Willem Gotink won de zomerschrijfwedstrijd van het ggz-maandblad Psy. Zijn verhaal is gebaseerd op zijn winnende column over bureaucratie. “Ik kan slecht tegen mensen die zich als een formulier gedragen”
Willem: “Een handige leidraad hoor, zo’n protocol, maar het kan geen kwaad om zelf je gezonde verstand te blijven gebruiken. Helaas verschillen de meningen daar nogal eens over. Een sterk staaltje daarvan maakte ik een paar jaar geleden mee. Ik werkte toen als sociaalpsychiatrisch verpleegkundige bij een ggz-instelling – inmiddels werk ik zelfstandig. Tijdens een crisisdienst werd ik midden in de nacht gebeld door de politie: een vrouw maakte flink amok op een feestje in een flat. Ze had een psychiatrisch verleden en daardoor besloten haar medefeestgangers de politie te bellen toen er ruzie ontstond. Toen ik er arriveerde, leek het nogal een storm in een glas water te zijn: de ruzie was al gesust. Haar broer, die bij haar was, bood aan om haar naar huis te brengen. Dat huis was alleen wel veertig kilometer verderop – in geval van nood kon ik daar weinig meer voor haar doen. En ze leek me eerlijk gezegd wel een type dat de boel goed op stelten kon zetten. Voor de zekerheid besloot ik dus de crisisdienst in haar woonplaats te bellen.”
Irrelevante vragen
“Op de tochtige gang van de galerijflat koos ik het nummer en kreeg een verpleegkundige aan de telefoon. Ik legde snel de situatie uit en besloot met: ‘Als er vannacht toch problemen zijn, kan zij jullie dan direct bellen?’ Maar zo gemakkelijk ging dat blijkbaar niet. ‘Dat moet ik even overleggen’, zei ze. ‘Haar geboortedatum?’ ‘Ze is 46’, antwoordde ik. ‘Nee, ik moet haar geboortedatum hier invullen.’ Ik gaf naam, adres en geboortedatum en meldde voor alle duidelijkheid dat ik haar niet wilde inschrijven, maar dat ik alleen wilde weten of… Maar ik kreeg geen voet aan de grond. ‘Medicatie?’ ‘Hoeveel kinderen en hoe oud zijn ze?’ Ik gaf antwoord op deze en nog tig andere irrelevante vragen. Want ja, het protocol moest gehandhaafd. En daar kan ik slecht tegen. Mensen die zich als een formulier gedragen en zich te strak aan de regels willen houden. Alsof dat de patiënt ten goede komt. Ik voelde me bovendien niet erg serieus genomen. De verpleegkundige leek er vanuit te gaan dat ik niet deskundig was. Of had ze de nacht ervoor iets soortgelijks meegemaakt en op haar kop gekregen omdat ze niet goed had doorgevraagd?”
Geniale collega
“Het was inmiddels vier uur ‘s nachts en ik had het koud. Maar een half uur later ging de verpleegkundige dan eindelijk overleggen. Binnen een halve minuut was ze terug, met antwoord. Blijkbaar een geniale collega, die al die gegevens zo snel kon interpreteren. ‘Die mevrouw kan naar de huisarts bellen als er iets aan de hand is’, zei ze op een toon alsof ze me een dienst bewees. Ik had moeite om het gesprek nog netjes te beëindigen.
Voor alle zekerheid gaf ik, tegen alle afspraken in, de mevrouw en haar broer ook maar mijn eigen telefoonnummer. Stel je voor dat er iets zou misgaan die nacht.
Ik ben niet meer gebeld.”
Dit artikel verscheen eerder in V&VN Magazine, december 2010.
Gepubliceerd: 15-07-2011
Aantal keer bekeken: 456
Terug
Een sterk staaltje bureaucratie