Linnie (43) moet als verzorgende een nachtdienst draaien bij een cliënte die via een pomp medicatie krijgt toegediend. De echtgenoot wil dat ze de pomp bedient, maar dat mag ze niet.
“Ik bel aan bij een 70-jarige mevrouw voor een nachtdienst. Ze heeft longkanker, is benauwd, angstig en klaar met het leven. Haar man doet open. ‘Mijn vrouw gaat hard achteruit en ik kan de zorg niet meer aan’, zegt hij. ’Ze heeft sinds vandaag een pomp waarmee ze vijf milligram dormicum per keer krijgt toegediend. De huisarts zei dat je elk uur op de knop moet drukken. Ze moet echt in slaap blijven en mag niet wakker worden.’ Hij doelt op palliatieve sedatie: bewustzijnsverlaging en geen euthanasie.”
Doodstil
“Oei. Ik werk als verzorgende en mag zo’n pomp niet bedienen. Daar sta ik dan, met mijn rug tegen de muur. Als ik te veel toedien, ben ik enorm strafbaar. Dit is weer een van de vele voorbeelden in de zorgsector van werken met onbevoegd personeel om de kosten te drukken. En dan lees ik ook nog dat er in de rapportagemap iets heel anders staat: bij hoge onrust een extra dosis. ‘Nee hoor’, dringt de man aan als ik ernaar vraag. ‘De arts zei echt: elk uur.’ Tja, hij zal dit toch niet verzinnen? Dus geef ik de vrouw om twaalf uur een extra dosis. Even later is ze wakker. ‘Haal me dan toch!’, roept ze. Ik schrik van de plotselinge uitbarsting. Om één uur is ze klaarwakker, dus druk ik meteen weer op de knop. Ik moet toch wat? Ik houd mijn handen op haar lichaam in de hoop dat het haar geruststelt. Na een poosje slaapt ze verder. Stipt om twee uur geef ik de volgende dosis. Ze slaapt erg onrustig en ademt hijgend. Klopt dit wel? Dit zie ik nooit bij mensen die gesedeerd worden. Dan is het na drie kwartier van het ene op het andere moment stil. Doodstil. Ik schrik: dit kan toch niet? Nu al?”
Paniek
“Als ik bij haar kom, zie ik dat ze niet meer leeft. En meneer is er niet bij geweest! Snel maak ik hem wakker. In twee stappen staat hij in zijn streepjespyjama bij het bed. ‘Dit kan toch niet? Zo snel?’, vraagt hij dan.
‘Met een pomp kan het nog een week, maar ook een paar uur duren. Ik heb steeds bij haar gekeken en gedaan wat u zei: elk uur een dosis’, zeg ik naïef.
Meneer kijkt me aan en zijn ogen vonkelen. ‘Elk uur? Heb ik nooit gezegd. Het mocht alleen bij hoge onrust!’, roept hij uit.
Ik raak in paniek. Medische tuchtraad, rechtszaak, schadevergoeding – van alles schiet door mijn hoofd. Heb ik nu een moord op mijn geweten? Ben ik mijn baan kwijt? Ik zit in een slechte film, volgens mij.
Gelukkig zegt hij na een tijdje: ‘Ze wilde graag dood. Misschien heb je het proces versneld, maar als jij aangeeft dat ze om één uur riep “haal me toch”, dan weet ik dat het goed is zo.’
Ik ren naar de huiskamer en vernietig mijn rapportage in de map. Zo, de bewijslast is weg. Maar de rest van de dag blijft de adrenaline door mijn lijf gieren.”
Dit verhaal is gebaseerd op een hoofdstuk uit het boek Beroepsgeheim in de stervensbegeleiding door Margreet Bootsma, die al jaren in de terminale thuiszorg werkt. ISBN 9789048412952. De opbrengt gaat naar KWF Kankerbestrijding.
Dit verhaal verscheen eerder in V&VN Magazine nummer 3 2011.