Als je moeder patiënt wordt.
Christien (50) werkt als verpleegkundige op de afdeling neurologie. Het stoppen van de behandeling van haar comateuze moeder was een groot dilemma, maar het heeft haar ook verrijkt.
“Er is telefoon voor me, op de afdeling neurologie waar ik al zes jaar werk. Mijn zus: ‘Ma heeft een hersenbloeding gehad.’ Ik schrik ontzettend en rijd snel naar het ziekenhuis waar ze is opgenomen. Daar ligt ze, mijn moeder van 77. Het voelt zo onwerkelijk. Een forse bloeding in de linkerhemisfeer, vertelt de arts. Af en toe zakt ze weg en dan is ze weer even wakker en lijkt ze ons te zien. Dagenlang spreken mijn broers en zussen en ik haar moed in: ‘Wel blijven vechten hoor, ma…’ Maar ze zakt steeds verder weg. Een scan laat zien dat de bloeding alleen maar groter is geworden. Dan raakt ze in coma, al reageert ze soms nog met haar ogen. Langzaam dringt het tot ons door dat ze niet meer beter wordt. De arts vraagt ons of we de behandeling willen stoppen. Zoiets gebeurt zo vaak op mijn afdeling en dan ben ik toch ook flink. Maar nu dreigt de grond onder mijn voeten weg te zakken. Wat een dilemma. Want dit gaat niet meer om zomaar een patiënt, het gaat om mijn moeder! Maar stel dat ze weer bijkomt, wat zal ze dan nog kunnen? Wat voor leven heeft ze dan nog? Met pijn in ons hart besluiten we om te stoppen met de behandeling."
"Mijn moeder krijgt morfine om de pijn te verzachten. Haar voeten worden kouder, haar gezicht steeds witter. Om de beurt waken we bij haar. Ik houd haar hand vast en lees een stukje voor uit haar favoriete psalm, psalm 84. En ik zeg: ‘Ga maar ma. Het is goed zo.’ Maar het voelt zo heel anders… Dan slaapt ze in. Ergens heb ik er vrede mee, maar ik vind het ook vreselijk moeilijk. Nog moeilijker dan toen mijn vader jaren geleden overleed. Ik heb geen ouderlijk huis meer. Ik kan haar niet meer even bellen, niet meer genieten van haar kopjes koffie met warme melk en van haar draadjesvlees met zelfgemaakte appelmoes. En mijn moeder zal niet meer meemaken dat mijn oudste dochter gaat trouwen.”
Liefdevol woord
“De jaren erna slijt het verdriet langzaam een beetje en ik besef dat deze ervaring me ook heeft verrijkt. Dat ik een levenswijsheid heb gekregen die ik kwijt kan in mijn werk. Als ik zie dat familieleden van stervende patiënten het moeilijk hebben, voel ik hun pijn van het afscheid nemen. Dan vertel ik soms over mijn eigen ervaringen. En ik schaam me niet als ik emoties voel opkomen omdat ik met hen meeleef. Het doet me goed om een klein stukje daaraan te mogen bijdragen. Een paar woorden, een kopje koffie, een arm, een liefdevol woord of gewoon even luisteren. Ik moedig mensen aan om gewoon te blijven praten, ook als hun dierbare niet meer bij kennis lijkt te zijn. ‘Pak zijn hand maar en praat, hij hoort het vast’, zeg ik dan. Juist op de afdeling neurologie mag je zoveel betekenen als verpleegkundige. Wat een prachtberoep heb ik toch.”
Bron:V&VN Magazine nummer 3. Tekst door Annemarie van Dijk.
Gepubliceerd: 04-05-2010
Aantal keer bekeken: 1037
Terug
“Deze ervaring heeft me ook verrijkt”