Naar de homepage
Congres Excellente Zorg
  Actueel > Persoonlijk verhaal   Zoeken
“Hij was op zijn hoofd gevallen en had nog steeds hevige pijn”

 Waarom lopen patiënten na inschrijving weg van een spoedeisende hulp, zonder een dokter te hebben gezien? Op zoek naar het antwoord kwam Christien van der Linden (49) in contact met een bijzondere man.

 “Elke spoedeisende hulp kent ze: mensen die zich wel inschrijven, maar daarna om wat voor reden dan ook weglopen. Waarom doen ze dat? We dachten altijd dat ze waarschijnlijk toch niets mankeerden. Of dat ze later wel een keer terug kwamen. Of zou er nog iets anders aan de hand zijn? Daar wilde ik graag achterkomen. Ik werk al jaren op de spoedeisende hulp – vroeger als verpleegkundige, nu als klinisch epidemioloog. Voor mijn promotieonderzoek besloot ik de ‘weglopers’ naderhand op te bellen. Het was het deel van onderzoek waar ik het meest tegenop zag. Wat voor klaagzangen zou ik te horen krijgen? Deze mensen waren vast allemaal ontevreden, anders zouden ze toch niet weglopen?”

Oorlog
“Dat bleek gelukkig mee te vallen. De eerste man die ik belde, was een meneer van 86 die de week ervoor was ingeschreven met urgent letsel. Het viel me meteen op dat hij heel langzaam sprak en niet goed op zijn woorden kon komen. Hij was op zijn hoofd gevallen in de bus, vertelde hij. Daarna had hij zo’n hoofdpijn dat hij door een medepassagier naar de spoedeisende hulp was gebracht. Na inschrijving moest hij wachten en raakte hij erg in de war door de drukte die er heerste. Hij dacht dat iedereen in de wachtkamer over hem sprak. ‘Ik ben nogal achterdochtig’, zei hij. Na het onderzoek door de verpleegkundige wachtte hij alleen in een kamertje op de arts. Maar doordat hij traumatiserende oorlogservaringen had gehad, vertelde hij, kon hij niet goed alleen zijn in zo’n ruimte. Hij raakte in paniek en vluchtte naar huis. ‘Het gaat nog steeds niet goed met me’, zei hij. ‘Ik heb nog last van hevige hoofdpijn. Maar ik durf niet meer naar buiten.’ Ik had met hem te doen, hij kwam zo kwetsbaar over. En ik maakte me ongerust: misschien had deze man wel een bloeding in zijn hoofd – hij praatte zo raar. Ik vroeg of ik zijn huisarts mocht inschakelen en dat vond hij prima.”

Nazorg
Toen zei hij iets belangrijks: ‘Wat fijn dat jullie aan nazorg doen.’ Nazorg? Het wás eigenlijk helemaal geen nazorg. Maar juist die uitspraak maakte wel dat bij mij het kwartje viel: we zouden weglopers kunnen helpen door ze te bellen. Om een lang verhaal kort te maken: de opmerking van die patiënt was de aanleiding tot een succesvol project. Inmiddels bellen we alle weglopers van ons ziekenhuis na. Mensen vinden het fijn dat je belt en wij maken er meteen een adviserend gesprek van. Zo weet twintig procent van alle weglopers niet dat er een huisartsenpost bestaat en dat ze met een gebroken kies bijvoorbeeld beter naar de spoedtandarts kunnen. Tien procent van alle weglopers die we bellen, blijkt nog iets te mankeren en kunnen we doorverwijzen.
Hoe het met ‘mijn’ eerste wegloper is afgelopen, weet ik helaas niet. Jammer, ik had hem graag nog een keer verteld wat hij teweeg heeft gebracht!

Dit verhaal verscheen eerder in V&VN Magazine, nr 7 2011.

 



Gepubliceerd: 07-05-2012
Aantal keer bekeken: 799

Terug
“Hij was op zijn hoofd gevallen en had nog steeds hevige pijn”

Copyright V&VN 2007-    Reageer   Gebruiksovereenkomst    Privacybeleid       Beheer