keer toe?
Een patiënt krijgt 1 x dd. 25 μg Saroxinedrank. Op het etiket van het flesje staat 0,05 mg/ml.
Hoeveel ml geef je per keer?
Een kind van 24 kg met een hartinsufficiëntie krijgt 50 μg Acetyldigitoxine/kg lichaamsgewicht, verdeeld over 4 doses per 24 uur. In voorraad zijn deelbare tabletten van 0,2 mg Acetyldigitoxine.
Hoeveel tabletten krijgt het kind per keer?
In voorraad is morfine 4%.
Hoeveel mg morfine zit er in 1 ampul van 3 ml?
Een patiënt heeft een infuus via een spuitenpomp. In de spuitenpomp zit een spuit met een oplossing van 2 ml Zantac 25 mg/ml en 48 ml NaCl 0,9 %.
Wat is de concentratie Zantac in mg/ml van de oplossing in de spuit?
Een patiënt heeft een infuus via een spuitenpomp. In de spuitenpomp zit een spuit met een oplossing van 2 ml Zantac 25 mg/ml en 48 ml NaCl 0,9 %.
Als de pomp op stand 4,6 ml/uur staat, hoeveel mg Zantac heeft de patiënt dan na 3,5 uur gehad?
Op de afdeling wordt een zuurstofcilinder van 10 liter gebruikt, waarvan de manometer op 145 bar staat.
Hoeveel liter zuurstof zit er nog in de cilinder?
Een patiënt krijgt 3 liter zuurstof per minuut.
Hoeveel liter zuurstof heeft de patiënt van 20.00.u. tot 08.00.u. nodig?
Een patiënt krijgt 3 liter zuurstof per minuut. Het is nu 20.00.u. Op de afdeling wordt een zuurstofcilinder van 10 liter gebruikt, waarvan de manometer op 145 bar staat. De technische dienst brengt de volgende dag om 08.00.u. de volgende fles.
Bereken hoeveel liter zuurstof er over of tekort is.
N.B.:
Als er een tekort is, laat de uitkomst dan voorafgaan door een -.
Reken om:
6,7 g = mg
Reken om:
0,6 mg = μg
Reken om:
1,9 l = ml
Reken om:
3,2 mg = μg
Reken om:
45 g = kg
Reken om:
400 μg = g
Een patiënt heeft de afgelopen 24 uur gedronken: 125 ml, 50 ml, 150 ml, 75 ml, 125 ml, 200 ml, 200 ml, 75 ml, 125 ml, 50 ml. De patiënt heeft 1,8 liter infuus gehad. De urineproductie is 3435 ml.
Bereken de vochtbalans over de afgelopen 24 uur (in ml).
N.B.:
Als de vochtbalans negatief is, laat de uitkomst dan voorafgaan door een -.
Een patiënt heeft van 24.00.u. tot 06.00.u. een negatieve vochtbalans van 1350 ml. Van 06.00.u. tot 12.00.u. heeft hij 1880 ml aan infuus gehad, 425 ml gedronken en 647 ml geplast.
Bereken de vochtbalans van 24.00.u. tot 12.00.u. (in ml).
N.B.:
Als de vochtbalans negatief is, laat de uitkomst dan voorafgaan door een -.
Een patiënt moet 2,7 liter infuus per 24 uur hebben. Je hebt geen infuuspomp tot je beschikking.
Bereken de druppelsnelheid per minuut.
N.B.:
Rond de uitkomst naar beneden af in hele druppels!
Een patiënt moet 0,9 liter infuus per 24 uur hebben. Je kunt gebruik maken van een infuuspomp (waarbij de stand ingesteld kan worden op aantal ml/uur).
Op welke stand zet je de pomp?
N.B.:
Rond de uitkomst naar beneden af in hele ml/uur.
Een patiënt krijgt 1000 ml infuus per 24 uur. Na 2 uur constateer je dat de zak van 500 ml nog 350 ml bevat.
Klopt dit volgens schema?
N.B.:
Antwoord met ja of nee.
Een patiënt krijgt 1000 ml infuus per 24 uur. Na 2 uur constateer je dat de zak van 500 ml nog 350 ml bevat.
Bereken hoeveel ml per uur het infuus exact (met twee cijfers achter de komma) te snel heeft gelopen.
Je moet 30 mmol magnesiumsulfaat aan een infuus toevoegen. Op het etiket van de ampul staat 1,25 mmol / ml.
Hoeveel ml voeg je aan het infuus toe?
Een patiënt krijgt 3 x dd 10 mg Burox i.v. voorgeschreven. Op het etiket van de ampullen staat 4 mg/ml.
Hoeveel ml dien je de patiënt per keer toe?
Een patiënt krijgt 1 x dd. 30 μg Saroxinedrank. Op het etiket van het flesje staat 0,05 mg/ml.
Hoeveel ml geef je per keer?
Een kind van 21 kg met een hartinsufficiëntie krijgt 50 μg Acetyldigitoxine/kg lichaamsgewicht, verdeeld over 3 doses per 24 uur. In voorraad zijn deelbare tabletten van 0,2 mg Acetyldigitoxine.
Hoeveel tabletten krijgt het kind per keer?
In voorraad is morfine 5%.
Hoeveel mg morfine zit er in 1 ampul van 2 ml?
Een patiënt heeft een infuus via een spuitenpomp. In de spuitenpomp zit een spuit met een oplossing van 1 ml Zantac 25 mg/ml en 49 ml NaCl 0,9 %.
Wat is de concentratie Zantac in mg/ml van de oplossing in de spuit?
Een patiënt heeft een infuus via een spuitenpomp. In de spuitenpomp zit een spuit met een oplossing van 1 ml Zantac 25 mg/ml en 49 ml NaCl 0,9 %.
Als de pomp op stand 4,4 ml/uur staat, hoeveel mg Zantac heeft de patiënt dan na 3,5 uur gehad?
Op de afdeling wordt een zuurstofcilinder van 40 liter gebruikt, waarvan de manometer op 60 bar staat.
Hoeveel liter zuurstof zit er nog in de cilinder?
Een patiënt krijgt 2 liter zuurstof per minuut.
Hoeveel liter zuurstof heeft de patiënt van 18.00.u. tot 08.00.u. nodig?
Een patiënt krijgt 2 liter zuurstof per minuut. Het is nu 18.00.u. Op de afdeling wordt een zuurstofcilinder van 40 liter gebruikt, waarvan de manometer op 60 bar staat. De technische dienst brengt de volgende dag om 08.00.u. de volgende fles.
Bereken hoeveel liter zuurstof er over of tekort is.
N.B.:
Als er een tekort is, laat de uitkomst dan voorafgaan door een -.
Een patiënt krijgt 2 liter zuurstof per minuut.
Hoeveel liter zuurstof heeft de patiënt per 12 uur nodig?.