Naar de homepage
Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland
  Actueel > Persoonlijk verhaal   Zoeken
Cultuurverschillen
“De vader wilde niet dat zijn dochter werd geopereerd. Helaas leek het erop dat we te laat waren”

Militair verpleegkundige Raimond (39) werkte in Kamp Holland in Uruzgan en ondervond daar dat niet alleen de omstandigheden, maar ook de cultuur bepalend kunnen zijn voor de geboden zorg.

“Ik kan een boek schrijven over wat ik aan schrijnende gevallen heb meegemaakt toen ik als militair verpleegkundige werd uitgezonden naar Uruzgan. Twee keer heb ik vierenhalve maand in een ziekenhuis in Kamp Holland gewerkt. Je ziet er zoveel narigheid dat je voortdurend moet proberen om een goede balans te vinden: aan de ene kant wil je je alles niet te erg aantrekken, aan de andere kant moet je uitkijken voor vervlakking. Zonder een goed team daar en een fijn thuisfront red je het niet.”

Litteken
“Zo kregen we op een dag een melding dat er een patiëntje met haar ouders aan de poort van onze basis stond. Het was een Afghaans meisje van elf jaar dat verging van de pijn. Er ging snel een arts naartoe, die een blindedarmontsteking in een vergevorderd stadium constateerde. Het kind zou snel moeten worden geopereerd, anders zou ze zeker sterven. Maar de vader besliste anders. Hij nam zijn dochter weer mee naar huis. Een operatie was uitgesloten: met een litteken zou hij haar niet meer kunnen uithuwelijken. De moeder leek er heel anders over te denken, maar had niets in te brengen. De arts legde uit dat hij het litteken zo klein mogelijk zou proberen te houden, maar hij kon de vader niet overtuigen. Ontredderd kwam hij weer bij ons terug. Hij wist dat hij met een operatie het leven van het meisje had kunnen redden. Iedereen was geraakt door het verhaal, we begrepen er niets van.”

Wonder
“Vijf dagen later kwamen het meisje en haar ouders opnieuw naar onze basis. Het kind was er vreselijk aan toe. Gelukkig gaf de vader deze keer wél toestemming voor een operatie – hij leek gezwicht voor de smeekbedes van de moeder. Helaas leek het erop dat we te laat waren. Alles was al geïnfecteerd in de buik van het meisje en na de operatie zweefde ze dagenlang op het randje van de dood. Haar moeder was doorlopend bij haar, de vader liet zich maar af en toe zien. We pasten al palliatieve zorg toe toen zich er een wondertje voltrok: het meisje kwam bij en leek heel langzaam iets op te knappen. Na tien dagen mocht ze naar een gewone afdeling. Weer een tijdje later konden we haar in een rolstoel af en toe buiten rondrijden. We bouwden echt een band met haar op. Het was bijzonder om haar te mogen verzorgen, terwijl je als man normaal gesproken nog niet in de buurt van zo’n Afghaans meisje mag komen. Na zes weken wandelde ze weer gezond het ziekenhuis uit, naar huis. Haar ouders waren ons enorm dankbaar voor alle goede zorgen. Haar vader dus ook, en naar het leek, was zijn dank oprecht. Toch hield ik tot het einde toe moeite met die man. Ik ben zelf vader en kon niet begrijpen dat het leven van zijn dochter weinig voor hem leek te betekenen. Ik snap best dat het in Afghanistan belangrijk is om je dochter goed te kunnen uithuwelijken, maar hoe belangrijk is zoiets als het om het leven van je kind gaat?”

Dit artikel stond eerder in V&VN Magazine september 2010
 

 



Gepubliceerd: 19-10-2010
Aantal keer bekeken: 829

Terug
Cultuurverschillen

Copyright V&VN 2007-  Reageer   Gebruiksovereenkomst    Privacybeleid       Beheer